STROOM VAN HOUT (2)

Het artikel van Rob Biersma in W&O van 22 augustus begint met een citaat: 'Het klinkt als een paradox. Hout verstoken om de CO2 uitstoot te verminderen.' De mensen die hout willen verstoken in plaats van fossiele brandstoffen, maken inderdaad een denkfout. Zij gaan er van uit dat er meer steenkool, olie en gas in de grond blijft zitten als een brandstof gebruikt wordt die al deel uitmaakt van de koolstofcyclus boven het aardoppervlak. En dat is niet zo.

Uiteindelijk zal de volledige voorraad winbare fossiele brandstof naar boven gehaald worden omdat het goedkoper is dan verbouwde brandstof, omdat het schoner is dan verbouwde brandstof en gewoon omdat het er is. Het duurt weliswaar langer voor de fossiele brandstoffen uitgeput raken als ook alternatieven worden gebruikt, maar dat maakt voor het ecologische systeem niets uit. Om diezelfde reden is zuinig zijn met energie een zinloze strategie.

Zuinigheid leidt er toe dat we langer met de voorraad fossiele brandstoffen doen dan bij een scenario waarbij niet bezuinigd wordt. Maar hoe lang we er over doen om de winbare voorraden op te maken is absoluut niet relevant. Het enige dat telt is de hoeveelheid koolstof die cumulatief aan de cyclus op aarde wordt toegevoegd. Er zijn maar twee echte oplossingen voor het probleem van global warming: òf alle putten waar fossiele brandstoffen uit komen worden per 1 januari 1997 voor eeuwig gesloten, òf er wordt evenveel koolstof onttrokken aan de kringloop als er uit fossiele bronnen aan wordt toegevoegd.

De eerste oplossing is maatschappelijk onaanvaardbaar, dus moet gekozen worden voor de tweede. Als wereldwijd wordt gekozen voor de aanleg van koolstofdepots, kan het vrijkomen van CO2 bij de verbranding van fossiele brandstoffen zelfs geschrapt worden als bedreiging van het milieu. Ir. Louk J.M. Dielen van de stichting Bos en Hout zou zich dus niet moeten verdiepen in het verbranden van hout, maar in het verbouwen van hout ten behoeve van die koolstofdepots. Naast elke kettingzaag zou bij wijze van spreken een heimachine moeten staan die de boomstammen naar veilige diepten jaagt. Veilig betekent in dit geval dat er geen zuurstof bijkomt en er geen anaërobe bacteriën aan vreten die de koolstof uit het hout weer terugbrengen in de atmosfeer.

Welke koolstof terecht komt in de depots maakt niet uit, als de hoeveelheid die wordt geïsoleerd maar gelijk is aan de hoeveelheid gedolven fossiele brandstoffen. Er kunnen andere gewassen dan bomen voor verbouwd worden, maar ook afvalstromen moeten wereldwijd worden aangewend: gft, doorgedraaide appels, herfstbladeren, slachtafval, plastics - als er maar koolstof in zit. De technieken voor afvalscheiding moeten verder verfijnd worden want de problemen van de vuilstort willen we niet meer terug. Maar recycling en grootschalige vuilverbranding moet direct worden gestaakt. Biobakken moeten weer weg.

Waar de depots moeten komen, moet nog onderzocht worden. De troggen van de oceanen? De verlaten mijnen van Uranium City? Kritische scheiding van afval zal noodzakelijk blijven. De Markerwaard, Tweede Maasvlakte, Nieuwe Nationale Luchthaven, Plan Kustlocatie kunnen worden drooggelegd met oud papier. Wereldwijd moet een veelheid aan projecten worden uitgevoerd. Met name de bos- en landbouw kan op grote schaal worden ingeschakeld om te produceren voor de koolstofdepots.

Naschrift Rob Biersma:

Het is juist dat er vraagtekens gezet kunnen worden bij de gretigheid om afval te verbranden. Dat verhoogt inderdaad de uitstoot van CO2. Vanuit die gezichtshoek is storten van afval veel beter. Probleem is dat vrijwel altijd uitgassing optreedt: uit de vuilstort komt stortgas vrij (CO2 en CH) dat zich op den duur een weg naar buiten baant, de atmosfeer in. (Dat is ook het antwoord op de brief van ir. J. Prummel in W&O van 31 aug., die zich niet kan voorstellen dat het verbranden van afvalhout tot CO2-vermijding leidt. Als je met afvalhout geen elektriciteit opwekt, verrot het toch, maar dan in de vuilstort. En voor de opgewekte elektriciteit zijn geen fossiele brandstoffen nodig.) Als het mogelijk is om uitgassing te voorkomen, zou 'diepstorten' een mogelijkheid zijn om de CO2-uitstoot te verminderen. De aarde wordt dan wel letterlijk een vuilnisvat. Daarnaast lijkt het vrij zinloos om in mijnen steenkool te delven en elders boomstammen te begraven. De energie die in beide activiteiten gaat zitten, moet ook ergens vandaan komen. Wel valt er vanuit CO2-oogpunt veel voor houten heipalen te zeggen. De koolstof wordt daarbij blijvend aan de atmosfeer onttrokken. Daarnaast worden betonnen heipalen vermeden. Bij de bereiding van cement (en dus beton) komt zeer veel CO2 vrij dat geologisch gebonden was.