'Een eenmalige impulsdoorbraak'

De advocaat had de officier van justitie nog gevraagd of de zaak niet geseponeerd kon worden. De partijen waren al 9.000 gulden smartegeld overeengekomen, misschien kon het daar verder bij blijven. Maar de officier vond een gang naar op zijn minst de politierechter wenselijk.

Daarom zit de heer L. Pamenk (46) nu met neergeslagen ogen voor de Utrechtse politierechter, mr. J. Janse de Jonge. Pamenk is een nette man met een nette baan uit een nette buurt. Een zeer intelligente man ook - om een of andere reden wordt dat voor (en door) de rechter altijd met enige nadruk vastgesteld, alsof misdrijven, gepleegd door intelligente mensen, per definitie iets onbegrijpelijks hebben.

Relevanter in deze zaak is het feit dat Pamenk bekend stond als een onberispelijk levend gezinshoofd. Tot 8 juli 1995. Toen vervoerde hij in zijn auto de 7-jarige Saskia, dochtertje van het echtpaar Jansen. Met twee andere gezinnen had Pamenk de afspraak dat ieder op zijn beurt de kinderen naar de padvinderij zou brengen en afhalen. Die middag kwam Pamenk terug met Saskia en zijn zoontje Peter. De kinderen speelden in de auto met waterpistolen. Volgens Saskia zou Pamenk al in de auto even haar buik en benen gestreeld hebben.

Pamenk liet Saskia meegaan naar zijn huis. Toen ze aan het fonteintje in het toilet haar waterpistool stond te vullen, pakte hij haar van achteren beet, duwde haar hoofd in de toiletpot, trok haar broekje omlaag en wreef met zijn penis tussen haar billen. Hij sloot bovendien de deur. Saskia begon echter zó te gillen dat Pamenk zijn handelingen snel staakte. Daarop bracht hij Saskia naar huis.

Saskia vertelde haar ouders tot in detail wat er gebeurd was. Haar vader belde 's avonds naar Pamenk, maar die ontkende verontwaardigd. De wroeging moet te scherp aan Pamenk geknaagd hebben, want hij bekende die avond wél tegenover zijn vrouw. Het echtpaar Pamenk toog de volgende dag naar de Jansens om alles, in aanwezigheid van Saskia, uit te praten. Besloten werd de zaak binnenskamers te houden.

De daaropvolgende drie weken merkte mevrouw Jansen dat ze te veel moeite had met die afspraak. Was Pamenk niet ziek? Bestond niet het risico dat hij zich opnieuw aan een kind zou vergrijpen? Ze had een gesprek met de politie die haar aanmoedigde aangifte te doen. En zo geschiedde.

Daarop gebeurde er iets merkwaardigs. Pamenk ontkende tegenover de politie de meeste ontuchtige handelingen, hij had alleen wat gestreeld - meer niet. Hij bleek het ook zó aan zijn vrouw verteld te hebben. In het gesprek met de Jansens was er niet over details gesproken, omdat Saskia erbij zat én omdat haar ouders het al allemaal van haar wisten.

Mevrouw Pamenk kwam woedend verhaal halen bij mevrouw Jansen. Wat liep zij allemaal te beweren? Dat haar man zijn piemel tegen Saskia had geduwd? Hoe durfde ze? Zó erg was het niet geweest! Pamenk bleef nog een hele poos de ernstige details ontkennen, maar ten slotte zwichtte hij tijdens de verhoren.

“Ik voel me schuldig”, zegt Pamenk nu tegen de politierechter.

“Volgens de psychiater bent u een binnenvetter. U vertelt uw levensverhaal zonder enige emotie. De psychiater spreekt van een 'eenmalige impulsdoorbraak'. Hij is niet bang voor herhaling en vindt daarom tbs niet nodig. Wel moet u in therapie.”

“Dat doe ik al een jaar.”

“Helpt u dat?”

“Heel langzaam. Ik word meer open. Communicatie is altijd voor mij een probleem geweest. Ik ga door met de therapie. Het is goed voor mijzelf en voor de relatie.”

“U bent nog getrouwd?”

Pamenk knikt.

“De reclasseringsmedewerker constateert dat u de betekenis van het delict nog steeds niet voor uzelf erkent. U herinnert zich ook niet veel meer.”

“Ik weet het niet precies meer. Ik weet dat ik haar betast heb en dat ik haar hoorde gillen. Het gebeurde allemaal in een waas.”

“Dat horen we vaak van mensen die zich afvragen: waarom heb ik het gedaan?”

“In therapie loop ik het van minuut tot minuut door en komt alles bij stukjes en beetjes boven.”

De officier van justitie, mr. R. Schoute, vraagt hem of het gedoe met de waterpistolen hem misschien had opgewonden. De psychiater had op die mogelijkheid gewezen.

“Ik kan dat niet bevestigen.”

“U kunt zich niet herinneren wat tot die impulsdoorbraak heeft geleid?” vraagt de rechter.

“Nee, ik ben niet opgewonden geraakt.”

“De psychiatrische rapportage geeft geen echte verklaring”, constateert de officier in zijn requisitoir. “Het kan liggen aan de relatie met zijn echtgenote.” Hij eist een gevangenisstraf van vier maanden onvoorwaardelijk - om te zetten in 180 uur dienstverlening - en twee maanden voorwaardelijk.

De advocaat, mr. J. Roth, waarschuwt dat een gevangenisstraf ingrijpende gevolgen kan hebben voor Pamenks baan. Ook hij wijst op de eenmaligheid van 'de impulsdoorbraak'.

Dat is heel opvallend in deze zaak: dat iedereen met de nodige opluchting - van rechter tot advocaat - de conclusie van de psychiater en de psychotherapeut als een onomstotelijk feit accepteert. Eenmalige impulsdoorbraak. Soit. Een verklaring kunnen de psychiatrische deskundigen niet geven, maar over de eenmaligheid bestaat kennelijk geen twijfel.

De rechter velt zijn vonnis. “Wat u verweten wordt is ernstig. U heeft het vertrouwen geschaad van kinderen die meerijden met vrienden. Ik zie geen reden om het te rechtvaardigen of te verontschuldigen.” Toch zwakt hij de eis af: een maand onvoorwaardelijk - om te zetten in zestig uur dienstverlening - en vijf maanden voorwaardelijk. De claim van negen mille wijst hij toe.

Buiten omhelst mevrouw Pamenk een wat verbaasd kijkende mevrouw Jansen. Meneer Pamenk drukt haar en haar man de hand. Saskia is niet aanwezig. Ze had wel gewild, maar het leek haar ouders niet verstandig. Het gaat niet goed met haar. Ze is ruim een jaar in therapie en ze gedraagt zich nog steeds vreemd. Ze is vaak agressief en ze kleedt zich zo jongensachtig mogelijk. Drie jaar eerder was Saskia ook al eens ontuchtig bejegend - toen door een jongen.

De rechtszaak tegen Pamenk heeft maar kort geduurd: een stief kwartiertje. De rechter stelde de verdachte slechts enkele vragen, de officier en de advocaat hielden het al even kort. Daardoor bleef de toedracht van de hele zaak volstrekt onduidelijk. Die kon pas na afloop in gesprekken met betrokkenen worden gereconstrueerd. Dat is betreurenswaardig, want het publiek bij zo'n zaak heeft niet de middelen van een journalist. Bij openbare rechtspraak hoort openheid.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.