Kop op!

Maar nu eerst. Het is een foefje van televisieprogrammamakers om te voorkomen dat de kijkers gaan zappen, in de Verenigde Staten uitgevonden. De presentator, nieuwslezer, stelt iets van groot belang in het vooruitzicht en zegt: Maar eerst dit. Dan komt de reclame of het nieuws over een klein ongeval. Het lekkerste wordt voor het laatst bewaard. (Het woord ongeluk is in de media op de aftocht. Ongeluk wordt ongeval.

Niemand weet hoe het komt; het gebeurt. Ik opper dat het is begonnen bij ongevallendienst, de dienst die het slachtoffer helpt na een ongeluk. Bij ongelukkendienst zou je kunnen denken dat die ervoor is om iemand een ongeluk te bezorgen; vgl. felicitatiedienst.) Ischa Meijer maakte er een grapje van. Maar nu eerst de broodnodige boodschappen. Blijf kijken! De krant heeft er een andere oplossing voor: de 'overlees' zoals het wordt genoemd: Lees verder op pag. enz. Hoewel al oud wint het foefje nog steeds terrein. Misschien is dit de eerste keer dat een stuk in de krant begint met Maar nu eerst.

“Het is heel moeilijk”, zei de deskundige. “Ik wil wedden dat het je niet lukt”. Maar nu eerst. Vorige week heb ik op deze plaats eraan herinnerd dat vroeger de maanden genoemd werden naar het belangrijkste werk dat het volk dan deed. Ik bracht het tot hooien, oogsten en slachten. Een instituut dat zich in dergelijke wetenschap specialiseert en met overheidsgeld in stand wordt gehouden, wist geen raad. De lezers wel. Om ruimte te sparen zet ik de namen achterelkaar. Januari - louwmaand. Februari - sprokkelmaand. Maart - lentemaand. April - grasmaand. Mei - bloeimaand. Juni - zomermaand. Juli - hooimaand. Augustus - oogstmaand. September - herfstmaand. Oktober - wijnmaand. November - slachtmaand. December - wintermaand. Ter bevordering van de dietsheid heeft de NSB deze benamingen gepropageerd, Volk en Vaderland werd op die manier gedateerd, de Bataafse Republiek had er een voorkeur voor. Ik dank allen die mij van dit alles en nog veel meer op de hoogte hebben gesteld. Overigens valt het op dat er maar vijf naar menselijke bezigheden zijn genoemd: louwen (betekent: roepen - Het verre louwen van de koewachters - A.M. de Jong, geciteerd door Van Dale), sprokkelen, hooien, oogsten en slachten. Gras en wijn zijn, bloeien wordt gedaan en de rest verwijst naar de gewone jaargetijden.

Wat is nu heel moeilijk? Het schrijven van Kop-op! proza, de grondstof van zoveel bestsellers. We hadden het over professor Diekstra, niet over zijn persoonlijke problemen maar over het genre dat hij beoefent. De mensen zitten in de put, ze lezen een paar boeken die tot dit genre horen, kijken naar een televisieprogramma en ze zijn weer opgeknapt. Ik wil wedden, zei de deskundige, dat jij dit proza niet kunt schrijven.

Er kwam een goede bekende mijn spreekkamer binnen maar het duurde even voor ik hem herkende. Gespannen neerslachtigheid sprak uit zijn lijf, gefloerste stem, dof oog, en vooral zijn snel oppervlakkig bewegen. Een haast, gejaagdheid zonder reden of doel. Dat kennen we allemaal, te goed misschien. Gelukkig zijn er dan de dokters die dat precies kunnen aanwijzen en ophelderen. Om dit laatste gaat het: de opheldering van de mens in kwestie: haar/hem weer helder maken, in innerlijk en uitzicht. Toevallig had een vroege najaarsspin die ochtend een web voor mijn raam geweven. Ik wees hem op de spin, het optimisme en het vernuft van dit creatuur, het web. Het voorbeeld. In deze tijd kan men niet zonder netwerk, zonder web. Het geluk is met de dapperen. Er kwam een vlieg aan. Sierlijk maar onnozel vloog hij in het web. De spin stortte zich op hem en zoog hem leeg. Heb je dat gezien? vroeg ik mijn bezoeker. Heb je gezien hoe het web werkt? Ja, hij had het gezien. Zichtbaar opgemonterd maar nog niet helemaal genezen begon hij aan zijn eigen dag.

Is dit Kop-op! proza? Nee. Het doet eerder denken aan de dagopeningen van dominee Spelberg met muziek van dr. Anton van der Horst. Ik heb nog een proef gedaan op een paar mensen van andere afdelingen die toevallig bij de koffieautomaat stonden maar niemand liet zich overtuigen. Het Kop-op! proza is een zelfstandig genre dat zijn eigen onnavolgbaarheid heeft. Je weet hoe het moet of je weet het niet.

Oud is het wel. Voor de oorlog heb ik de grote mensen dikwijls horen praten over de methode-Coué, in mijn herinnering achtergebleven als een langzaam, urenlang kauwen. Het zal er een onderdeel van zijn. Coué was een Franse apotheker die nog voor de Eerste Wereldoorlog de door hem bedachte methode van autosuggestie toepaste op moedeloze mensen. De psychiatrie van die tijd beschouwde het over het algemeen als onzin, maar het principe overleefde de apotheker. In de jaren dertig had je dokter A.van Schelven, arts van de Nederlandse ambulance voor Abessinië (dat toen door de Italianen werd veroverd) en schrijver van het boek Wat maakt u van uw leven? Als jongen van een jaar of tien heb ik er een paar bladzijden in gelezen en gezien dat het niet aan mij was besteed. De eerste periode na 1945 werd er van dit genre doe-het-zelf niet veel gehoord. Toen kwam dominee Norman Vincent Peale met zijn The Power of Positive Thinking, wereldberoemd geworden doordat president Eisenhower zei dat hij het dankbaar had gelezen. In de jaren zestig heeft het genre een nieuwe vlucht genomen, onder de formule Ik ben okee, jij bent okee. Wat er daarna is gebeurd heb ik niet gevolgd tot de wederwaardigheden van prof. Diekstra in de krant kwamen. Plus ça change.... (A.Karr, Les Guêpes, volgens Van Dale, Louwmaand 1849).