Het zakencentrum van Johannesburg is een no-go area geworden; Eerst je leven, dan je geld

Als hoofdstad van een land met gemiddeld 52 moorden per dag heeft Johannesburg de reputatie gekregen van meest gewelddadige stad in de wereld. Toeristen en zakenlieden mijden het kloppend hart van de Zuidafrikaanse economie. En zelfs ANC-aanhangers beginnen hardop te denken over herinvoering van de doodstraf.

Criminaliteit domineert en verlamt het gewone dagelijkse leven in Johannesburg. Joburg, het koosnaampje voor deze wereldstad van rond 6 miljoen inwoners, heeft inmiddels de weinig benijdenswaardige reputatie van meest gewelddadige stad ter wereld. De stad wordt niet alleen geterroriseerd door een geweldsgolf van bende- en taxi-oorlogen, maar ook door piraterij op auto's, zelfs op klaarlichte dag, schietpartijen, inbraken, berovingen met geweld en laffe moorden. God's window boven Johannesburg biedt het macaber uitzicht van Sodom en Gomorra in vol bedrijf.

We zullen het lichaam van Sam Jacobs doorzeven met kogels, we moeten zeker zijn dat hij dood is - dat was de boodschap aan de treurende moeder van Sam, leider en druglord van de Varados Gang. In Westbury, een van de zwarte townships van Johannesburg, verkeren de Varados al enkele jaren op voet van oorlog met de Fast Guns. Inzet van deze bendeoorlog is de controle over bepaalde wijken en daarmee de lucratieve inkomsten uit de plaatselijke drugshandel. Nog maar één jaar geleden overleefde Sam Jacobs, beter bekend onder zijn nickname Cabios, op miraculeuze wijze een aanslag van vier gunmen. Op een winterse vrijdagavond op 5 juli werd hij neergeschoten. Als revanche op zijn moord werden vier leden van de Fast Guns gedood.

De familieleden van Cabios zijn hun leven nu ook niet meer zeker, bij het rouwen werden zij nog eens getrakteerd op een concert van fluitende kogels. Meer dan 300 politiemensen, zo bericht de Zuidafrikaanse Saturday Star van 13 juli, werden opgetrommeld om de begrafenis van Sam en vier andere Tsotsis, zoals de gangsters hier worden genoemd, in alle rust te laten plaatsvinden.

Zuid-Afrika kent de hoogste misdaadcijfers ter wereld. Volgens een onlangs uitgebracht rapport worden in Zuid-Afrika, met een geschatte bevolking van 43 miljoen, gemiddeld 52 moorden per dag gepleegd. Per 100.000 inwoners komt dit neer op een aantal van 44 moorden, in de VS ligt het cijfer tussen 9 à 10 moorden, terwijl Nederland een ratio kent van 1,3 moorden per 100.000 inwoners. Over geheel 1995 werden in Zuid-Afrika in totaal 18.983 moorden gepleegd, waarbij het aantal doden in de vroegere thuislanden buiten beschouwing is gelaten. Buiten de bekende oorlogszones betekent dit het hoogste dodencijfer ter wereld. Sri Lanka en Libanon zijn hiermee vergeleken nog relatief veilige landen.

In Johannesburg speelt het geweld zich niet alleen af in de hostels of zwarte townships, maar ook het eens zo levendige zakencentrum wordt voor steeds meer blanken en toeristen een no-go area. Een kort wandelingetje naar de tabakshandel of slijter is er niet meer bij. Verstandige mensen, voorzover zij in het bezit zijn van een auto, wachten op een vrij parkeerplaatsje en doen snel met de auto hun boodschap. Bij het vallen van de avond stoppen voor een verkeerslicht in de binnenstad kan voor vrouwelijke blanke automobilisten levensgevaarlijk zijn. De kans dat ze dan overvallen worden is zo groot dat de politie deze verkeersovertreding maar door de vingers ziet. In de regio Gauteng, waaronder Johannesburg valt, worden gemiddeld 23 auto's per dag onder de handen van de chauffeur vandaan 'gekaapt'.

