NDAï NDAï

Ndaï Ndaï: Beka-E (MW Records 3013). Distr. Music & Words.

Veel bandjes zijn wel aardig om live op te dansen maar vallen in de huiskamer snel door de mand omdat alles gesneden blijkt uit hetzelfde laken. De groep Ndaï Ndaï uit de Centraal Afrikaanse Republiek daarentegen klinkt thuis minstens zo goed als in een zaal, zo leert Beka-E met opnamen van het World Roots Festival '95.

De titel van deze cd verwijst naar de pygmeeën uit het binnenland door wier muziek Ndaï Ndaï zich laat inspireren. Toch zijn de musici overduidelijk 'stads' geschoold, zo niet in de hoofdstad Changui dan wel 'gewoon' in Parijs. Leadzanger Mathurin Koyabade heeft een gespierde en lenige alt, de meeste liedjes klinken heel welluidend en gitarist Théophile Koumangou speelt spannende solo's, bijvoorbeeld in het knap gearrangeerde Natiti. Zelfs een meerstemmige smartlap ontbreekt niet op deze cd: 'Ik heb veel moeten lijden om deze vrouw te veroveren/Als jij haar wilt dan moet je mij eerst doden', dat is de essentie van de tekst van Fa Mbi.

De grootste verrassing van deze band steekt in het ritmisch concept. Er wordt vaak van tempo en maatsoort gewisseld en drummer Rufin Djapa slaat (on)regelmatig de fraaiste 'breaks'. Van monotonie is daardoor geen seconde sprake. In politiek en economisch opzicht heeft het land van ex-'keizer' Bokassa nog weinig reden tot juichen gegeven maar op deze muziek mag heel Afrika een beetje trots zijn, niet alleen het geteisterde en ontvolkte centrum.