Zwavellamp doet het goed in Amerika; Bolletje van 40 millimeter net zo lichtsterk als honderden gloeilampen

IEDERE AVOND wordt in Washington D.C. het hoofdkwartier van het Amerikaanse ministerie van energie verlicht. Op zichzelf niets bijzonders, want vrijwel alle regeringsgebouwen in de Amerikaanse hoofdstad worden 's avonds in een heldere gloed gezet. Maar met de verlichting van het ministerie is iets merkwaardigs aan de hand: de lampen geven zoveel licht dat een bolletje ter grootte van een golfbal qua lichtopbrengst 250 gloeilampen van 100 watt kan vervangen.

Deze zogenoemde zwavellampen hebben een hoger rendement dan TL-buizen en een opmerkelijke lange levensduur van 20.000 uur.

Tot nu toe was de lamp, ontwikkeld door het Amerikaanse bedrijf Fusion Lighting uit Rockville (Maryland), behalve in Washington D.C. alleen te bewonderen in de postkantoren van Denver en Sundsvall in Zweden. Binnenkort is hij echter ook commercieel verkrijgbaar.

De nieuwe lamp is voor een belangrijk deel gebaseerd op klassieke gasontladingslampen als TL-buizen. Deze met kwik gevulde lampen stralen het merendeel van hun energie uit in het ultraviolette gebied, dat kortgolviger is dan zichtbare straling. Daarom wordt de binnenkant van de lamp bedekt met een fluorescerend poeder zodat de ultraviolette straling kan worden omgezet in zichtbare straling. In de lamp van Fusion wordt in plaats van kwikdamp zwaveldamp gebruikt samen met het inerte gas argon. Dat gas wordt niet zoals in een TL-buis door elektroden verhit, maar blootgesteld aan hoogfrequente elektromagnetische straling (2,4 miljard trillingen per seconde) van een bijbehorende microgolf-installatie, een soort magnetron. Hierdoor worden de gaselektronen in de lamp in een hogere energietoestand gebracht en stralen ze bij terugkeer naar hun oorspronkelijke toestand energie uit in de vorm van licht. Het spectrum blijkt bijna identiek te zijn aan dat van helder zonlicht.

De grote helderheid is echter maar een van de vele voordelen van de lamp, zegt Fusion. In de lamp zitten geen elektroden of een filament, die in normale lampen kunnen slijten en er vaak ook de oorzaak van zijn dat de lichtsterkte na verloop van tijd afneemt. Bovendien zijn zwavel en argon, evenals het kwarts waarvan het glasbolletje wordt gemaakt, stuk voor stuk milieuvriendelijke grondstoffen die zonder veel bezwaar bij het gewone afval gevoegd kunnen worden.

De zwavellamp van Fusion is echter niet bedoeld voor huishoudelijke toepassingen. Daarvoor geeft hij domweg te veel licht en bovendien heeft men een microgolf-installatie als voorschakelapparaat nodig. Zoiets zet je niet even in de kamer neer. Fusion Lighting wil zich dan ook richten op industriële toepassingen als fabriekshallen, winkelcentra, tuinkassen en buitenverlichting. Daar kunnen de lampen voor aanzienlijke besparingen zorgen.

De lamp die binnenkort commercieel geleverd zal worden is de Solar 1000. Dit kwartsbolletje met een diameter van 40 millimeter produceert aan lichtstroom 130.000 lumen. Dat komt neer op 98 lumen per watt. Bij een normale gloeilamp bedraagt het rendement 18 lumen. “Onze lichtopbrengst is vergelijkbaar met 75 standaard 100 watt gloeilampen”, zegt Michael Ury van Fusion Lighting. Weer andere protoypes produceren 450.000 lumen. Ter vergelijking: een normale gloeilamp haalt met moeite 1700 lumen.

De vergelijking met gloeilampen is maar ten dele zinvol, want voor het soort toepassingen waarop Fusion zich wil richten worden nu nog vaak hogedruknatriumlampen gebruikt. Bedrijven als Philips menen dat die lampen 'even goed' zijn. Het Eindhovense bedrijf ziet tot nu toe weinig in de zwavellamp. Het is niet dat men de technologie niet interessant vindt. Integendeel. Maar het grote bezwaar vinden ze in Eindhoven dat door het gebruik van de microgolf-installatie een rendementsverlies van dertig procent ontstaat. Bij normale voorschakelapparaten is het verlies 15 procent.

Bovendien verwacht men dat de zwavellamp zonder voldoende afscherming ernstig zal storen in het gigahertz-gebied, waarvan radarinstallaties gebruik maken.

In de Verenigde Staten is de lamp evenwel een prestige-project geworden. Het verlichten van openbare gebouwen kost in de Verenigde Staten alleen al zo'n 8 miljard dollar per jaar en die kosten moeten hoe dan ook worden teruggedrongen.