Berndsen: financieel onderlegde zeezeiler

Leo Berndsen (1943) en Kees Storm waren vrijwel even oud toen de commissarissen van hun werkgever Aegon de beslissing moesten nemen: wie zou de nieuwe eerste man worden? Zij kozen Storm, Berndsen werd tweede man, maar toen kwam het transportbedrijf Nedlloyd langs. Vreemd vonden zij bij de verzekeraar de overstap in 1993 niet.

“Berndsen is iemand die een tent wil runnen”, zegt een naaste medewerker uit zijn Aegon-tijd. “Hij is de eerste geweest die Nedlloyd op een bedrijfseconomische manier probeert te leiden”, zegt drs. P. De Vries, directeur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en lid van de aandeelhouderscommissie van Nedlloyd.

Berndsen is een van de 'rekenmeesters', de elite van de financiële specialisten, die in de jaren negentig in het Nederlands bedrijfsleven in de top is gekomen. Zij werden binnengehaald om slecht lopende zaken te saneren, maar ook om te groeien, niet meer voor de romantiek, of voor de omzet, maar voor de winst per aandeel, het criterium waarop de beleggers en de financiële markten managers beoordelen. Berndsen is niet, zoals zijn voorganger Rootliep, in het defensief als het om de belangen van aandeelhouders gaat, zo merkte De Vries, maar open, en actie bereid.

De weg van Berndsen naar de top: Brabander, accountancy opleiding, daarna Philips, vervolgens acht jaar bij de coöperatieve verzekeraar Interpolis, eindigend in de hoofddirectie nog voor hij 40 was. Interpolis was een puur Nederlands bedrijf, maar Berndsen wilde ook buitenlandse ervaring opdoen, en stapte over naar concurrent Aegon, waar hij de grote Amerikaanse activiteiten ging leiden. Medewerkers noemen hem een harde werker, heel betrokken bij de zaken die hij doet, financieel zeer onderlegd, maar ook een manager die in het uitstippelen van de ondernemingsstrategie zijn mannetje staat. Zijn meest genoemde hobby bij de overstap naar Nedlloyd: zeezeilen.

Het verschil in activiteiten tussen Aegon en Nedlloyd weerspiegelt zich in de waarde die beleggers aan de bedrijven geven. Voor Aegon tellen zij nu bijna 22 miljard gulden neer, voor Nedlloyd (18.500 medewerkers, waarvan de helft buiten Nederland) vanochtend bijna een miljard gulden. Daarmee blijft het concern overigens nog achter bij ondernemingen zonder veel 'Hollands glorie' gehalte als Wegener (media, bijna 1,1 miljard waard) en Otra (handel, bijna 1,1 miljard).