Nedlloyd pompte financiële spierbundels op

ROTTERDAM, 10 SEPT. Met Britse captains of industry onderhandelen eist financiële kracht. Maar waar moest transportbedrijf Nedlloyd, al twee jaar het zwarte schaap op de Amsterdamse effectenbeurs, de spierballen vandaan halen? Ten opzichte de beursbarometer is de koers van aandelen Nedlloyd de laatste 24 maanden ruim 61 procent achtergebleven, nog meer dan bij voorbeeld de beurskoers van brekebeen BolsWessanen.

Britse topmanagers zijn tough cookies, die op de huid worden gezeten door hun aandeelhouders en door financiële analisten om prestaties te leveren. Zo niet, dan klinkt in de City de roep steeds luider om een wissel.

De fusie tussen KLM en BA werd ooit afgeblazen omdat KLM te weinig kon inbrengen om nog van een evenwichtige relatie te spreken. Uitgevers Reed en Elsevier konden wel samen, doordat de Nederlanders nog wat extra eigen aandelen aan de Britten konden slijten.

Nedlloyd moest zijn eigen spierbundels wat oppompen om voldoende onderhandelingskracht te hebben tegenover P&O en andere potentiële partners.

Gelukkig heeft het concern nog het nodige tafelzilver in huis, de erfenis van een mislukte strategie om op meer markten actief te worden dan alleen het traditionele zeevervoer. Zo was Nedlloyd eigenaar van offshore-bedrijf Neddrill.

Dat bedrijf stond al een tijd in de etalage, maar kon enkele maanden geleden worden verkocht voor circa 600 miljoen gulden. Daardoor incasseerde Nedlloyd een netto boekwinst van ruim 250 miljoen gulden.

Deze astronomische boekwinst op een bedrijf, dat niet meer dan 6 procent van de Nedlloyd-omzet uitmaakte, was op dat moment gelijk aan ongeveer een derde van de totale beurswaarde van het concern. Net als Philips' financiële roerganger D. Eustace (“I love cash”) bij zijn entree in Eindhoven een schatkamer vol waardevolle, maar bestofte bezittingen aantrof, zo heeft ook Nedlloyd in de kelders van zijn hoofdkantoor nog aardig wat tafelzilver. Financieel analist C. Haasnoot van Stroeve Effectenbank becijfert bij voorbeeld dat Nedlloyd nog 375 miljoen gulden kan vrijmaken door zijn belangen in Smit Internationale (sleepvaart) en Martinair (luchtvaart) te verkopen.

De beurskoers deed weinig op het nieuws van de verkoop van Neddrill, maar de opbrengst was een gouden greep in de strategische plannen van bestuursvoorzitter drs. L. Berndsen. Hij is de eerste topman die Nedlloyd runt op een bedrijfseconomische manier, zoals directeur drs. P. de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) hem typeert. Berndsen had nu het geld om bankschulden af te lossen, maar nog niet het rendementsherstel dat Nedlloyd op de effectenbeurs weer geloofwaardig moet maken. Daarvoor moest het kernbedrijf winstgevender worden.

De zak met geld van Neddrill gaf Nedlloyd niet alleen extra koopkracht ten opzichte van joint venture partners, maar was ook een lekker snoepje dat een vervelende pil voor beleggers moest verzachten. Het was een publiek geheim dat de containerschepen voor een bedrag in de boeken stonden dat hoger was dan de werkelijke waarde op basis van de gerealiseerde rentabiliteit. In zo'n situatie is het vervelend onderhandelen, zoals Fokker vorig jaar merkte toen de portefeuille leasevliegtuigen steeds maar weer in waarde daalde en de onderhandelingen compliceerden over een kapitaalinjectie.

Afwaardering van de schepen zou op een gegeven moment onvermijdelijk zijn, wist Nedlloyd, maar bij het sluiten van een joint-venture zou het direct actueel worden. Dan moesten beide partners elkaar inzicht geven in hun bezittingen.

De verkoopwinst op Neddrill kan nu worden weggestreept tegen het verlies op de schepen, en dan nog houdt Nedlloyd dit jaar bijna 100 miljoen bijzondere baten over. En het concern kan de Britse partner nog eens 175 miljoen dollar bijbetalen (290 miljoen gulden).

De werkelijke prijs die Nedlloyd betaalt voor zijn joint venture is echter nog hoger en dat illustreert de pressie die op de bestuurders van het concern staat om zaken te doen. Nedlloyd hevelt ook zijn minderheidsbelang (30,56 procent) in containeroverslagbedrijf ECT over naar de nieuwe joint-venture, zo werd gistermiddag duidelijk op een bijeenkomst van financiële analisten. De waarde van dit aandelenbelang wordt door analisten op 140 tot 160 miljoen gulden geschat.

Pijnlijk voor Nedlloyd is dat er nog een aardige extra waarde in dit ECT-aandelenbelang kan schuilen, dat straks deels aan de neus van de beleggers van Nedlloyd voorbij gaat. ECT heeft plannen om zelf naar de effectenbeurs te gaan, en dan zou de waarde van de aandelen van het bedrijf wel eens een stuk hoger kunnen uitpakken dan nu nog het geval is, zo verwachten analisten. Van deze meerwaarde krijgt Nedlloyd straks slechts de helft. De andere helft gaat naar de Britse partner P&O.