Alain van der Biest; Oud-minister verliest opnieuw zijn eer

ROTTERDAM, 9 SEPT. Alain van der Biest, de 53-jarige arbeiderszoon uit de buurt van Luik die het bracht tot Kamerlid, tot Belgisch minister van pensioenen, tot Waals gewestminister van binnenlandse aangelegenheden en tot burgemeester van Grâce-Hollogne, heeft zijn eer opnieuw verloren. Afgelopen weekeinde werd hij opgesloten in de gevangenis van Lantin op beschuldiging van directe betrokkenheid bij de moord in de zomer van 1991 op zijn vroegere socialistische partijgenoot en kameraad André Cools.

De onverwachte arrestatie van Van der Biest doet België opnieuw naar adem snakken. Al in het begin van het onderzoek naar de moord op Cools werd zijn naam genoemd, in 1992 verloor hij (met zijn instemming) zijn parlementaire onschendbaarheid en werd hij intensief ondervraagd. Maar na verloop van tijd leek het spoor-Van der Biest dood te lopen wegens gebrek aan harde bewijzen. En toen begin 1993 een getuige - de nu eveneens aangehouden Italiaan Carlo Todarello - zijn belastende verklaringen tegen hem introk, geloofden nog maar weinig mensen in een hoofdrol voor Van der Biest bij de moord op Cools.

Het beeld van 'onschuld' werd onderstreept in een filmportret dat de Franstalige televisie RTBF in januari 1993 uitzond onder de titel: La grâce perdue d'Alain Van der Biest (De verloren onschuld van Alain van der Biest). Daarin waste hij zijn handen in onschuld, maar daarin uitte hij ook een nauwelijks verholen dreigement: hij had zijn kennis over het (ondergronde malafide) reilen en zeilen bij de Luikse Parti Socialiste op een cassettebandje ingesproken en dat aan twee vrienden toevertrouwd. 'Als ik schielijk kom te overlijden, dan zal die kennis alsnog openbaar worden gemaakt', luidde de boodschap.

Cools, zoon van een mijnwerker, gold als de ontbetwiste 'peetvader' in het Luikse socialistische milieu, die met ijzeren hand regeerde en die carrières van ondergeschikten kon maken of breken. Jarenlang was Van der Biest, zoon van een metaalarbeider, zijn protégé. Dankzij Cools kon Van der Biest zijn lange opmars binnen rangen van de socialistische partij maken: eerst als adjunct partij-secretaris van (de toen nog unitaristische) Belgische socialistische partij, vanaf 1977 als burgemeester van Grâce-Hollogne, een industiële gemeente boven Luik, en later als fractievoorzitter in de Kamer en als minister. Zelf bestempelde Van der Biest zich ooit als een Einzelgänger, iemand die zijn eigen weg gaat en zijn eigen keuzes maakt, trouw aan de socialistische principes. “Ik ben geen smeergeld-man. Ik heb nooit één frank smeergeld aangenomen. Ik bezit zelfs geen eigen huis. Mijn vrouw werkt, ik leef eenvoudig en ben daar tevreden mee. Vergelijk mij nooit met de kaviaar-socialisten”.

Van der Biest heeft zich altijd als een buitenbeentje gemanifesteerd in het Luikse socialistische milieu. Hij studeerde Romaanse filologie in Luik en Italiaanse letteren aan de universiteit van Perugia, en onderwees onder andere Frans en Italiaans aan de Koninklijke Athenea in Luik, zijn oude school. Hij beschouwt zichzelf als dichter en romancier. Hij schreef in de jaren tachtig onder andere vier welwillend besproken romans en een heldendicht over Cools.

Van der Biest was een briljante jongeman uit een briljante lichting binnen de PS, zo werd hij in het verleden afgeschilderd. Een vergrijsde socialistische militant zei ooit: “Dat zijn jongens die te gemakkelijk carrière hebben gemaakt en die drinken”. Dat laatste gold zeker voor Van der Biest: aan diens nationale loopbaan kwam in mei 1990 een einde toen bekend werd dat hij op een bijeenkomst in Stockholm te dronken was om een rede af te steken.

Dat imago van een aan lager wal geraakt politicus is Van der Biest niet meer kwijt geraakt, zeker niet toen uit het onderzoek van justitie naar de moord op Cools openbaar werd dat hij zich als Waals gewestminister (tot 1992) liet omringen door medewerkers van dubieus allooi met mafiose banden. Tot de afgelopen week gearresteerden behoort onder anderen de voormalige kabinets-secretaris van Van der Biest (Richard Taxquet), terwijl nog gezocht wordt naar zijn chauffeur Pino Di Mauro. Hun namen werden, en worden thans opnieuw genoemd in onder andere de zaak van 'de gestolen aandelen'. Met de opbrengst ervan zou de moord op Cools zijn gefinancierd, zo luidt een theorie.

Over het 'waarom' van die moord, is de afgelopen jaren ook volop gespeculeerd. Zo is beweerd dat Cools op de hoogte zou zijn geraakt van de mafia-praktijken van (de omgeving van) Van der Biest en daar een eind aan had willen maken. Van der Biest van zijn kant heeft ooit getuigd dat Cools hem in april van 1990 had voorgesteld om als nieuwe gewestminister het bestaande illegale financieringssysteem van de PS voort te zetten, door onder andere nep-rekeningen uit te schrijven. 'Natuurlijk ben ik daar niet op ingegaan', zei Van der Biest toen.

Begin 1993 trok Carlo Todarello (de oom van de vrouw van secretaris Taxquet) zijn belastende verklaringen in, naar verluidt onder bedreiging uit het Italiaanse onderwereldmilieu in Luik. Tot woede van onder anderen haar collega Jean-Marc Connerotte uit Neufchâteau sloot de Luikse onderzoeksrechter Véronique Ancia het dossier van de aandelenzwendel en Van der Biest, en concentreerde ze haar aandacht op een mogelijk verband tussen de moord op Cools en de Agusta-smeergeldaffaire. In maart 1993 kwam Van der Biest nog een keer in het nieuws: dat was toen hij na een avond stappen zwaar gewond op straat werd gevonden, vlak bij zijn huis. Sommigen zeggen dat hij is gevallen, anderen schrijven openlijk dat hij in elkaar werd geslagen, een duidelijke waarschuwing uit het 'milieu' om zich stil te houden. Nu moet blijken of dat stilzwijgen dit keer wel wordt doorbroken.