Berovingen, soms met dodelijke afloop, zijn aan de orde van de dag. Binnen een paar seconden wordt het slachtoffer, meestal door een groepje jongeren, helemaal binnenste buiten gekeerd. Voorbijgangers halen hun schouders op, ze zijn blij dat zij niet het slachtoffer zijn. Ivan Krajic, een jonge Kroaat geboren in Zagreb, heeft zeven jaar in Johannesburg gewoond. Hij heeft zijn lesje wel geleerd. “Niet één keer, maar wel vijftien keer heeft men geprobeerd mij te beroven. Zodra ik het vermoeden kreeg dat ik het doelwit zou zijn, liep ik hard weg”, vertelt hij in gebroken Engels. Hij werkt nu als ober in een pizzeria aan de kust.

Geweld is een obsessie geworden voor het nieuwe Zuid-Afrika. Rovers houden er serieus rekening mee dat potentiële slachtoffers in het bezit zijn van een wapen, ze nemen geen risico en schieten eerst. Het is niet meer je geld óf je leven, maar het parool luidt: eerst je leven, dan je geld. Het geweld is niet meer in te schatten en wordt daardoor steeds bedreigender. Verhalen en berichten in kranten over vreselijke geweldsmisdrijven doen de rest.

Doodstraf

Zelfs in het ANC beginnen geluiden op te klinken om de doodstraf te heroverwegen. Het ANC was vroeger fel tegenstander van de doodstraf - niet in de laatste plaats omdat zijn eigen leden er slachtoffer van werden. Sinds 1990 is geen enkele veroordeelde nog geëxecuteerd in Zuid-Afrika. De jongere garde van de regeringspartij denkt nu over de hervatting ervan, omdat ze vindt dat de misdaad 'out of control' is geraakt.

Reisorganisaties raden toeristen en buitenlandse zakenlieden sterk af Johannesburg aan te doen. Het eens zo statige Carlton Hotel staat vrijwel voortdurend leeg, de verliezen zijn inmiddels opgelopen tot een bedrag van 70.000 miljoen rand (één rand is bijna veertig cent). Na vijf uur in de namiddag is geen blanke meer te vinden in Hillbrow, het zakencentrum van Johannesburg. Wie moet overwerken, schaft een wapen aan.

Volgens het onlangs gepubliceerd Nedcor-rapport (Nedcor is een van Zuid-Afrika's grootste banken en subsidiënt van genoemd onderzoek) is de financiële schade als gevolg van de misdaad 31,3 miljard rand (12,5 miljard gulden). Er is ook grote indirecte en psychologische schade als gevolg van de criminaliteit. Millennium, een prestigieus zakentijdschrift, meldt dat sinds 1990 niet minder dan 268 artsen, 1.295 ingenieurs, 1.799 managers, 981 leraren, 1.503 artiesten, 654 accountants en 3.207 kantoorpersoneel definitief de koffers hebben gepakt. Het kloppend hart van sociaal-economisch Zuid-Afrika kampt met een ware brain flight. Velen van hen, meest blanken, trachten een wat veiliger bestaan op te bouwen in en rond Kaapstad, anderen zeggen hun vertrouwen in Zuid-Afrika in het geheel op. Ze emigreren naar Nieuw Zeeland of Australië.

Blanken die nog sociaal en economisch aan Johannesburg gebonden zijn, verschansen zich achter elektronisch beveiligde hekken. De officieel opgeheven apartheid tussen de rassen wordt op deze wijze alsnog visueel in kaart gebracht. Maar zowel blank als zwart, aldus het Nedcor-onderzoek, zien de zeer ernstige criminaliteit als de grootste bedreiging voor het nieuwe, multi-raciale Zuid-Afrika.

Dr. C.P. de Kock, hoofd van het bureau misdaadonderzoek van de Zuidafrikaanse politie te Pretoria, meent dat het geweld altijd al dominant aanwezig is geweest. Zeker in de zwarte woonoorden. Onder het apartheidsregime bleek het pasjessysteem een doeltreffend middel om zwarten-zonder-werk op hun plek te houden, maar nu kan iedereen vrij reizen en is de misdaad overal. Bestond in vroegere dagen nog een effectief systeem van sociale controle, nu moeten vele jongeren zichzelf redden. Velen komen in handen van gangsters en vervallen zo tot criminaliteit.

Daarnaast zijn er ook vele illegale migranten, voornamelijk uit Mozambique. Ze klimmen over het hekwerk dat nog in de periode van apartheid over de hele grens tussen Zuid-Afrika en Mozambique is aangelegd. De Kock noemt ze treffend draadspringers. Op deze wijze vinden ook vuurwapens uit de voormalige oorlogsgebieden van Mozambique hun weg naar de centra van criminaliteit. Er gaan nu weer stemmen op, ook onder voormalige ANC-activisten, om het ijzeren gordijn weer onder stroom te zetten, zoals in de tijd van de apartheid. Tot slot zijn er nog de Nigerianen die de stad overspoelen met drugs.

