Beatrix moet het Afrikaans beschermen

De Dietse Federatie, een organisatie van Afrikaanssprekenden in Zuid-Afrika, vindt dat koningin Beatrix bij haar bezoek aan dat land, begin volgende maand, niet alleen Engels maar ook Nederlands moet spreken. Ook Leopold Scholtz vindt dat de koningin de Afrikaanstaligen een hart onder de riem moet steken.

De taalkwestie ligt in Zuid-Afrika zeer gevoelig, en het gevaar van misverstanden tussen Nederlanders en Zuid-Afrikanen is helemaal niet denkbeeldig. Het kan dus de moeite waard zijn om aan een Nederlands publiek uit te leggen waar het hier om gaat.

Helaas wordt de kwestie ietwat vertroebeld door het feit dat de Dietse Federatie een extreem-rechtse beweging is. Daardoor heeft de kwestie een politiek tintje gekregen dat ze eigenlijk niet verdient, want ook de gematigde Afrikaanssprekenden zouden het op prijs stellen als Hare Majesteit zich niet tot Engels beperkt.

Nederland is een land van vele dialecten, maar (als je het Fries even buiten rekening laat) met slechts één taal. Hierover bestaat geen verdeeldheid. Zo'n unanimiteit bestaat in Zuid-Afrika niet. Volgens de interim-grondwet zijn er elf officiële talen: Afrikaans, Engels, Zoeloe, Xhosa, Swazi, Noord- en Zuid-Sotho, Tswana, Ndebele, Venda en Tsonga. Voor Afrikaans en Engels is een speciale status weggelegd: niet één van de rechten die zij onder de oude grondwet hadden - toen zij de enige officiële talen waren - mogen van hen afgenomen worden. In de definitieve grondwet, die waarschijnlijk vóór december in werking zal treden, wordt die bescherming niet vermeld; alle elf talen worden gelijkgesteld.

Deze theoretische situatie is echter niet de werkelijkheid. In de praktijk wordt er steeds meer gediscrimineerd, zowel tegen de negen zwarte talen als tegen het Afrikaans. Het beleid van het , dat de dienst uitmaakt in de regering, is dat alle elf talen moeten worden erkend, maar dat alleen Engels the language of record zal zijn.

Dus zijn de uitzendingen op de Zuid-Afrikaanse staatstelevisie bijvoorbeeld tegenwoordig overweldigend in het Engels: voor de andere talen zijn slechts enkele uren weggelegd - voor het Afrikaans iets meer dan twee procent van de zendtijd. Ook werkt de regering aan plannen om het Afrikaans op school en aan de universiteit sterk terug te dringen.

In de apartheidstijd hadden de zwarte talen slechts in de zogenaamde 'thuislanden' enige status. Die status geldt nu theoretisch voor het hele land, maar het is op zijn best een minderwaardige status.

Beetje bij beetje wordt de status van Afrikaans ook aangetast. In het parlement hoor je nauwelijks nog Afrikaans spreken, en als het al gebeurt, laten met name sommige 'ers onmiddellijk hun misnoegen blijken door de zaal demonstratief te verlaten.

De taalkwestie wordt door twee factoren bepaald.

Ten eerste wordt het negatieve gevoel over het Afrikaans onder meer door de apartheidsgeschiedenis van Zuid-Afrika veroorzaakt. Apartheid was nu eenmaal het beleid van de Afrikaanssprekende blanken, en vele zwarten kwamen slechts met die taal in contact bij de praktische toepassing van het beleid: de politie, ambtenaren van het ministerie van 'Bantoe-administratie en ontwikkeling', etcetrea. Het Afrikaans wekt dus negatieve gevoelens bij vele zwarten.

Een tweede zaak is dat er over de taalkwestie een fundamentele communicatiebreuk in het land bestaat. Vroeger dachten Afrikaners: onze taal is voor ons ontzettend belangrijk; dus zullen de zwarten hun eigen taal ook wel belangrijk vinden. Telkens wanneer de zwarte voorkeur voor Engels naar voren kwam, vonden de Afrikaners dat heel gek en afkeurenswaardig.

Tegenwoordig werkt dat precies andersom.

De meeste zwarten zijn lauw over hun eigen taal. Net als elders in Afrika streeft met name de politieke en economische elite er naar om de gewezen koloniale taal - Frans of Portugees, of in dit geval Engels - over te nemen. Dat dit volgens talrijke studies het gewone volk (die de koloniale taal onvoldoende of helemaal niet beheerst) benadeelt, is tot nu toe hier niet echt doorgedrongen. Omdat de zwarte elite geen hoge prijs stelt op de eigen talen, kan men niet begrijpen dat met name de Afrikaners van verontwaardiging trillen als hun taalrechten worden aangetast.

Het valt ook buiten het ervaringsveld van de Nederlanders. De Nederlandse politieke cultuur werd gevormd doordat de geschiedenis hun de rol van handelsland met een vrij kosmopolitisch karakter opdrong, een land waar het nationalisme min of meer tot Potgieter en Bilderdijk beperkt bleef.

Het Afrikaner volk, daarentegen, werd geboren in de smeltkroes van voortdurende strijd tegen de zwarten, tegen de Engelse imperialisten, tegen de harde natuur. De geschiedenis drong hún een vurig nationalisme tegen vreemde overheersing op, en dat vond zijn neerslag - net als bij de Vlamingen - onder meer in een taalstrijd. De taalstrijd begon als instrument voor de politieke, sociale en economische emancipatie van de Afrikaners, maar ontaardde later in de ogen van de zwarten tot instrument om de macht te behouden.

De ironie is dat het Afrikaans niet alleen door de Afrikaners wordt gesproken. Zeker 85 procent van de kleurlingen, en zelfs ettelijke duizenden zwarten en mensen van Indiase afkomst hebben Afrikaans als huistaal. Bovendien spreken miljoenen Zuid-Afrikanen het Afrikaans als tweede of derde taal. Volgens bevolkingscijfers zijn er zelfs iets meer mensen die Afrikaans begrijpen dan die Engels verstaan.

Vroeger hadden met name de kleurlingen, die ook onder de apartheid te lijden hadden, een ambivalent gevoel over Afrikaans. In het nieuwe Zuid-Afrika worden de Afrikaanssprekenden, blank en bruin, door de gemeenschappelijke taaldiscriminatie in elkaars armen gedreven. Vandaar dat verreweg de meeste kleurlingen op de Nationale Partij van F.W. de Klerk stemmen.

Sinds de machtsovername van het is het Afrikaans al meer in het defensief gedrongen. En waar de Afrikaners zichzelf en hun culturele erfgoed dus tot onlangs veilig waanden, blijkt nu dat de bevordering ervan niet meer van staatswege gedaan zal worden, maar dat men het zelf zal moeten doen.

Het is tegen die achtergrond dat talloze Afrikaanssprekende Zuid-Afrikanen, wit en bruin, de culturele band met Nederland en Vlaanderen hebben herontdekt. Niet om de oude overheersende Afrikaner positie in het land te herstellen - men is realistisch genoeg om de nieuwe situatie te aanvaarden, al gaat het niet altijd van harte - maar om als culturele minderheid te overleven.

Als de koningin met haar bezoek dus naast Engels ook Nederlands spreekt, zal dit de Afrikaanssprekenden van alle kleuren het idee geven dat zij niet alleen op de wereld zijn. Is dat nu zoveel gevraagd?