Wiskunde in Namibië

DE SCHOOL bestaat uit een aantal stoffige bouwsels, rechthoekige blokken evenwijdig aan elkaar geplaatst, er tussen een vlakte met rul zand. Jonge mensen slenteren over de hoge smalle trottoirs die de blokken omringen. Dit is een zwarte middelbare school op het zwarte Afrikaanse platteland.

In een somber hokje met gebroken ruiten zit achter een schrijftafel een klein keurig gekleed heertje. Boven hem hangt een handgeschreven tekst: “You are always welcome in the principle's office.” ('Principle', dus niet 'principal'.) Hij heeft het druk en loodst me door naar een jonge, knappe zelfverzekerde man. Zoals velen hier heeft deze enkele vuurrood gelakte nagels.

De leraar neemt me mee naar een wiskundeles. In de loop graait hij een bordpasser uit een voorraadkast en haalt deze uit het verpakkingsplastic. De leerlingen, jonge mensen van een jaar of achttien, staan op ter begroeting. Ik stel me voor (“I am a teacher from Holland, interested in education in Namibia.”) en zoek een plaats achterin de klas. Somber beton, een schoolbord, eenvoudige stoelen en tafels chaotisch opgesteld.

De leraar praat, de klas luistert. Wiskundeboeken liggen op instructie van de leraar opengeslagen op de tafels maar worden niet gebruikt. Soms vraagt hij of zijn uitleg begrepen wordt en dan volgt een soort gekreun. En dan vraagt hij het weer. En dan weer dat gekreun maar nu iets harder. Soms stelt hij een vraag. Niemand antwoordt. En dan nog eens en dan volgt soms een antwoord. Op sommige tafels staan tassen. Sommige leerlingen schrijven af en toe in een schrift.

De leraar spreekt gebroken Engels. “Waarmee kan je meten?” En als er geen antwoord komt: “Met een meter, nietwaar. Waarmee kun je nog meer meten?” En als er geen antwoord komt: “Met een 'string'.” En als het niet begrepen wordt: “Met een 'string', een 'string', een ... 'rope'. Dat begrijpt de klas. De leraar tekent vier stippen op het bord, hoekpunten van een rechthoek. “Als je een huis wilt meten span je het touw rond het huis, zo”, en hij tekent een lijn rond de vier punten zodat een rechthoek ontstaat, “en dan weet je hoe groot het huis is.” Nu zie ik dat de stippen rondjes zijn, palen. De klas kreunt relatief luid instemmend.

Misverstand: omtrek en oppervlak worden door elkaar gehaald. De reactie van de klas duidt erop dat huizen/hutten echt zo gemeten worden. Kan tot veel ruzie leiden. Deze oude foutieve volkskennis is tijdens de opleiding van de leraar niet vervangen door betere kennis - zoals bij een bijbelvaste evolutiebioloog.

Van de rechthoek gaat de les naar de cirkel. De leraar tekent een cirkel. O jee, deze man heeft nog nooit een bordpasser gebruikt. Het wordt een aardappel. “Stel dat de straal 10 is, hoeveel is dan de omtrek?”, vraagt de docent. Hoe kunnen ze dat weten zonder formule? De vraag wordt herhaald en herhaald. Na driftig rekenen mompelt een meisje: “290”. “How do you get it, 290?”, vraagt de leraar. Hij loopt heen en weer in de klas, de vraag herhalend. Het gaat minutenlang door. Het meisje zit met gebogen hoofd. De anderen zijn doodstil. Het doet bijna zeer zich in deze sfeer te bevinden. Dan verlost hij ons met het antwoord. “De straal is 10. En als je 10 plus 10 optelt krijg je de omtrek. Dus die is 20!” Misverstand: omtrek en middellijn worden door elkaar gehaald.

Enkele dagen later vertelt een collega dat deze docent vorig jaar een leerling zwanger heeft gemaakt.