Voor de politie in Johannesburg lijkt het een niet te winnen oorlog. Om half zes begint de nightshift van de blitzpatrollie. Wagennummer 15. Gekleed in kogelvrije vesten en gewapend met pistolen en mitrailleur, snellen sergeant Carien Günther (23) en bijrijder sergeant Roland Vass (27) in hun Opel Kadett GTI de hele avond en nacht van de ene gewapende roofoverval naar de volgende inbraak. Sergeant Vass, van Italiaanse komaf, is afkomstig uit Johannesburg en spreekt van huis uit Engels. Een magere, blanke jongen met kort stekelhaar. Sergeant Günther, blond, half opgestoken haar en klein mopneusje in een gaaf rond gezicht, is afkomstig uit Pretoria. Afrikaans is haar huis- en moedertaal.

Zenuwachtige trekjes

Al vijf jaar werkt Günther bij de blitzpatrouille van de Zuidafrikaanse politie, haar vriend is in dienst van de zogenaamde Task Force, de eenheid voor speciale opdrachten. Ze houdt van actie. Maakt ze zich zorgen over de afloop? “Nee hoor”, zegt sergeant Günther monter, terwijl zij met de sigaret in haar rechterhand de auto bestuurt. Haar rooddoorlopen ogen, de zenuwachtige trekjes aan de filtersigaret en de soms roekeloze rijstijl, ook in situaties wanneer dit niet direct noodzakelijk is, weerspreken haar laconieke houding. Haar notebook, waarin elke dag wordt opgeschreven met wie zij patrouille heeft, lijkt op de schoolagenda van een bakvis.

's Avonds en 's nachts lijkt Joburg veel op een openbaar jachtterrein. In het jargon van de blitzpolitie heet een gewapende overvaller 'roofdier', een auto op de vlucht wordt 'haas' genoemd. Maar ook de 'jagers' lopen hoge risico's. Binnen deze eenheid van de blitzpolitie is twee killings per jaar beslist geen zeldzaamheid.

Om de onderlinge competitie te bevorderen en de motivatie erin te houden, wordt met een puntensysteem gewerkt. Een gestolen auto levert vier punten op. Een aanhouding van een gewapende overvaller in een gestolen auto is in één keer twintig punten. “Bingo”, zegt Carien Günther vrolijk. Met 50 punten kan een extra dag vrij worden opgenomen.

De zwaar bewapende leden van de blitzpatrouille worden achter de hand gehouden voor zogeheten 'Alfa-situaties', waarmee misdrijven worden aangeduid die nog in gang zijn. Daarmee loopt de blitzpatrouille, als eerste aanwezig, hoge risico's. In totaal telt de patrouille van Johannesburg 240 agenten, van wie 28 vrouwen. Van deze vrouwen zijn er zes operationeel actief, anderen verlenen ondersteunende en administratieve diensten. De agenten zijn jonge, relatief onervaren twintigers van gemengde samenstelling; man, vrouw, zwart, gekleurd en blank. Ze houden van actie. In heel korte tijd hebben zij binnen de eenheid de oude rotten moeten vervangen, want het beroep eist een zware tol.

In 1995 hebben in Zuid-Afrika niet minder dan 225 politiefunctionarissen tijdens de uitoefening van hun beroep hun leven gelaten. Daar staat als compensatie een salaris van 2.000 gulden per maand tegenover. Een klein aantal oudere en ervaren agenten heeft de lucratieve overstap gemaakt naar de beter betalende particuliere beveiligingsdiensten. De meesten zijn, volgens docent Rudolph Sinn van politie-academie in Johannesburg, in de loop der tijd overspannen of verslaafd geraakt aan de alcohol.

