Koerden in Arbil in greep van angst voor Saddam

ARBIL, 9 SEPT. De hitte in Arbil, de administratieve hoofdstad van het de facto onafhankelijke Noord-Irak, is vrijwel ondraaglijk. De stad moet het nu al ruim een week zonder water en elektriciteit stellen, en de levensomstandigheden worden er steeds slechter. Vrouwen en kinderen sjouwen met plastic kannen en blikken op zoek naar water. Bij de ziekenhuizen staan lange rijen wachtenden, die hopen hier een kraan te kunnen vinden.

Op de gezichten van veel inwoners, ongeveer ongeveer een miljoen in totaal, staat bovendien angst te lezen. Angst voor de toekomst. Wat staat de overwegend Koerdische bevolking van Noord-Irak te wachten na de kortstondige invasie, ruim een week geleden, van het Iraakse leger in Arbil? En nog wel op verzoek van een van de belangrijkste Koerdische partijen, de Koerdische Democratische Partij (KDP) van Masoud Barzani? Hoeveel leden van de Iraakse inlichtingendienst, de Mukhabarat, bevinden zich nog steeds in de stad? En hoe lang duurt het voordat de troepen van Saddan Hussein zich opnieuw een weg in Iraaks Koerdistan banen?

Een arts in het Rizagari-ziekenhuis in Arbil verklaart dat het de hoogste tijd voor hem wordt om uit Noord-Irak te vertrekken. “Ik probeer om met mijn broer, die in Duitsland verblijft, naar Europa uit te wijken”, zegt hij mistroostig. “Een meerderheid van de Koerdische bevolking is te murw om precies te begrijpen dat het Barzani en zijn tegenstander Talabani slechts te doen is om de macht. De Koerdische bevolking wordt ondergeschikt gemaakt aan de partijpolitiek.” Anderen geven het Westen de schuld van de mistroostige situatie in Noord-Irak. Waarom reageren de VS niet als de Iraniërs of de Turken Noord-Irak binnenvallen? Dat is de reden waarom we opnieuw zijn verworden tot speelbal van de regio, klinkt het alom.

Niemand in Arbil valt Barzani openlijk af, maar het is duidelijk dat ze Saddam Hussein niet vertrouwen. De Koerden hebben in het verleden op bloedige wijze kennis gemaakt met zijn regime. Niet voor niets plantten Saddams soldaten vrijwel onmiddellijk na hun binnenkomst in Arbil de Iraakse vlag op het parlementsgebouw van Noord-Irak. De boodschap was duidelijk: Iraaks Koerdistan mag dan wel door de geallieerde luchtmacht, aangevoerd door de Amerikanen worden beschermd, maar dat verhindert de Iraakse leider niet om het gebied te betreden.

“Het was een wanhoopsdaad”, antwoordt Sami Abdurrahman, de woordvoerder van de KDP en lid van het politbureau, op de vraag waarom Barzani de hulp van Bagdad inriep. Hij gaat terug naar 16 augustus, de dag waarop de KDP haar gouden jubileum vierde. “Enkele uren nadat Barzani de PUK, de Patriottische Unie van Koerdistan van Jalal Talabani, had opgeroepen om vredesbesprekingen te starten, lanceerden de peshmerga's (strijders) van de PUK in het noordoosten een aanval tegen ons. In één dag verloren we ruim honderd mannen”, aldus Abdurrahman. Voor de KDP was het toen duidelijk dat de PUK, in samenwerking met het Iraanse leger, uit was op terreinwinst in Noord-Irak.

De KDP en de PUK zijn sinds enkele jaren verwikkeld in een bittere strijd om de macht in Noord-Irak. Wat in 1991 begon als een hoopvol Koerdisch democratisch experiment is inmiddels uitgegroeid tot een nachtmerrie. De KDP won bij de regionale parlementsverkiezingen in 1992 een fractie meer stemmen dan de PUK, maar men koos er voor om de macht te delen. Maar al snel won de zucht naar macht van de oude rivalen, Barzani en Talabani.

Pagina 5: 'KDP zond VS lange brieven om hulp'

Sinds enkele jaren wordt het leven in Noord-Irak beheerst door gevechten tussen de rivaliserende KDP en de PUK, waardoor het gebied als het ware is opgedeeld in een noordelijk door de KDP gecontroleerd en een zuidelijk door de PUK gecontroleerd deel. De KDP vindt vooral een willig oor in de buurlanden Turkije en Syrië, waardoor er voor een steeds meer geïsoleerd rakende PUK weinig anders overbleef dan in Teheran aan te kloppen, zowel voor militaire als politieke steun. Iran maakte in juli van dit jaar van de gelegenheid gebruik om met de Iraanse Koerden in Noord-Irak af te rekenen. Ze drongen met tanks en troepen zeker 200 kilometer het gebied binnen. “Om terug te keren naar Iran”, aldus Addurrahman, “wensten de Iraniërs gebruik te maken van het door de KDP gecontroleerd gebied in Noord-Irak. Dat was onacceptabel voor ons. We vertelden hun dat ze op dezelfde wijze moesten terugkeren als ze waren gekomen.”

