Fiscus stimuleert autorijden niet

De calculerende automobilist bestaat niet. Geen mens gaat méér autorijden als het niet nodig is. Het beeld van de zakelijke automobilist, van wie een derde een leasewagen heeft, die onnodige autoritten gaat maken omdat zijn fiscale bijtelling toeneemt (W. Weijand in NRC HANDELSBLAD, 29 augustus), is dan ook volkomen uit de lucht gegrepen.

Als leaserijders meer gaan rijden, doen ze dat omdat ze meer klanten bezoeken, meer goederen afleveren, meer machines installeren en repareren, enzovoort.

Studies ondersteunen deze stelling. Uit de meest recente, die een jaar geleden publiceerde, blijkt dat het aantal privékilometers dat met zakenauto's wordt verreden, lager ligt dan het aantal privékilometers dat met de eigen auto wordt gereden: 7.000 versus 9.500 km. Het idee dat lease-auto's vooral privé worden gebruikt, is dus volkomen bezijden de waarheid. Bij het woon-werkverkeer ontlopen de twee elkaar niet veel: zakenauto's maken per jaar 5.100 woon-werkkilometers, auto's in particulier eigendom 4.360. T tekent hier echter bij aan dat dit een lastige vergelijking is, omdat veel leaserijders hun zakelijke ritten vaak vanaf hun huisadres maken en niet eerst naar hun werkkring gaan. Hoe dan ook: het beeld dat populisten schetsen van free riders die zich gratis tegoed doen aan een onbehoorlijke hoeveelheid autokilometers is een mythe.

Als van een verhoging of verlaging van de fiscale bijtelling geen invloed mag worden verwacht, wat bepaalt dan de automobiliteit? Het -rapport toont dat het aantal kilometers die zakenauto's maken, voor het overgrote deel ook werkelijk zakenkilometers zijn. Het ligt dus voor de hand te veronderstellen dat een toename van het zakenverkeer, gepaard gaat met een toename van het wegverkeer. Met andere woorden: economische groei kan niet zonder mobiliteitsgroei. Dr. F.P. Lempers, directeur en Bedrijfsomgeving van , heeft berekend dat 1 procent economische groei, gepaard gaat met een groei van de mobiliteit van 1,4 procent. Als we ons realiseren dat de economische groei in het tweede kwartaal 2,8 procent bedroeg en waarschijnlijk aanhoudt, staat ons nog heel wat mobiliteitsgroei te wachten.

Het aantal zakenauto's is al sinds 1990 stabiel. Wel nam het aantal lease-auto's toe toen de belastingvereenvoudiging 'Oort' van kracht werd, terwijl het zakelijk gebruik van privé-auto's dus evenveel afnam. De maatregelen die erop zijn gericht om de zakenautorijder nog zwaarder privé te belasten voor het feit dat hij voor zijn werk een auto nodig heeft, zoals een verhoging van de fiscale bijtelling, zullen misschien een omgekeerde beweging bewerkstelligen: minder lease-auto's en meer privé-auto's die zakelijke kilometers maken. Voor de bedrijven die nu hun wagenpark leasen, betekent dit een toename van de kosten. Voor de berijders zal het een toename van het netto-inkomen betekenen omdat zij geen fiscale bijtelling meer hebben en in veel gevallen op iedere zakelijke kilometer belastingvrij geld verdienen. Als de calculerende automobilist bestond, zou dat pas een toename van de automobiliteit betekenen. Maar de calculerende automobilist bestaat niet en wat de effecten van de maatregelen ook zullen zijn, het totaal aantal kilometers van leasewagens en zakenauto's in privébezit, zal gewoon met de economie meegroeien.