Beleggen als aanvulling op pensioen

Het rommelt in pensioenland omdat het kabinet de werknemerspensioenen wil beperken. Althans zo lijkt het. Maar de overheid heeft niets te zeggen over de hoogte van oudedagsvoorzieningen. Het gaat er alleen om dat de van het belastbare inkomen aftrekbare verzekeringspremies de belastingopbrengsten verminderen.

Niet bekend

Werknemers die niet lijdzaam willen toezien, moeten hun plan voor later trekken en snel zelf iets regelen. Hoe eerder je daar mee begint, hoe meer het later oplevert. Pensioneren en stoppen met werken vraagt vooruitzien. Mensen die niet in loondienst werken, en dus niet door een zorgzame werkgever worden vertroeteld, weten dat noodgedwongen allang.

Werknemers hebben in de regel twee ijzers in het vuur: AOW en de aanvullende regeling van hun baas. Deze twee moeten na de pensionering netto (na aftrek van belasting) voldoende opleveren om, soms zeer lang, van te leven, uitgaande van een voor ieder verschillend uitgavenpatroon en rekening houdend met inflatie en lagere inkomstenbelasting voor 65-plussers.

Vaak zullen het overheids- en het bedrijfspensioen samen te laag zijn. Daarom compenseren velen het tekort met een derde ijzer in het vuur: een individueel pensioen via een lijfrenteverzekering. De premies voor zo'n verzekering zijn aftrekbaar van het inkomen. Voor 1996 bedraagt de basisaftrek maximaal ƒ 5.758 per belastingplichtige en ƒ 11.516 per (echt)paar. Bij een belastbaar inkomen vanaf ƒ 45.325 betaalt de fiscus 50 procent mee aan een lijfrenteverzekering en vanaf ƒ 92.773 zestig procent. Dat zijn royale subsidies. Daar staat echter tegenover dat de rente straks belast is. De fiscus is een gierige en brutale sinterklaas die zijn een gegeven cadeaus een paar jaar later gewoon terug komt halen.

Een vierde mogelijkheid is het opbouwen van een eigen pensioenreserve als aanvulling op de AOW en het bedrijfspensioen. Omdat die twee vaste, gegarandeerde uitkeringen zijn, is er niets op tegen om met de eigen reserve meer risico te nemen. Hoe? Door te beleggen in goede aandelen. In deze rubriek van vorige week kwam een hypotheek aan de orde die wordt afgelost door te beleggen in aandelen. Dat is riskanter dan een spaarhypotheek waarbij schuld, aflossing, rente, looptijd, risico en overige factoren precies in elkaar passen. Je hoeft er nauwelijks naar om te kijken. In dat opzicht lijkt een spaarhypotheek op een pensioen van de baas.

Is reserveren voor een hypotheekschuld of de oudedag via aandelen zo gevaarlijk? Nee, niet als je het specifieke doel duidelijk voor ogen houdt, er lang de tijd voor neemt, de reserve spreidt over eersteklas aandelen, niet te veel wisselt van fondsen en kiest voor bedrijven die onbelast stockdividend uitkeren. De hypotheekbank beperkt de risico's verder door de geldleners/beleggers (stevig) aan de hand te houden. De door haar aanbevolen topaandelen zijn onder meer: Dordtsche Petroleum, Wolters Kluwer, Unilever, CSM, ABN Amro en ING.

Wie belegt in pensioenaandelen kan zich voor de zekerheid houden aan de favorieten van de bank, maar mist haar vaste hand. En, zullen oplettende lezers denken, mist de subsidies van de fiscus. Dat is waar: een inleg in de persoonlijke pensioenreserve is niet aftrekbaar. Maar wel als je die belegging onderbrengt in een lijfrenteverzekering, met de voordelen (premie-aftek) en nadelen (onder meer de reserve verplicht omzetten in een belastbare lijfrente) die daar aan kleven.

Enkele verzekeraars bieden zo'n verzekering. De meest flexibele en vrije op dit moment is, volgens kenners van de markt, de Effectenpolis van de Haagse verzekeraar Robein Leven. Die laat verzekerden beleggen in 58 Nederlandse aandelen en vele beleggingsfondsen, 28 buitenlandse aandelen, (converteerbare) obligaties, strips en liquiditeiten. Ook kan men call-opties schrijven op zijn aandelen en put-opties kopen om die tegen waardedaling te beschermen. Wie niet kan of wil kiezen uit aldie fondsen, houdt zich gewoon aan de voornoemde zes aandelen en doet verder niets.

De eerste premie (koopsom) bedraagt minmaal ƒ 5.000. Daarna is men vrij om te betalen, mits in bedragen van minimaal ƒ 5.000. Samenloop met een werknemersspaarregeling is mogelijk, maar vraagt een eigen bijdrage om aan die vijfduizend gulden te komen.

    • Adriaan Hiele