Voor de KDP is het duidelijk dat de aanval van de PUK in de nacht van 16 op 17 augustus, gesteund door de Iraniërs, vergelding was voor haar weigering om de Iraniërs tegemoet te komen. “Toen bovendien bleek dat zeker 1.000 manPUK-troepen ons via Iran probeerden te omsingelen, was het bewijs geleverd dat men uit was op terreinwinst in Noord-Irak.”

In Salahuddin, het hoofdkwartier van de KDP, werden vervolgens lange brieven geschreven aan de VS en Weterse bondgenootschappen om hulp. “Veroordeel het optreden van de Iraniërs”, luidde de noodkreet. Toen Washington hierop slechts antwoordde met een nieuwe poging om de vrede te bewerkstelligen tussen de PUK en de KDP, sloegen de stoppen in Salahudin door. “Er bleef ons niets anders over dan om aan te kloppen in Bagdad”, aldus een veiligheidsman van de KDP in Arbil.

Vertegenwoordigers van Westerse hulporganisaties in Arbil zeggen dat de Iraakse troepen slechts 48 uur in de stad verbleven. “De KDP was in korte tijd in staat om de orde en het gezag te herstellen”, aldus een van hen. KDP-bronnen verklaren dat tussen de 1.500 en 2.000 mensen, aanhangers van de PUK die de stad niet tijdig wisten te ontvluchten, zich bij de Irakezen hebben gemeld. Dezen tekenden een verklaring dat ze niet aan terroristische activiteiten zouden deelnemen, waarna ze zouden zijn vrijgelaten. Bovendien werden er naar schatting 500 arrestaties onder de bevolking verricht. Naast de PUK waren vooral de Turkmenen het doelwit van de Irakezen, evenals de leden van de INC, het Iraakse Nationale Congres. Het INC is een paraplu van Iraakse oppositiegroeperingen tegen het bewind van Saddam Hussein, dat grotendeels vanuit het Koerdische Noord-Irak opereerde. Vertegenwoordigers van het INC zeggen dat zeker 250 van hun aanhangers worden vermist of zijn gearresteerd. Rond de 100 anderen werden in Qushtepe, ten zuiden van Arbil, waar ze in een militair kamp verbleven, door het Iraakse leger gedood. Het INC heeft inmiddels bescherming gekregen van de KDP en verblijft nu in Salahuddin.

Zonder Barzani openlijk aan te vallen veroordelen INC-aanhangers zijn akkoord met Bagdad. “Leden van de Iraakse inlichtingendienst verblijven nu overal in Noord-Irak, waardoor we ons leven niet langer zeker zijn”, aldus een van hen. Het INC heeft inmiddels een beroep gedaan op het Westen om hen op te nemen.

KDP-vertegenwoordigers zeggen met grote stelligheid dat het Iraakse leger zich uit de regio heeft teruggetrokken. De troepen van Saddam Hussein houden zich tenminste beneden de 36ste breedtegraad op. Het gebied ten noorden daarvan wordt officieel door de geallieerden beschermd. Maar het is duidelijk dat de grens naar het noorden is opgeschoven, dichter naar Arbil toe. Ten zuiden daarvan, in Koi Sanjaq, werd gisteren zwaar gevochten tussen de PUK en de KDP. De laatste is aan de winnende hand. Het stadje is inmiddels in handen van Barzani, die nu verder op lijkt te rukken naar Dukan, van waaruit Arbil normaal zijn stroom krijgt. Deze stellling is nu in handen van de PUK.

Het is onduidelijk in hoeverre het Iraakse leger de KDP steunt in de strijd tegen de PUK. VN-Waarnemers in Arbil zeggen dat het Iraakse leger op korte afstand met zeker 50 tanks en duizenden manschappen aanwezig is. Barzani heeft verklaard ten minste Dukan te willen veroveren op de PUK om zo Arbil van elektriciteit te voorzien. Menigeen in Noord-Irak verdenkt hem er echter van uit te zijn op de heerschappij over heel Noord-Irak. Wellicht met behulp van het Iraakse leger.