Plotseling komt een melding binnen. “Yankee 15. Report, 08/07. Turffontijn. Parkweg 2.” De codenummers staan voor een gewapende overval. Zwaailichten en sirene worden aangeknipt. Sergeant Vass buigt zich voorover, ziet geen verkeer en geeft het sein veilig. “Skoon.” De Kadett vliegt van kruising tot kruising. Intussen geeft de centrale meer gedetailleerde informatie. “Parkweg 2. Alfa. Overval op een Take-away. Twee gewapende verdachten, swartmannen.” De auto wordt met zwaailichten pardoes voor de ingang gezet. Ronald pakt zijn mitrailleur, Carien loopt voorop met een doorgeladen Beretta de winkel binnen. Achter de bar ligt de eigenaar van de Take-away, een blanke man van een jaar vijftig, zware snor, in een plas met bloed. Hij is in zijn hals geraakt door een kogel, zijn pols is zwak, er wordt mond-op-mond beademing en hartmassage toegepast. De Take-away is flets verlicht met neonbuizen, verschillende mensen staan verdwaald in de zaak. Een klant pakt een lege huls op. Laat maar liggen, zegt Vass.

Swartmannen

De gewapende swartmannen zijn met de inhoud van de kas, naar schatting 600 tot 800 rand, te voet gevlucht. De jongste zoon van de eigenaar heeft alles zien gebeuren, hij is lijkbleek en bevindt zich in een shocktoestand. Er wordt meer informatie over de overvallers gevraagd.

Op hoge hakken snelt een vrouw de winkel binnen. “Nee, nee, .... oh ...God.” Ze stort huilend in de armen van enkele buurtgenoten. Al gauw horen we van verschillende kanten sirenes, andere politie-auto's verlenen assistentie, een ambulance arriveert met beademingsapparatuur. Maar het heeft geen zin meer, de dood wordt vastgesteld. De echtgenote werpt zich opnieuw huilend in de armen van een toegesneld familielid.

De wijk Turffontein wordt zowel door zwarten als armblanken bewoond. Nieuwsgierige buurtbewoners komen een kijkje nemen en geven commentaar. “Bastards..., they are real bastards. They shoot first, then take the money. How much? It can't be a lot”, briest een blanke man in joggingbroek. Aan zijn arm hangt zijn vrouw die de woede alleen maar kan beamen. Hij heeft de zaak pas een paar maanden geleden gekocht. De vorige eigenaar, een Griek, is ermee gestopt vanwege de criminaliteit. “Het was een goede, aardige man”, zegt een ander.

Een zwarte jongen meent de twee overvallers te hebben gezien. “One had a blue overall, the other guy wore a red jacket with green pockets. I can remember his face. One had a moustache. They looked like Tsotsis.” Omstanders zeggen hem dat hij dit aan de politie moet vertellen. De man twijfelt. Zwarten hebben niet veel op met de Zuidafrikaanse politie, maar na enige aandringen geeft hij toe. “I am a good South African”, zegt hij, alsof hij met deze woorden zich zou willen distantiëren van zijn criminele zwarte medeburgers.

Er komt een rode Fiat aangereden. Een blanke man en vrouw stappen uit, beiden ongeveer een jaar of vijftig. Beiden zijn bewapend en dragen een kogelvrij vest, ze komen poolshoogte nemen. Dit is de burgerwacht, op zijn Afrikaans-Engels naweekwatchers genoemd (omdat ze in het weekeinde en andere vrije uren patrouilleren) Vanwege hun hit-and-run imago zijn deze reservisten bij de gewone politie niet bijster populair. Vóór de Take-away staat op een groot schoolbord met krijtletters geschreven: 'Curry rice R 5.50. Pies R. 2.30'. “I would this war was gone to hell”, zegt sergeant Vass in de auto. We verlaten Turffontijn.

“Beheer, 15”, Vass meldt zich aan de centrale. We rijden langzaam door een wijk met woonstellen, hoge gebouwen bewoond door swartmannen van het platteland. De wijk wordt volgens de politie gedomineerd door illegale migranten uit Nigeria, die leven van de drugshandel. Centrum van alle illegale activiteiten is Hotel Sands. Op verschillende hoeken van de straten verwarmen koppelaars en schamel geklede prostituées zich aan grote kampvuren.

“Navraag: kenteken Alfa Romeo 2747”, roept Vass door de mobilofoon. De moord op Parkweg 2 lijkt alweer vergeten. Stoplichten worden genegeerd. “'s Nachts stoppen voor robots, dat leer je snel af”, mompelt sergeant Günther met de volgende sigaret tussen haar vingers. “Yankee 15.” De centrale meldt zich. “Report 014.” Zwaailichten flitsen door de donkere nacht, Günther geeft vol gas, Vass buigt zich voorover. Op weg naar de volgende huisbraak in progress.