Tribune

De Spaanse sportkrant AS meldde deze week dat Miguel Indurain binnenkort zal stoppen met wielrennen. De vijfvoudig Tourwinnaar zegt zelf nog te twijfelen. Mag de 32-jarige Spanjaard in één adem worden genoemd met Anquetil, Merckx en Hinault; de andere renners die de Tour vijf keer wonnen?

Peter Post, oud-ploegleider: “Jazeker, Indurain is een uitzonderlijk talent. Hij heeft genoeg gewonnen om in dat rijtje thuis te horen. Niet alleen vijf keer de Tour de France. Vergeet ook de Ronde van Italië en het wereld- en olympisch kampioenschap tijdrijden niet. Hij heeft inderdaad minder uitstraling dan bijvoorbeeld Hinault. Indurain is nu eenmaal een rustig type, ook privé. Ik geloof eigenlijk niet dat hij stopt, het is nog te vroeg. Hoewel Indurain geen man is die doorgaat tot het uiterste. Hij heeft al eens gezegd dat hij op zijn top wil stoppen. Maar ik vind hem nog te jong. De manier waarop hij dit jaar nog olympisch kampioen tijdrijden werd, was geweldig.”

Mark Vanlombeek, wielercommentator bij de BRT: “Hij is een heel groot renner, maar behoort niet tot het ras van de absolute kampioenen. Hij is niet zozeer een leider. Indurain rijdt zelden vooraan, behalve in de finale van een wedstrijd. Ik kan me een incident herinneren waaruit duidelijk blijkt dat Hinault echt de baas van het peloton was. Joël Pellier, een jonge Fransman, viel tijdens een rit voortdurend aan. Dat zinde Hinault niet. Hij is hem vervolgens zelf gaan halen en heeft hem volgens ooggetuigen een klap gegeven. Later vertelde Hinault dat hij Pellier slechts tegen zichzelf wilde beschermen, omdat hij met die rijstijl de Tour nooit uit kon rijden. Indurain zou zoiets nooit kunnen. Overigens is het moeilijk generaties te vergelijken. Indurain heeft minder andere grote overwinningen geboekt, maar dat is logisch. Iedereen specialiseert zich tegenwoordig op bepaalde wedstrijden. Merckx zou vandaag de dag ook de nummer één zijn, maar nooit zoveel wedstrijden kunnen winnen als in zijn tijd.”

Erwin Nijboer, ploegmaat van Indurain: “Ik denk dat Indurain wel bij de absolute kampioenen hoort. Je kunt het wielrennen van vandaag niet vergelijken met andere jaren. Het gaat steeds sneller, het is zó gemoderniseerd. Je kunt niet meer alle wedstrijden rijden, je moet je op één wedstrijd concentreren. De Tour is alles. Ik denk dat Indurain lichamelijk nog wel in staat is de Tour nog een keer te winnen. Geestelijk is het misschien moeilijker, misschien heeft hij geen zin om nog een jaar te rijden. Je moet echt honderd procent in orde zijn, anders wordt het niet veel. Maar dat geldt natuurlijk voor elke sport. Ik weet overigens niet of Indurain echt wil stoppen. Ik heb er tot nu toe weinig van gemerkt.”

Gert-Jan Theunisse, oud-wielrenner: “Als je de Tour in deze tijd vijf keer wint, mag je zeker in één adem met de anderen worden genoemd. Indurain heeft wat minder uitstraling, maar wel veel macht. Hij kon al die jaren de koers naar zijn hand zetten en op mindere dagen liet hij niet blijken dat hij een slechte dag had. Indurain reed zeker niet spectaculair. Hij pakte zijn winst in de tijdritten en ging vervolgens in de verdediging. Daarnaast liet hij etappezeges vaak over aan andere renners als hij dacht ze in het vervolg nog nodig te kunnen hebben. Ja, ook dat is macht. Het scheelde zeker dat Indurain altijd een sterke ploeg om zich heen had. In elke etappe had hij minstens twee renners aan zijn zijde om te helpen. Maar op de beslissende momenten stond hij er steeds zelf. Daarom doet dat aan zijn prestatie weinig af. Die staat en zal altijd blijven staan.”

Jan Raas, manager van de Rabo-wielerploeg: “Vanwege de Tour zou je Indurain in hetzelfde rijtje kunnen plaatsen, daarbuiten niet. Anquetil, Merckx en Hinault wonnen daarnaast nog heel veel andere wedstrijden, Indurain zag je alleen tijdens de Tour. Hij was ook absoluut geen leider. Die anderen waren hele andere persoonlijkheden. Als er iets was in het peloton, bijvoorbeeld een actie tegen de organisatie, zag je Indurain nooit vooraan. Dat liet hij anderen opknappen. Hij kon daarentegen de koers wel degelijk domineren. Met een sterke ploeg, maar dat hadden de anderen ook. Ik had verwacht dat Indurain dit jaar de Tour voor de zesde keer zou winnen. Volgens mij kan hij het volgend seizoen ook nog. Indurain is een soort sfinx, hij geeft zich nooit helemaal bloot. Misschien mankeerde hij dit jaar wel wat, maar dat liet hij in elk geval niet blijken.”