...En de kater na Schloss Albrechtsberg

Zo was de afgelopen week al met al voor de verhoudingen tussen Nederland en Duitsland veelbetekenend. Woensdag had de CDU-voorzitter Wolfgang Schaüble op uitnodiging van CDA-fractievoorzitter Enneüs Heerma een bezoek gebracht aan Den Haag.

Bij die gelegenheid zei deze partijgenoot van Bondskanselier Helmut Kohl dat Duitsland niet van plan was om op te treden als boodschappenjongen voor Nederland inzake het slepende conflict tussen Den Haag en Parijs over het “lakse” Nederlandse drugbeleid. Daarmee gaf hij te verstaan dat Nederland, om met W.L. Brugsma te spreken, nog altijd niet veel meer is dan “aanlegsteiger en moestuin” van Duitsland.

De opmerkelijke desinteresse van leden van de Bondsdag voor de Duits-Nederlandse parlementariërsconferentie moet misschien ook daaruit worden verklaard: van het 672 leden tellende Duitse parlement kwamen zeventien parlementariërs opdagen in Dresden.

Ook de Duitse lijst van “Teilnehmer und Teilnehmerinnnen” voor de bijeenkomst getuigde niet van veel belangstelling of respect voor het Nederlands parlement. Deze bevatte enige opmerkelijke aanpassingen van de partijpolitieke verhoudingen in de Tweede Kamer. Zo bleken Maria van der Hoeven (CDA) en Wim van Gelder (PvdA) opeens partijloos en was Theo Hendriks (Groep Hendriks) lid van de PvdA-fractie. Maar bovenal bleek dat de ouderenpartij AOV en het CDA op wonderbaarlijke wijze waren gefuseerd: alle CDA'ers, te beginnen met “Präsident Willem Deetmann”, bleken lid van AOV/CDA, net als overigens Will Verkerk (AOV).

De Nederlandse Kamerleden reageerden lacherig. Een CDA'er stelde slechts vast: “Prima, we hebben de ouwetjes terug.”

Naast de hartelijkheid, de hoffelijkheid en de Gemütlichtkeit die vooral het diner vrijdagavond in Schloss Albrechtsberg kenmerkten, waar enige Nederlandse Kamerleden in spontaan gezang uitbarstten, was ook gemor hoorbaar. De Nederlandse Kamerleden waren toch wat gekwetst door het absenteïsme van de Duitse collega's.

Wordt de jonge traditie van de parlementariërsconferenties na deze ervaring voortgezet? Nou, neuh, klonk het in de omgeving van Kamervoorzitter Deetman aanvankelijk. Maar diens Duitse collega Rita Süssmuth dacht daar anders over. Natuurlijk krijgt de conferentie een vervolg, beklemtoonde zij. Daarna kon Deetman weinig anders doen dan dit met kracht te onderstrepen. De parlementariërsconferentie is dood; leve de conferentie.