Kashmir gespannen naar 'gedwongen' verkiezingen

De Indiase deelstaat Jammu en Kashmir, waar militante moslims al ruim zes jaar voor afscheiding vechten, gaat morgen naar de stembus om aan te tonen dat ze situatie zich normaliseert.

BARAMULLA, 7 SEPT. Dat de moslims in de dorpen tussen de goudgele rijstvelden van Kashmir weinig goeds hebben te duchten van de Indiase militairen, wisten ze al enkele jaren. Maar sinds kort hebben de mannen in khaki een ook voor hen verrassende vermomming aangenomen: die van hoeders van de democratie. Bij duizenden tegelijk zijn ze de laatste dagen over het platteland uitgezwermd om de bewoners in te prenten dat zij toch vooral hun stem moeten uitbrengen bij de deelstaatverkiezingen, waarvan morgen de eerste ronde plaats heeft.

Daarbij gaan ze niet zachtzinnig te werk. “Als je aan het eind van de dag geen stempel op je vingertop kunt laten zien als bewijs dat je gestemd hebt, hakken we je hand eraf”, kreeg een onderwijzer in een dorp in de bergachtige omgeving van het oosten van het district Baramulla gisteren te horen. Anderen werden bedreigd met een pak slaag of doodslag, als ze niet zouden komen opdagen.

De Kashmiri's weten dat dit geen loze praat is. In mei, toen er verkiezingen voor het federale parlement in New Delhi werden gehouden, werden velen tijdens en na de verkiezingen afgerammeld of, in enkele gevallen, zelfs gedood. Velen werden door de militairen met het geweer in de nek naar de stembus gedreven.

“Wij zouden ons het liefst van stemming onthouden”, zegt de eigenaar van een appelboomgaard, “maar door al die dreigementen hebben we geen keus. We hechten op zichzelf geen enkele waarde aan deze verkiezingen. Zij bieden geen oplossing voor de problemen van ons volk. De nieuwe civiele regering zal slechts een zetbaas van New Delhi blijven.”

De Indiase regering, die Jammu en Kashmir de laatste jaren direct vanuit New Delhi bestuurde, doet het echter voorkomen alsof de deelstaatverkiezingen een bekroning zijn op een normaliseringsproces. Ze rept van een “stemming voor de vrede” en een “mandaat voor normaliteit”. Kritiek op de massale intimidatie van de kant van het leger wuift de regering luchtig weg. De veiligheidstroepen zijn er slechts om een ordelijk verloop van de verkiezingen te garanderen en de kiezers te beschermen tegen aanvallen van seperatistische moslims, die fel tegen deze verkiezingen onder India's gezag zijn.

In werkelijkheid is de toestand verre van normaal. Nog dagelijks komen er mensen om het leven bij schietpartijen tussen regeringsmilitairen en militante moslims, of bij andere gewelddadige incidenten. Ook de honderdduizenden Indiase militairen, die zich overal zwaarbewapend in bunkers en achter zandzakken hebben verschanst, vertellen een ander verhaal.

Dat geldt ook voor de talrijke proteststakingen, die het openbare leven met grote regelmaat lam leggen. Ook gisteren en vandaag bleven bijna alle winkels en kantoren, tot woede van de Indiërs, op bevel van de islamitische oppositie gesloten. In de plaats Sopore, aan de rivier de Jhelum, werden de winkeliers vervolgens onder zware druk gezet door militairen om hun deuren toch weer open te gooien.

Nog belangrijker is de diepe vertrouwenskloof die er gaapt tussen de Kashmiri's en de Indiërs. “Wij hebben alle vertrouwen in de Indiërs verloren”, zegt een jonge werkloze in de hoofdstad Srinagar. “Zij hebben hun beloftes over autonomie voor ons keer op keer gebroken. Wij willen eindelijk baas in eigen huis zijn. We willen niet meer bij India horen, dat ons altijd heeft bedrogen en ook niet bij Pakistan.” Het is een refrein dat men overal weer tegenkomt in Kashmir.

Is er dan helemaal niets veranderd in de deelstaat, de enige in India met in de meerderheid een islamtische bevolking? Er hebben zich wel degelijk enkele belangrijke verschuivingen voorgedaan. Allereerst zijn de door Pakistan actief gesteunde militante moslims geleidelijk aan in diskrediet geraakt. “Zes jaar geleden werden de jongens die de wapens opnamen als helden aanbeden, maar nu zijn ze gehaat”, zegt een Kashmiri-journalist in de hoofdstad Srinagar, die eraan toevoegt dat het erop lijkt alsof de favoriete hobby van de islamitische strijders het verkrachten van vrouwen is.

Het laatste jaar hebben ze echter veel terrein moeten prijsgeven aan de reusachtige overmacht van het Indiase leger. Het verval van de seperatistische strijders blijkt uit het feit dat ze nog maar zelden het Indiase leger zelf aanvallen, zoals ze tot enthousiasme van de bevolking in het begin van de strijd deden. Tegenwoordig kiezen ze gemakkelijker doelen, zoals burgers die ze er vagelijk van verdenken contacten met de regering te onderhouden. Ook hebben ze een aantal burgerpolitici geliquideerd, die standpunten verkondigden die hen niet bevielen.

Verder heeft zich onmiskenbaar een zekere moeheid van de Kashmiri's meester gemaakt, nu ze zien dat ruim zes jaar bloedige strijd hen bitter weinig heeft opgeleverd, buiten 17.000 doden en armoede. “Ze willen af van de cultuur van het geweer”, zegt dezelfde journalist. Zijn mening wordt bevestigd door een man die een winkeltje drijft in een dorp in het oosten van Baramulla. “Beter verkiezingen dan schietpartijen”, zegt de man, die al twee broers heeft verloren door toedoen van de seperatisten.

Het veranderende klimaat blijkt ook uit het feit dat er zich ditmaal meer mensen kandidaat hebben gesteld voor de verkiezingen dan in mei. De verzamelde islamitische oppositie achtte het ditmaal zelfs nodig van deur tot deur campagne te voeren om de mensen tot een boycot van de verkiezingen aan te sporen. Vroeger was een eenvoudige oproep daartoe al voldoende.

Het is evenmin zo dat heel Jammu en Kashmir met tegenzin naar de stembus gaan. In het vooral door Hindoes bewoonde Jammu en het door Boeddhisten bevolkte Ladakh geldt dat zeker niet. Het is slechts in het volkrijke en overwegend islamitische Kashmir zelf dat de meerderheid geen heil ziet in verkiezingen in dit stadium.

Een andere verandering in vergelijking met mei is dat ditmaal de Nationale Conferentie van de vroegere deelstaatpremier Farooq Abdullah, die hamert op autonomie, onverwacht meedoet. De regering in New Delhi heeft slechts wat vage toezeggingen over meer autonomie gedaan. Sommigen denken dat Abdullah slechts belust is op macht. “Farooq Abdullah is een opportunist, die niet meer serieus wordt genomen in Kashmir”, meent een advocaat in de stad Baramulla, die nog met Abdullah in de schoolbanken heeft gezeten.

Vrijwel elke islamitische Kashmiri blijft intussen tegen beter weten in hopen op een gunstige wending van de toestand. “We zullen doorvechten tot onze laatste druppel bloed”, roept een handelaar in stoffen in Baramulla. “De Indiërs zelf hebben immers ook bijna honderd jaar moeten vechten voor ze hun onafhankelijkheid van de Engelsen wisten te veroveren. Waarom zouden wij dat niet kunnen?”