Patrijs profiteert van vrije marge landbouwveld

Een eenvoudige manier om Nederland weer beter begaanbaar en herbergzaam te maken voor wilde dieren, ook buiten de wat totalitaire Ecologische Hoofd Structuur (EHS), is het creëren van een vrije marge langs ieder landbouwveld.

Op verschillende plaatsen is een veelbelovend begin gemaakt met zulk herstel van groene gastvrijheid - zij het dat jagers een begerig oog op het smakelijke eindresultaat gericht houden . Het gaat hier om 'Demoproject Patrijs'. Dat heeft inmiddels meer dan honderd kilometer aan natuurvriendelijke akkerranden opgeleverd.

Het vijf jaar lopende project is onderdeel van het Herstelplan Leefgebieden Patrijs dat in 1991 door het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij werd uitgebracht, met als doel: natuurvriendelijk akkerranden- en bermbeheer.

De patrijs dient daarbij, als karakteristieke vogel van kleinschalige akkergrond, als vlag. Een belangrijke doelgroep wordt gevormd door wildbeheereenheden - de samenwerkingsverbanden van jachthouders. Na enkele positieve tussenreportages was het onlangs tijd voor het evaluatierapport ('Demoproject Patrijs', Stichting Behoud Natuur en Leefmilieu). Het goede nieuws is dat natuurvriendelijk akkerrandenbeheer veel effect sorteert binnen de voorbeeldgebieden. Het slechte: dat de in de verdrukking geraakte patrijs buiten die voorbeeldgebieden nog steeds achteruitgaat.

De patrijs (Perdix perdix), nog niet zo lang geleden een heel algemene vogel, staat in Nederland tegenwoordig te boek als bedreigd. Sinds het begin van de jaren zestig is dit hoen met waarschijnlijk meer dan negentig procent in aantal afgenomen. Deze zaden-, planten- en insecteneter is voor voedsel en dekking afhankelijk van kleine landschapselementen als heggen, houtwallen en bosjes en extensief beheerde perceelranden - onderdelen van rijk gestructureerd landschap dat veelal is verdwenen. Naast schaalvergroting in de landbouw heeft het gebruik van herbiciden en insecticiden deze vogel parten gespeeld.

Demonstratievelden in Groningen, Drenthe, Limburg en Zeeland tonen nu aan dat met ander gebruik van ruim één procent plaatselijk akker-areaal de wereld voor de patrijs er al weer heel anders uitziet. Dertig kilometer akkerrand van rond de negen meter breed en vijftig kilometer berm werden onderworpen aan drie typen beheer. Die bestonden uit gras inzaaien op braakgelegde akkerranden, of het daarop juist tot ontwikkeling laten komen van spontane kruidenontwikkeling, of, als derde aanpak, selectief bespuiten van graanranden, met een beperkt gebruik van bestrijdingsmiddelen.

Iedere aanpak ging gepaard met een eigen financiële vergoeding voor deelnemende boeren. De populairste aanpak onder de boeren bleek 'grasbraak'. Dat geeft geen onkruidproblemen en de rand ziet er netjes uit. Selectief spuiten pakte verkeerd uit, de waardering van de deelnemers blijkt te dalen naarmate de natuurwaarde hoger is. Een mooie kruidenrijke rand levert een 'vuile' graanoogst op, en bij de met deze aanpak meestal gecreëerde 'schone' rand is de natuurwinst nu juist weer minimaal.

De patrijs blijkt zich in de demonstratiegebieden, met wat betere en slechtere jaren, nu met een gemiddelde dichtheid van vier broedparen per honderd hectare te handhaven. Dit terwijl in vergelijkbare controlegebieden de bezetting over dezelfde vijf jaar verder gedaald is, van vier naar zo'n anderhalf broedpaar.

Op de braakgelegde randen krijgen akkerplanten weer de kans te bloeien en zaad te vormen. Daarbij gaat het niet alleen om gewone soorten die de patrijs graag eet, zoals kamille, maar ook om inmiddels wat minder algemene als dauwnetel, zandblauwtje en rood guichelheil. De natuurvriendelijk beheerde akkerranden blijken niet alleen aantrekkelijk voor de patrijs, maar ook voor vlinders, muizen en muizeneters als torenvalk en kerkuil, en typische akkervogels als veldleeuwerik, gele kwikstaart, geelgors en fazant. Het project is aangeslagen. Navolgprojecten beslaan inmiddels meer dan honderd kilometer akkerrand en tientallen kilometers wegbermen, samen goed voor zo'n zevenhonderdvijftig broedparen van de patrijs. En toen kwam er een jagersman.