Beieren wordt gewekt uit culturele slaap

BONN, 10 SEPT. Beieren wordt cultureel opgewaardeerd: de deelstaat krijgt er in één keer twee nieuwe musea bij. Gisteren werd de eerste spade in de grond gestoken voor de bouw van een nieuwe pinakotheek in München, dat het grootste museumcomplex voor kunst in Duitsland moet worden. Morgen begint de bouw van het 'Nieuwe Museum' in Neurenberg.

“Met de komst van de pinakotheek is München definitief ontwaakt uit Doornroosje's slaap voor de moderne kunst”, zei Johann Georg Prinz von Hohenzollern tijdens de officiële opening van het bouwcomplex in München. In het jaar 2000 zal de pinakotheek voor de Moderne Kunst, Architectuur en Vormgeving samen met vier grote collecties onder één dak gehuisvest worden: de Staatsgalerie voor Moderne Kunst, het Design Museum Neue Sammlung, het Architectuurmuseum en de Grafische Collectie. Met 22.000 vierkante meter zal het museum twee keer zoveel ruimte bieden dan de oude pinakotheek en daarmee het grootste museumcomplex in Duitsland worden.

Met de bouw van de pinakotheek komt een eind aan een lang debat. Een groot museum voor moderne kunst wil München al sinds de eeuwwisseling hebben. Nog in 1906 stelde de toenmalige burgemeester Wilhelm Von Borscht voor een Galeria der Zeitgenossen te bouwen. Enkele jaren later ontvouwde de architect Friedrich von Thiersch een omvangrijk plan voor de bouw van een hele reeks musea. Maar toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak verdwenen de ontwerpen van tafel.

In de jaren dertig kwam de museumgedachte weer bovendrijven. De directeur van het Beierse Staatsmuseum had zijn oog al laten vallen op het compex van de Türkenkaserne, een oud militair complex. De enorme ruimten konden goed dienen als onderkomen voor de natuurwetenschappelijke verzameling van de staat. Ook dit voornemen strandde: de Nazi's hadden andere plannen. Zij wilden op hetzelfde terrein een grote 'Hal voor de Partij' bouwen en, pikant genoeg, een Hitler-mausoleum.

Zover is het nooit gekomen. Nadat de geallieerden het kazerne-complex in de Tweede Wereldoorlog hadden platgebombardeerd, waagde zich eind jaren veertig opnieuw een architect aan het ontwerp. Martin Elsässer kwam met een plan voor een gigantisch cultuurcomplex dat herinnerde aan tijden die nog niet zo lang voorbij waren: hij wilde op een reusachtig terrein een staatsopera, een theater, een nieuwe pinakotheek, concerthallen en galeries bouwen. Er was ruimte, maar geen geld en Elsässer was snel vergeten.

Na decennialange debatten was het augustus 1990 dan zover. Het besluit voor de bouw werd genomen en er werd een prijsvraag voor architecten uitgeschreven. Alleen, de kas was leeg. Opnieuw dreigden de plannen in lucht op te gaan. Dat werd minister-president Edmund Stoiber te gortig en hij begon een fund-racing-actie, zodat een deel van de bouwsom van tweehonderd miljoen gulden uit private middelen zou komen. De Stichting Pinakotheek der Moderne Kunst werd in het leven geroepen, en met succes.

“Cultuur is een ongekend belangrijk wapen, dat een volk ervoor behoedt van de politieke landkaart te verdwijnen”, zei Stoiber gisteren toen hij de schop in de grond zette. “Dankzij de Duitse cultuur is het velen in de wereld gelukt, zelfs na de oorlog, in Duitsland een onderscheid te maken tussen Goed en Kwaad.” De premier noemde het 'van levensbelang' de cultuurnatie in binnen- en buitenland zichtbaar te maken. Door de Nazi-heerschappij kon slechts een klein deel van de kunstwereld in München zich uitten. “Daarom kan men het zich niet permitteren dat wat aan twintigste eeuwse kunst in Duitsland voor handen is, in depots onder het stof raakt”, aldus Stoiber.