'Ze wonnen, wat een opluchting!'

Ik zag voor het eerst American football op Sky Channel, een wedstrijd tussen twee Amerikaanse teams. Ik was acht jaar en begreep er niets van. Maar het spelletje fascineerde me wel meteen. Ik vond het een kunst hoe de bal over lange afstanden werd gegooid, hoe iemand die bal vervolgens ving en daarna met een touchdown scoorde. Al gauw had ik alle regels door, want als er op Sky een wedstrijd was, zat ik voor de buis.

Ik vond het geweldig toen ruim twee jaar geleden de Amsterdam Admirals werden opgericht. Kon ik eindelijk ook eens naar football kijken in een echt stadion. Sindsdien heb ik geen thuiswedstrijd gemist. Nou ja, op één na. Ik kon echt niet, omdat ik in Amerika zat.

Ik baalde toen wel een beetje, want ik wist niet of ze gewonnen of verloren hadden. Dus ging ik naar de universiteit waar m'n broer studeerde. In de bibliotheek vond ik een computer. Toen ben ik even gaan internetten om de uitslag te achterhalen. Ze hadden gewonnen. Een hele opluchting!

Ik ben echt helemaal weg van de Admirals. De sfeer bij wedstrijden is altijd geweldig. Iedereen is enthousiast en er is nooit narigheid zoals bij voetbal. Thuis hangt m'n kamer vol met posters van de club, m'n schoolagenda en fiets zitten vol met Admirals-stickers.

Het is wel jammer dat het footballseizoen zo kort duurt. Ruim twee maanden en het is voorbij. Maar ook als er zoals nu niet wordt gespeeld, voel ik me betrokken bij de club. Ik ben sinds vorig jaar hun number 1-fan en help regelmatig mee met allerlei klusjes.

Zelf speel ik geen football. Voor mij is het iets te hard. Ik draag ook een bril. Toen ik met club-medewerkers eens een potje speelde, werd ik getackeld en vloog die bril door de lucht. Sindsdien beperk ik me tot het fan-zijn.