Stonehenge vervulde eerst rituele functie, daarna astronomische

Over de betekenis van het megalithische monument bij Stonehenge (Engeland) zijn vrijwel alle deskundigen het eens: het werd 5000 jaar geleden opgericht als een soort astronomisch observatorium. Veel minder overeenstemming bestaat er over de reden waarom juist deze locatie voor het observatorium werd uitgekozen: het ligt niet op de hoogste heuvel in de omgeving, niet in het diepste dal, en het ligt evenmin nabij een rivier.

Dr. Andrew Lawson, directeur van Wessex Archaeology, heeft onlangs een geheel nieuwe verklaring voor deze keuze gegeven (zie ook de gegevens hierover op Internet http: // www.superscape / com / Stonehenge.html): al 5000 jaar voordat het observatorium werd opgericht, zou het een waarschijnlijk rituele functie hebben vervuld. De bouwers van Stonehenge kozen voor hun observatorium dus een heilige plaats die wellicht al 5000 jaar als zodanig in gebruik was geweest.

Aanwijzingen daarvoor werden in 1966 gevonden in de vorm van verkleuringen in de grond op de huidiger parkeerplaats, een kleine 300 m ten noordwesten van het middelpunt van de steencirkel. Die verkleuringen zijn nu nader onderzocht,waarbij bleek dat dat er eeuwenlang houten palen in de grond moeten hebben gestaan. Dateringen met koolstof-14 hebben uitgewezen dat ze omstreeks 10.000 jaar geleden (dat is de Midden-Steentijd, Mesolithicum) in de grond moeten zijngeplaatst. Tot nu toe was onbekend dat de Mesolithische oermens structuren oprichtte, maar daaraan lijkt nu niet meer te kunnen worden getwijfeld.

Volgens Dr. Geoffrey Wainwright, hoofd van de archeologische afdeling van English Heritage, hebben er op de plaatsen van de verkleuringen palen gestaan die ongeveer 6-7 m lang zijn geweest. Hun positie sluit uit dat het gaat om onderdelen van een bouwwerk. Logischer lijkt dat het gaat om beelden,vergelijkbaar met de totempalen van de Amerikaanse indianen.

Dit is echter niet meer dan speculatie, want van de palen zelf zijn geen als zodanig herkenbare resten overgebleven.