P&O: niet meer teren op oude glorie

DICK WITTENBERGLONDEN, 9 SEPT. Te log. Te breed. Niet meer van deze tijd. En vooral: te weinig renderend. Dat was de kritiek die de 156 jaar oude onderneming Peninsular and Oriental (P&O) de laatste jaren in de City, Londens financiële centrum, steeds weer te verwerken kreeg.

Niet meer van deze tijd. Dat beeld werd nog gevoed door de modellen van oude cruiseschepen en vrachtboten die het hoofdkantoor aan de prestigieuze Pall Mall sieren. Door tekeningen en schilderijen van oude zeilschepen die aan de wanden hangen. Door stramme mannen in marinepak die aandeelhouders tijdens de jaarvergadering naar hun plaats begeleiden. Oude glorie behoort tot de activa waarop geen enkel bedrijf eeuwig teert.

Niet meer van deze tijd was volgens analisten ook het brede werkterrein van het concern dat zich uitstrekt van scheepvaart via de bouw naar onroerend goed. Een portefeuille die paste bij de conglomeraten uit de beginjaren tachtig. Niet bij de flexibele onderneming van de jaren negentig die zich concentreert op haar kernactiviteit.

Aandeelhouders in P&O, die zich in het verleden trouwe geloofsgenoten toonden, spuien de laatste jaren in toenemende mate hun ontevredenheid over de bedrijfsverrichtingen. Die kritischer houding heeft ook te maken met de toename van het aantal institutionele beleggers van buiten Groot-Brittannië. Bijna driekwart van de aandelen P&O is inmiddels in buitenlands bezit. Zij hebben de koers vier jaar geleden tot een dieptepunt van 311 pence zien dalen. Dat was op het moment dat Groot-Brittannië zich uit het Europese wisselkoerssysteem bevrijdde. Zij hebben de koers twee jaar geleden zien stijgen tot een hoogtepunt van 699 pence in de jaren na de recessie. Vrijdag sloot de koers op 517 pence, voor de meeste beleggers uiterst onbevredigend.

Maar Londense analisten beoordeelden de kansen op rendementsgroei en substantiële koersstijgingen vanmorgen als “bijzonder gunstig”. Ze wezen erop dat de onderneming al geruime tijd bezig is zich te ontdoen van niet-kernactiviteiten.

In drie jaar tijd moet voor 500 miljoen pond aan onroerend goed zijn afgestoten. Vorige week nog werd dochteronderneming P&O Oilfield Services voor 27,5 miljoen aan het management verkocht.

Ook de fusie van de P&O containerdivisie met het collega-bedrijfsonderdeel van Nedlloyd past volgens analisten in het streven van bestuursvoorzitter Lord Sterling om door rationalisatie kosten terug te dringen en de opbrengst te verhogen.

Een zelfde doel dienen de onlangs begonnen samenwerkingsgesprekken met andere veerbooteigenaars als Stena Sealink en SeaFrance om de schade te compenseren die de firma op het traject Calais-Dover lijdt sinds de Eurotunnel twee jaar geleden in gebruik is genomen.

P&O boekte vorig jaar een netto winst van 320,4 miljoen pond bij een omzet van 6,57 miljard pond. Bijna eenvijfde van de omzet was afkomstig van decontainerdivisie.