Petersburg krijgt cadeau van 'onbekende' prins

Kroonprins Willem Alexander was drie dagen op bezoek in St. Petersburg. Hij deed de havenstad een beeld van Tsaar Peter als scheepstimmerman cadeau.

Niet bekend

Dat deze man het lint rondom het beeld van Tsaar Peter als scheepstimmerman doorknipt, is symbolisch voor de vriendschap tussen Nederland en het Russische volk, zo blijkt uit het welkomstwoord van de stadsgouverneur V. Yakovlev. Hij bezoekt drie dagen St. Petersburg om “een nieuwe pagina in het boek van de wederzijdse betrekkingen te schrijven”, aldus Yakovlev. Om het verblijf van Tsaar Peter in Nederland te vieren en om diens oprichting van de Russische vloot, driehonderd jaar geleden, te memoreren.

De Nederlandse ambassadeur, baron De Vos van Steenwijk, roemt Tsaar Peters opvatting destijds dat Rusland onderdeel was van een groter Europa. Nederlanders waren toen onder de eerste Europeanen om “ja” te zeggen tegen Rusland, zegt de ambassadeur, “zoals vandaag”.

Een hymne, die voor de gelegenheid is geschreven door stadscomponist Panchenko van St. Petersburg, klinkt tussen de grootse gebouwen van de Admiraliteit en de oude paleizen aan de overkant van de rivier. Terwijl het orkest van de Admiraliteit de hymne speelt, wachten de prins en de gouverneur naast het standbeeld met bloemen in de hand. Even lijkt het erop dat de ceremonie de prins te lang duurt - hij wipt één seconde ongeduldig op zijn hielen. Na de laatste tonen leggen de gastheer en zijn gast bloemen op de sokkel en knikken ze erkentelijk naar het beeld van de Tsaar.

Bij zijn vertrek naar de receptie op twee fregatten van de Koninklijke Marine zwaait de prins vrolijk naar de Russen. Hij schudt geen handen en houdt geen toespraak. “Jammer”, vindt een Russische vrouw. “Toen de Engelse prins Charles er was, deed hij dat wel.”

De receptie op de Hr Ms Witte de With vormt een ontspannen intermezzo in het eerste officiële buitenlandse bezoek dat de kroonprins aflegt zonder Koningin Beatrix. Tussen de Nederlandse matrozen, diplomaten, zakenmensen en verslaggevers op het schip drinkt de prins wat pilsjes. De ambtenaren die hem voortdurend omringen en belast zijn met zijn welzijn en veiligheid, maken een zenuwachtige indruk. Vergeleken met hen is de prins opvallend ontspannen, hij grapt telkens met zijn gesprekspartners.

's Avonds in de met goud beklede zaal van het Aleksandrinski Theater onstaat een melige sfeer. In dit concert voeren het Peterburgs Orkest en het Radio Philharmonisch Orkest afwisselend werken van Nederlandse en Russische componisten op, onder leiding van een Nederlandse en Russische dirigent. Verschillende toespraken worden afgesloten door een dankwoord van de directeur van het orkest. In zijn enthousiasme spreekt hij veel te lang, waardoor de tolk grote brokken tekst moet vertalen. De twee raken in de war en weten op een gegeven moment niet meer wie nu het woord moet nemen.

De volgende ochtend op de erebegraafplaats Piskarovskoje is de sfeer heel anders. De dodenmars van Tsjakovsky klinkt door luidsprekers, de lucht is donkergrijs. Bij het grote monument dat de 450.000 slachtoffers van het beleg van Leningrad gedenkt, laat de prins een krans plaatsen. Hier liggen onder groene, rechthoekige grasheuvels duizenden van die inwoners van Leningrad begraven, die 55 jaar geleden sneuvelden. De grote Russische soldaten nemen imposante stappen rondom de eeuwig brandende fakkel. Tijdens de oefening, even tevoren, beet een officier hen nog toe dat het nemen van die passen in het geheel niet deugde.

Buiten de poort van de begraafplaats staat een groep veteranen met rode anjers in de hand. Kleine, oude mensen in grijze en zwarte regenjassen. Ze komen hun ouders eren die vielen bij het beleg dat op deze dag in 1941 begon en negenhonderd dagen duurde. Een vrouw vertelt waar de muziek van Tsjakovsky haar aan doet denken: de dood van Brezjnev en de dood van Andropov, toen werd dezelfde muziek de hele dag op de radio uitgezonden. In het programma van de prins is geen moment ingepland om de veteranen te begroeten. Hij tekent het gastenboek.

In het enorme Winterpaleis dat Tsaar Peter bouwde, is het museum Hermitage. In hoog tempo jagen de Russische veiligheidsmensen de prins door de zalen om op tijd te zijn voor de welkomstwoorden van de directeur van Hermitage, A. Piotrovsky, en die van Museum Het Loo. De twee musea hebben samen een tentoonstelling ingericht met Nederlandse en Russische Ridderorden - een paar honderd medailles achter glas. Door de stenen gangen galmt de muziek van kleine orkesten die de prins verwelkomen. Een oudere schoonmaakster die niets staat te doen, kijkt naar de blonde man, wiens ogen voortdurend lachen. “Is hij een prins?” vraagt ze verwonderd aan een bezoekster. Hij moet wel belangrijk zijn, want iedereen wordt aan de kant geduwd. “Uit welk land?”. Zweden, oppert de vrouw. “Nee, Nederland”, zegt een ander. “Ooo”, de schoonmaakster kijkt ernstig. “Hij is groot.”