Tennis als hoorspel vraagt om uiterste concentratie

NEW YORK, 7 SEPT. Tennis is de favoriete sport van Lauren Snyder. De Amerikaanse heeft er graag een reis van twee uur per bus en trein voor over, om op Flushing Meadow de beste spelers van de wereld aan het werk te zien.

'Zien' is eigenlijk niet het juiste woord - tennis is voor Snyder een denksport. Wat de andere 20.000 toeschouwers in het Louis Armstrong Stadium kunnen aanschouwen, moet zij zich verbeelden in haar geest.

Lauren Snyder is blind. Ze is van tennis gaan houden door televisieverslagen te volgen. Haar eerste wedstrijd was de Wimbledon-finale in 1980 tussen Björn Borg en John McEnroe. Ze luisterde naar NBC-commentator Bud Collins, naar de reacties van het publiek, de bal, de rackets, het piepen van de schoenen en het steunen van de spelers. “Het maakte me nieuwsgierig”, zegt Snyder. “Ik probeerde me voor te stellen wat voor spel dit was.”

Snyder werd 27 jaar geleden geboren als Kim Kyungsoon in een dorpje ten zuiden van Seoul in Zuid-Korea. Op haar vijfde kreeg ze mazelen en verloor ze het gezichtsvermogen. Haar vader bracht haar naar een kostschool voor blinden en liet nooit meer iets van zich horen. In 1978 werd de 9-jarige Koreaanse geadopteerd door Therese Snyder, de directeur van de Katholieke Blindenbond in New York.

Jarenlang volgde Snyder de grand-slamtoernooien op televisie. Ze correspondeerde met haar favoriete commentator Collins en met behulp van een leesmachine las ze alles wat ze over tennis te pakken kon krijgen. In de zomer van 1991 ging ze voor het eerst naar het stadion. Ze studeerde op dat moment in Londen en nam de metro naar Wimbledon. “Ik was die eerste keer een beetje bang, dat ik niet zou weten wat er gebeurde”, herinnert Snyder zich.

Toen ze een kaartje had bemachtigd, vocht ze zich door de menigte naar haar plaats. Ze beleefde een fantastische dag. “Ik wist meteen dat er niks gaat boven een tenniswedstrijd in het stadion”, zegt Snyder. “De atmosfeer was overweldigend en ik ontmoette de meest interessante mensen.” Met de directie van Wimbledon voerde ze sindsdien een moeizame strijd om dezelfde faciliteiten te krijgen als voor toeschouwers in een rolstoel.

“Het is belangrijk om dicht bij de baan te zitten”, legt Snyder uit. “Het vraagt veel concentratie om het spel te kunnen volgen. Als ik verder van de baan zit, moet ik te veel afgaan op de reactie van de toeschouwers. En die zitten er soms naast.”

Pagina 15: Zuivere slagen

Snyder heeft liever niet dat iemand naast haar in het stadion de wedstrijd navertelt. “Hoe de bal van het racket komt, hoe de spelers lopen, dat hoor ik wel. Alleen bij een dropshot of een lob heb ik soms behoefte aan extra informatie.” Aan spelers die enorm kreunen, zoals Thomas Muster en Monica Seles, heeft ze een hekel. “Dat is lastig voor mij, want ze overstemmen vaak het geluid van de bal.”

In New York genoot Snyder dit jaar het meest van het duel tussen Stefan Edberg en Tim Henman. “Een prachtig duel met hoogstaand spel”, zegt Snyder. “Ik ben dol op Edbergs klassieke, zuivere slagen en zijn zelfbeheersing op de baan. Hij is een groot kampioen. En Henman is een jonge uitvoering van Edberg.”

De Zuidkoreaanse hoopt dat Michael Chang de US Open wint. Of anders Sampras of desnoods Ivanisevic, maar niet Andre Agassi. Snyder: “Agassi wordt overschat. Zijn persoonlijkheid is groter dan zijn spel. Hij mag dan een goede return hebben, verder is hij een blaaskaak. Ik heb niets met die McEnroe-maniertjes van hem.”

Snyder probeerde op televisie ook wel eens andere sporten. Bij honkbal praten de commentoren haar te veel. “Gek word ik daar van.” In juni volgde ze een paar duels van het Europees kampioenschap voetbal in Engeland. “Voetbal is okee. Engeland-Nederland was een leuk duel. Maar ik prefereer toch tennis, voetbal is vaak zo saai. Tennis is kant-en-klaargenot. Emoties kunnen heel snel veranderen, er gebeurt altijd iets.”