Lichaamstaal Bert van Vlaanderen

De voet van een duurloper dient veel te rusten. Wat hij tijdens al die kilometers rennen lijdt, vraagt om langdurig herstel. Eens in de zes weken verlangt de voet er zelfs naar gekoesterd te worden door een zorgzame pedicure. Dan worden aan de ene kant zijn nagels bijgeknipt en aan de andere kant de eeltplekken verwijderd.

Wat hij niet allemaal moet doorstaan tijdens de ontelbare stappen door regen en tijdens het afdalen van heuvels. Hoe zijn tenen het dan te verduren hebben. Vaak laten zij uit protest zomaar hun nagel los. Blauw wordt een nagel steevast. Soms weigert hij na al die bittere tochten nog aan te groeien, moe en verbitterd door de onstuitbare drang van de loper. Om zijn huid te harden tegen blaren dient de voet zich zes weken voor een wedstrijd een dagelijks bad met kamferspiritus te getroosten. En natuurlijk vragen ook zijn spieren onderhoud. Ze worden versterkt door oefeningen met tenen en enkelgewrichten. Gewoon in de huiskamer, buigend, trekkend, grabbelend en spelend met een handdoek, terwijl de loper nerveus draaiend op een stoel zit. Zo komt de voet van een duurloper zijn vakanties door. In de stille hoop dat hij niet vaak meer op lange afstanden wordt ingezet. Meer dan twee keer per jaar is hem al bijna te veel. En dat is te begrijpen voor een voet van maat 42.