CIA was vanuit Arbil actief tegen bewind van Saddam

WASHINGTON, 9 SEPT. De Amerikaanse inlichtingendienst (CIA) leidde en financierde vanuit de Koerdische stad Arbil een geheime operatie om de Iraakse regering te destabiliseren. De Iraakse bezetting van de stad, op 31 augustus, maakte een einde aan die operatie. Dat meldden Amerikaanse kranten dit weekeinde. Meer dan 100 Irakezen die bij de operatie betrokken waren zouden door troepen van Bagdad zijn gearresteerd en vervolgens geëxecuteerd.

Een handvol Amerikaanse CIA-agenten wist bijtijds uit Arbil en de Koerdische zone in het noorden van Irak naar het zuiden van Turkije te ontkomen. De agenten die ze achterlieten waren Koerdische rebellen en Iraakse deserteurs.

The Los Angeles Times citeerde gisteren een anonieme Amerikaanse functionaris die het stuklopen van de operatie “een van de ernstigste tegenslagen ooit op spionage-gebied” noemt. Volgens dezelfde krant heeft CIA-directeur John Deutch vóór de Iraakse inval in de noordelijke zone aan Koerdische medewerkers van de inlichtingendienst gezegd dat de iraakse president Saddam Hussein binnen een jaar omvergeworpen zou worden.

President Clinton zou zijn goedkeuring aan de geheime onderneming hebben gegeven. Zeker sinds 1992 heeft de Amerikaanse regering Iraakse oppositiegroeperingen gesteund met geld, informatie en communicatie-apparatuur. Begin dit jaar zou Clinton de CIA opdracht hebben gegeven om de operatie uit te breiden, en om de anti-Saddam groepen lichte wapens te leveren, militaire opleiding voor hen te verzorgen en hun spionage-apparatuur te verschaffen. De afgelopen maanden werd echter steeds duidelijker dat het programma weinig resultaat opleverde.

De Amerikaanse regering heeft nog niet officieel gereageerd op de berichten. Maar de Republikeinse meerderheidsleider in de Senaat, Trent Lott, pleitte er gisteren voor dat de Senaatscommissie voor de inlichtingendiensten zich over de kwestie buigt. “De hele operatie baart me zorgen.”

De CIA had dit jaar zo'n 20 miljoen dollar uitgetrokken voor de destabilisering van Saddams regime. Daarvan profiteerde vooral het Iraakse Nationaal Congres (INC), een overkoepelende organisatie van Iraakse en Koerdische verzetsorganisaties die in 1992 met steun van de CIA is opgericht. Verdeeldheid, vooral tussen de twee Koerdische facties, verlamde de organisatie - die nooit een serieuze bedreiging voor het regime van Saddam Hussein is geweest - in toenemende mate. Een anoniem, vooraanstaand lid van het INC zei zaterdag in The New York Times dat de troepen van Saddam bij hun inval in Arbil computers en archieven van de organisatie in beslag hebben genomen. “Binnen twee uur was de Iraakse oppositie haar hele infrastructuur kwijt”.

Veiligheidsagenten van Saddam zochten huis-aan-huis naar leiders van de organisatie. Veel leden van het INC waren op 28 en 29 augustus naar Arbil gekomen voor de oprichting, op Amerikaans aandringen, van een politiemacht die een einde moest maken aan de gevechten tussen de Koerdische groeperingen onderling.

Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken zegt de berichten uit Irak over massa-executies van leden van het INC geloofwaardig te vinden, maar ze niet te kunnen bevestigen. De leider van de militaire tak van het INC zegt in The Washington Post dat veel van zijn mensen “uiterst teleurgesteld en bitter” zijn over het uitblijven van Amerikaanse hulp na de Iraakse inval in de Koerdische zone in het noorden van het land. De regering-Clinton koos ervoor te reageren met raketaanvallen op luchtafweergeschut in het zuiden van Irak.