Leonhardt is erg streng in nationale Muzieklezing

Concerten: Holland Festival Oude Muziek. Gehoord 31/8 tot 6/9 op diverse plaatsen te Utrecht.

Wie kent de muziek van Christian Ritter uit de school van Schütz? Zijn cantates vormen een soort profetie op Händel, zoals ook zijn invloed op Bach niet mag worden onderschat. Voor dit soort ontdekkingen moet je naar het Festival Oude Muziek in Utrecht.

Gustav Leonhardt vertolkte woensdag stijl- en smaakvol Ritters Suite in fis. Leonhardt liet een puur vocaal gedachte Sarabande horen, zodat men met Richard Buchmayer, de ontdekker van Ritter, mocht concluderen dat zijn muziek behoort tot de meest expressieve uit de zeventiende eeuw. Maar dan in zangerige zin. Schütz bijvoorbeeld is vooral dramatisch, schier Faustiaans - visionair en natuurlijk ging dáárnaar de meeste aandacht uit.

Donderdag was in K & W een studiedag aan hem gewijd, 's avonds in Vredenburg culminerend in een uitvoering door het Dresdner Kammerchor van Der Schwanengesang. Het koor, dat onlangs het tienjarig jubileum vierde, is semi-professioneel en bestaat uit studenten en afgestudeerden aan de muziekhogeschool 'Carl Maria von Weber' in Dresden en kan dus een vergelijking met de Engelse coryfeeën in dit festival niet doorstaan. Maar het zingt lenig en slank en is tot veel nuanceren in staat.

De keus om enkele motetten te vervangen door canzones van Gabrieli vond ik teleurstellend. Je vervangt toch ook niet delen uit Bachs Hohe Messe door stukjes Watermusic? Bezwaren had ik ook tegen de weinig uitgewerkte meerkorigheid. Maar vrijdagmiddag in de Catherinakerk in Schütz' Musikalische Exequien werd de ruimtelijke werking wel degelijk en zelfs op overrompelende wijze gerealiseerd.

Het zevende motet, het hart van Schütz' zwanenzang, toont in zijn inzetten de vorm van een hart. Speculatie? Leonhardt zette zich in zijn nationale Muzieklezing af tegen de muziekwetenschap die van alles en nog wat in kaart brengt, zodat zo langzamerhand de componist de enige is die niet met de bedoelingen van zijn werk op de hoogte is. In zijn Bomans-achtige lezing moest ook de muzikanteske uitvoerder het ontgelden: iemand die geniet is oninteressant, de glimlach blijve voorbehouden aan het publiek. Dan was Richard Egarr een man naar zijn hart getuige een recital in Ottone, zonder poespas opgediend met flamboyante werken van Froberger naast Duitse suites.

Hoe men de suitedansen moet uitvoeren leert men het beste van de dansen zelf. Dit was woensdag mogelijk bij de Ken Pierce Dance Company uit Boston. Frappant vond ik een snel schuifelende vrouwendans in een techniek die vooral bekend is van Kaukasische folkloregroepen. Overigens wist Pierce niet goed te kiezen tussen gezelschaps- dan wel solodans, maar iets dergelijks geldt voor het gehele festival: huis- en concertmuziek wordt vermalen tot één geheel, en dat is al jaren het geval.

In het komende weekeinde valt het accent vooral op muziek uit Engeland: zaterdag in Tivoli met Lampe's opera The dragon of Wantley en zondag in Vredenburg met Händels Utrecht-Te Deum.