Hoboïst Bart Schneemann verlaat het Rotterdams Philharmonisch Orkest èn Gergjev; 'Gedreven musiceren, zonder compromissen'

Het eerste Gergjev Festival van het Rotterdams Philharmonisch Orkest betekent ook de laatste serie concerten waarin hoboïst Bart Schneemann optreedt bij het Rotterdamse Orkest.

Gergjev Festival van het Rotterdams Philharmonisch Orkest: 18 t/m 27/9 in en rond De Doelen, Rotterdam.

Bart Schneemann en Godelieve Schrama soleren in het Dubbelconcert voor hobo en harp van Hans Werner Henze bij Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Lev Markiz. 29/9 Vredenburg Utrecht; 6/10 Concertgebouw Amsterdam.

Na twaalf jaar op de eerste hobo-plaats neemt Schneemann ontslag bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest en gaat hij verder als zelfstandig musicus. Het vertrek uit Rotterdam van de gevierde Schneemann, in 1991 winnaar van de 3M-Prijs van 100.000 gulden, is vergelijkbaar met het vertrek van begenadigde musici als hoboïst Han de Vries, cellist Anner Bijlsma, fluitist Jacques Zoon en violist Jaap van Zweden bij het Concertgebouworkest. Schneemann stapt op, ondanks een uitzonderlijk goede relatie met Gergjev, die hem in zijn Kirov-orkest in St. Petersburg liet meespelen en hem graag voor het Rotterdamse orkest had behouden.

Schneemann: “Het is heel raar. Ik kom na lang nadenken tot een scheiding in een goed huwelijk, ik ga weg bij iets dat me na aan het hart ligt. En dat op een moment dat het orkest dankzij Valery Gergjev een grote toekomst heeft. Het is een godswonder dat het Rotterdam is gelukt hem als chef-dirigent te krijgen. Helaas lopen zijn komst en mijn carrière niet synchroon. Gergjev had tien jaar geleden moeten komen, in ieder geval vijf jaar geleden. Ik kan niet nog eens vier of vijf jaar blijven, want dat zijn voor mij in zekere zin verloren jaren.

“In ben nu 42, ik wil in de tweede helft van mijn leven dingen doen die nog meer uit mezelf voortkomen. Vaker op mijn eentje spelen en als solist optreden. Ik ga meer aan kamermuziek doen, Bach spelen met cellist Pieter Wispelwey en klavecinist Menno van Delft. En ik blijf artistiek leider van het Nederlands Blazers Ensemble. Zo heb ik zelf meer vat op de programmatische en inhoudelijke kant van de muziek. Ik wil ook meer tijd en rust.

“De afgelopen jaren voelde ik me opgejaagd, ik had een dubbelfunctie met dat werk voor het Blazers Ensemble, al is het ongelooflijk dat het orkest me daartoe de gelegenheid heeft gegeven. Ik had een salaris waarvan ik goed kon leven en daarnaast deed ik dingen die niet zoveel geld opbrachten. Ik kies nu voor een leven met minder inkomen, zeker voorlopig. Maar geld is geen drijfveer, ik volg mijn intuïtie. Ik ben niet geboren voor grote instituten, ik wil het zo klein mogelijk houden, waardoor ik minder compromissen hoef te sluiten.”

In het orkest ziet Schneemann die compromissen zowel op sociaal als op artistiek vlak. “Wanneer een grote dirigent als Gergjev, Rattle of Brüggen voor het orkest staat, is dat een prettige gebeurtenis. Maar als er mindere goden voor het orkest staan, is dat onaangenaam. Dan moet je met een grote groep komen tot een muzikaal saamhorigheidsgevoel en dat is er niet altijd. Dat is geen reden om het er maar bij te laten zitten, maar wel een drijfveer om nu ook eens wat anders te willen, want ik speel al vanaf mijn achttiende in orkesten, met veel liefde en plezier.”

Het inmiddels afgelopen Jaar van de Ensembles, dat uitliep op een omvangrijke, maar niet erg geslaagde manifestatie in het Holland Festival, doet Schneemann niet twijfelen aan de toekomst van het Blazers Ensemble. “Ik heb zelf ook vragen, er zijn misschien te veel ensembles. De ensembles zijn wel een Nederlandse successtory, maar hebben in ons land toch niet het publiek opgeleverd waarop we hadden gerekend.

“Dat is een teleurstelling, maar die ontmoedigt mij persoonlijk niet. Het Nederlands Blazers Ensemble is een buitenbeentje, wij zijn als 35-jarige het oudste en hebben ons eigen repertoire. We zijn niet het Orkest van de 21ste eeuw, we spelen nieuwe èn oude muziek, vanaf het seizoen '97-'98 ook op authentieke instrumenten. Wij zijn flexibeler, we volgen ons eigen hart, we willen muziek spelen die we goed vinden, zoals het Requiem voor Louis XVI dat de Franse componist en hoboïst Bochsa in 1815 schreef en dat bij ons een moderne wereldpremière gaat krijgen.

“Iedere musicus wil Mozart spelen, als hij het zou kunnen misschien wel op oude instrumenten, en een week later Takemitsu. Alléén Stockhausen, ik weet niet of iemand dát diep in zijn hart wel wil. Goede muziek zit in de eigentijdse muziek en in de volksmuziek, maar is ook vroeger geschreven. Ligeti, Sjostakowitsj, Mozart. Zó wil je zijn als musicus en zó wil ik mijn leven ook vullen.”

Schneemann is via zijn leraar Han de Vries opgegroeid in de Nederlandse hobotraditie, gevestigd door Jaap Stotijn. “Bij veel andere hobostijlen gaat het om een fantastische vingertechniek. De rest laat men wat zitten, de klank, het blazen, de stijl van spelen. Bij hobo is dat heel belangrijk: doordat je zelf het riet moet snijden, maak je zelf het belangrijkste onderdeel van je instrument. Je hebt de keuze hoe het klinkt, niemand speelt zoals een ander. Ik heb mijn eigen ideeën, mijn eigen klank. Goed of slecht, het is van mij.

“Hoe beter de dirigent is, hoe meer je zelf kunt doen wat je wilt. De eerste repetitie met Gergjev was een niveau beter dan wat ik tot dantoe had meegemaakt. Daarna waren zijn concerten wat betreft inspiratie ook de beste. Het orkest moet niet een wil worden opgelegd, er moet wisselwerking ontstaan tussen dirigent en spelers en dat gebeurt bij Gergjev.”

Wat velen omschrijven als de 'gekte van Gergjev', het altijd veel te hard werken, te veel van zichzelf eisen, en te veel van anderen, herkent Schneemann als 'monomanie'. “Hij wordt gedreven door een duivelse drang om de essentie van de muziek te laten horen. Hij laat zich niet verleiden tot enige ontspanning, zijn compromisloze overgave aan de muziek overtuigt. Dat werd in de loop der jaren dat ik hem nu meemaak steeds erger - en dus beter - en krijgt nu zelfs ongelooflijke dimensies. Hij voelt zich verantwoordelijk, voor de hele muziek en vooral voor het Russische muziekleven en dan ook nog voor alle details bij het Kirov Theater, hij let in St. Petersburg ook op de garderobejuffrouwen.

“Ik merk dat zelf ook bij het Blazers Ensemble, hoe meer je verantwoordelijk voelt, hoe moeilijker het is om wat uit handen te geven. Daarom wil ook meer tijd besteden aan mijn werk, omdat ik zeker wil zijn dat alles klopt. Ik wil het doen zonder compromissen, met volledige overgave.”