Leerlingwezen na daling nu stabiel

ROTTERDAM, 10 SEPT. Het aantal leerlingen In het leerlingwezen is vorig jaar gestabiliseerd. In de periode 1991-1995 daalde het nog met 21.500 leerlingen, ruim 15 procent van het totaal.

Dit bleek vanmiddag bij de slotbijeenkomst van PEIL, het Projectteam Extra Impuls Leerlingwezen. Minister Ritzen (Onderwijs) had PEIL in maart 1994 gevraagd te stimuleren dat er meer leerlingen in het leerlingwezen komen. In het leerlingwezen gaan jongeren vier dagen per week naar hun werk en één dag naar school.

De landelijke organen beroepsonderwijs proberen dit cursusjaar 3.000 tot 5.000 extra plaatsen in het leerlingwezen te realiseren.

Directeur-generaal beroepsonderwijs dr. F. Mertens van het ministerie van Onderwijs en voorzitter prof. dr. R. in 't Veld van de landelijke organen beroepsonderwijs (Colo) ondertekenden daartoe het convenant Versterking Leerlingwezen.

“Het leerlingwezen staat model voor het toekomstige beroepsonderwijs in Nederland en moet daarom investeren in een verdere versterking van de kwaliteit. Het leerlingwezen is een kweekwijver voor modern geschoolde vakmensen”, aldus In 't Veld.

In de meeste sectoren van het leerlingwezen is de afname van het aantal leerlingen tot staan gebracht, zo blijkt uit het eindrapport van PEIL. Dat komt onder meer doordat onderwijsinstellingen, landelijke organen en arbeidsbureaus beter zijn gaan samenwerken.

Het aantal leerlingen in het leerlingwezen kan ook stijgen als er bij bedrijven meer plaatsen komen waar de leerlingen werkervaring kunnen opdoen.

Eerder stelde minister Ritzen een premie in voor bedrijven die een leerling de mogelijkheid bieden om ervaring op te doen. Per leerling gaat het om 4.500 gulden.