Het ongeloof is eindelijk verlaten

Voor het eerst sinds lang mag men opnieuw een beetje voorzichtige hoop koesteren. Hoop dat zowel in de affaire Dutroux als in de moord op André Cools er nog belangrijke nieuwe elementen zullen bovenkomen. Mogelijk zelfs eerstdaags.

Want een van de redenen voor de gerechtelijke stroomversnelling van de afgelopen weken is van voornamelijk psychologische aard. Met name het verdwijnen van het 'dit kan niet'-gevoel.

Want geef toe, mocht iemand u enkele maanden geleden het bestaan van een vrij goed georganiseerd netwerk hebben onthuld, dat zich specialiseerde in het ontvoeren, misbruiken, folteren en doden van kinderen, en dat er daarnaast nog een lucratief autozwendeltje op na hield, dan zou u zo iemand nooit geloofd hebben zonder eerst de tastbare bewijzen gezien te hebben. Nee, u zou het verhaal hebben afgedaan als een wild verzinsel van een licht paranoïde complotfantast.

Maar toen de gruwelijke ontdekkingen er eenmaal waren, konden we er niet meer naast kijken en werden we wel verplicht te aanvaarden dat een kwaad, zo onvoorstelbaar dat we eerst weigerden het te geloven, toch in onze werkelijkheid aanwezig was.

Hetzelfde verschijnsel deed zich voor in de affaire-Cools. Al in 1992 bracht mijn krant getuigenissen dat het kabinet-Van der Biest betrokken was bij de moordzaak. Er kwam geen reactie, en ook toen werden de verhalen afgedaan als complot-theorieën van dol fantaserende informanten.

Twee jaar geleden, in de serie 'De Kameradenmoord', deden we het nog eens over, met een gefundeerd dossier waarin opnieuw minutieus de voorbereiding, motivatie en afloop van de moord werden gereconstrueerd. Hoewel we toen opnieuw mensen beschuldigden van actieve betrokkenheid bij een moord op een minister van staat, gebeurde er weer niets. De genoemden reageerden niet, zelfs niet met een klacht wegens laster en eerroof, de rest van de schrijvende pers reageerde evenmin, een zeldzame uitzondering niet te na gesproken. Er ontstond wat in een toenmalig editoriaal de 'samenzwering van de stilte' werd genoemd.

Niet dat het een echte samenzwering was, want weer speelde dezelfde psychologische afweerreflex. Het 'dit kan niet'-gevoel, het onvermogen te aanvaarden dat de Belgische politiek tot op zo'n hoog niveau doordrongen was van de georganiseerde misdaad, die er bovendien in geslaagd was ook binnen sommige politiekringen zoveel bescherming op te bouwen. Dezelfde kranten die nu roepen dat het een schande is dat het gerecht twee jaar verloren heeft, blonken twee jaar geleden zelf uit door stilte. Of door pogingen om onze informatie ongeloofwaardig te maken.

De geesten zijn nu wakker geschud, het 'dit kan niet'-gevoel is verdwenen. Eindelijk heeft men de ernst van de situatie ingezien. In de pers, bij de publieke opinie, maar ook binnen de politiek en het gerecht zelf. Als er ooit een moment is geweest om eindelijk tot het bittere einde deze affaires uit te klaren, dan is het nu wel, nu het eindelijk tot iedereen begint door te dringen dat het dus wél kan.