Japan; Een 'rode Hollander' in Tokio

TOKIO, 7 SEPT. Yan Yoosten staat er in Japans schrift op een door neon verlicht bord voor een kelderingang in een smalle straat in het centrum van Tokio. De trap leidt naar een klein etablissement dat iets weg heeft van een bruin café: eikenhouten meubilair en zeegevechten van zeventiende eeuwse Nederlandse meesters aan de muur. De ijdele vaderlander zou hier weg kunnen zinken in dromen van oude glorie, zolang hij maar niet met eigenaar Fukino spreekt.

Op de vraag naar de reden van de naam overhandigt hij met schouderophalen een briefje waarop de oorsprong van de naam is uitgelegd. Nederland zegt hem verder niets. De signaturen op de schilderijen blijken bij nadere beschouwing allemaal Japanse namen te zijn.

Fukino heeft zich bij het zoeken naar een naam voor zijn kroeg slechts gewend tot de geschiedenis van zijn eigen buurt. Het café ligt in Yaesu, direct achter station Tokio. De drie Chinese karakters van deze naam Ya-e-su staan voor: Acht-Stapelen-Zandbank. Een eigenaardige naam, maar dat komt in Japan wel vaker voor. Om reeds bestaande namen te schrijven met het later overgewaaide Chinese schrift gebruikten de Japanners simpelweg karakters waarvan de verbasterde Chinese uitspraak enigszins leek op de Japanse klank, zonder op de betekenis te letten.

Yaesu (spreek uit: Jai-soe) is echter noch een oude, noch een Japanse naam. In de naam van deze buurt in hartje Tokio is de Nederlandse zeevaarder Jan Joosten van Loodensteyn vereeuwigd. Tot in de negentiende eeuw heette de buurt Yayosu, een verbastering van Jan Joosten, later werd het Yaesu. Bij deze klanken heeft men pas later karakters gezocht. Het bovengenoemde 'Japanse schrift' is later van het Chinese afgeleid en wordt alleen voor speciale doelen gebruikt.

Op de middenberm van een grote kruising bij het station is een gedenkplaat voor Jan Joosten aangebracht. Uit een niet-representatieve steekproef onder enkele winkeliers blijkt dat men van de geschiedenis van de eigen buurt op de hoogte is. “Zeg, was die koningin van jullie hier niet voor de onthulling van die plaat?”, zegt een vrouw in een van de winkels. Het blijkt bij navraag prinses Margriet te zijn geweest die in 1989 de gedenkplaat onthulde. Deze krant schreef destijds slechts: “Een gedenkplaat die gewijd is aan een in Japan beroemde vertegenwoordiger van de VOC.”

Joosten arriveerde in 1600 in Japan op het schip De Liefde, het eerste Nederlandse schip dat ooit in Japan aankwam. Joosten bleef 23 jaar in Oost-Azië als handelaar en vervulde diensten voor de VOC en voor Ieyasu Tokugawa, destijds heerser - shogun - over Japan. Joosten deed het niet slecht. Hij kreeg van Ieyasu een groot huis in Tokio en had een woning in het zuiden van Japan waar een Nederlandse handelspost was gevestigd.

Over de wijze waarop hij z'n handel rond kreeg doen echter minder fraaie verhalen de ronde. “Waarom gaat het gerucht rond dat deze vent geld leent zonder een cent terug te betalen”, zo moet shogun Ieyasu hem eens hebben toegevoegd. Een andere Hollander sprong Joosten bij met de leugen dat Joosten dat alleen ten opzichte van landgenoten deed, aldus een Engelse bron. Bij een andere gelegenheid beweerde Joosten ten overstaan van Ieyasu en in aanwezigheid van Engelsen, Spanjaarden en Portugezen, dat de diverse Europese vorsten allen onder het gezag van de Nederlandse koning vielen. Volgens wederom een Engelse bron moet hem hoongelach ten deel zijn gevallen nadat een Engelsman had uitgelegd dat Nederland slechts bestond bij de gratie van Engelse inspanningen.

Yaesu is vanouds een buurt van handelaren. Op een steenworp afstand liggen tegenwoordig de beurs van Tokio en de kantoren van de grote effectenhuizen. Ook is hier de Ginza, een verzamelplaats van dure warenhuizen en modeboutiques. In de steegjes achter de betonkolossen bevinden zich eethuisjes en kroegen, zoals café Jan Joosten, waar het kantoorpersoneel zich na werktijd laaft. De 'rode Hollander' moet in elk geval indruk hebben gemaakt op de hier wonende handelslieden, die hun buurt naar hem hebben vernoemd. Ergens in deze omgeving moet het huis hebben gestaan waar hij meer dan twintig jaar heeft gewoond. In 1623 zette Joosten voor het eerst weer koers richting Nederland, maar ergens onderweg is hij omgekomen.