'Het tribunaal laat zich door niemand beïnvloeden'; Gesprek met aanklager Richard Goldstone

Aanklager Richard Goldstone van de VN-tribunalen voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië en Rwanda gaat terug naar Zuid-Afrika om zijn zetel in het Constitutionele Hof te bezetten. Een afscheidsgesprek.

DEN HAAG, 7 SEPT. “Het is het Constitutionele Hof van Zuid-Afrika”, corrigeert Richard Goldstone geprikkeld en hij graait om zich heen naar een pen. De proefdruk van zijn nieuwe visitekaartje moet snel de deur uit. Hij krabbelt iets in de linkerbovenhoek en wuift kaartje en secretaresse vervolgens met een onverschillig gebaar weg. “Het Zuidafrikaanse Hof heeft de afgelopen maanden flink doorgewerkt”, zegt hij. “Er zitten nog wat haken en ogen aan de nieuwe grondwet, maar die verdwijnen wel. Op 1 november begint mijn nieuwe taak.”

Goldstone gaat terug naar Zuid-Afrika om zijn zetel in het Constitutionele Hof te bezetten. Twee jaar geleden al werd hij benoemd, maar de Zuidafrikaanse president Mandela leende hem op uitdrukkelijk verzoek van onder anderen secretaris generaal Boutros-Ghali van de VN uit aan de VN-tribunalen voor oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië en Rwanda, als aanklager.

Goldstone was door zijn ervaring als voorzitter van de politiek geladen 'Onderzoekscommissie voor de preventie van politiek geweld' uitermate geschikt voor de functie, omdat verwacht werd dat ook de VN-tribunalen onder zware politieke druk zouden komen staan. Goldstone zou daar raad mee weten.

Bovendien had Goldstone door het onderzoek naar geheimzinnige moordpartijen en bloedbaden in Zuid-Afrika aanzien verworven als onpartijdig voorvechter van mensenrechten.

“Van mensenrechten wist ik meer dan van humanitair recht toen ik naar Den Haag kwam”, zegt Goldstone. “Maar het was een opwindend perspectief me daarop te kunnen storten.” En hij vervolgt lachend: “Had ik toen geweten wat ik nu wist, dan zou ik zeer zeker geaccepteerd hebben.”

Het proces tegen de Bosnische Serviër Dusan Tadic wordt gevoerd in een soort vacuüm. De vraag waarom Tadic plotseling mensen mishandelt die voor de oorlog zijn vrienden waren, blijft onbeantwoord. Hebt u enig idee waarom oorlogsmisdaden worden begaan?

“Over het proces-Tadic ga ik niets zeggen. Dat is in volle gang. Voor het plegen van oorlogsmisdaden is de belangrijkste drijfveer angst. Mensen begaan in een oorlog misdaden om zichzelf te beschermen. Ze doen het uit eigenbelang. Haat is ook een belangrijke drijfveer, maar angst is belangrijker. Iemand heeft eens gezegd dat haat een uitdrukking is van angst. De misdaden in Joegoslavië zijn ook nog eens gebaseerd op een oude, lang bestaande haat. De leiders in het conflict hebben van haat en angst dankbaar gebruik van gemaakt om mensen op te hitsen. Degenen die de propaganda verzorgen willen wij trouwens ook gaan vervolgen. In Rwanda heeft een radiostation een zeer grote rol gespeeld om mensen tot misdaden aan te zetten. De verantwoordelijken voor die uitzendingen worden aangeklaagd.

“Leiders willen maar één ding: macht. Het wordt nog altijd te weinig onderkend hoe groot de invloed van één persoon kan zijn op een heel volk. Zonder Hitler was er geen Holocaust geweest. Maar leiderschap van slechts enkele personen kan ook tot goede dingen leiden, zoals in Zuid-Afrika. Natuurlijk heeft buitenlandse druk een grote rol gespeeld bij het verdwijnen van het apartheidsregime, maar zonder de persoonlijkheden van De Klerk en Mandela was het nooit gelukt.”

Hoewel het tribunaal in eerste instantie is opgericht om oorlogsmisdaden te straffen, moet er ook een preventieve werking van uitgaan. Is dat een realistische gedachte?

“Zonder rechtspraak kan er geen sprake zijn van afschrikking. En dat is een belangrijk doel van dit tribunaal: ervoor te zorgen dat mensen het humanitair recht niet langer grof overtreden. Nimmer heeft zoveel volkerenmoord plaatsgehad als sinds de Tweede Wereldoorlog. Er zijn wel honderd burgeroorlogen geweest en in nagenoeg elk conflict zijn oorlogsmisdaden begaan.”

Waarom is er pas vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog opnieuw een instrument in het leven geroepen om oorlogsmisdaden te straffen?

“Een belangrijke reden is dat in Europa plotseling een conflict ontstond waarbij volkeren werden uitgemoord. Na de Tweede Wereldoorlog dacht niemand dat zoiets nog een keer zou gebeuren. De media hebben een vitale rol gespeeld bij het beschrijven van de aard van het conflict - de agressie, de haat, de vernederingen en misdaden. Beelden en verhalen hebben de publieke opinie en daarmee politici gevormd. Dat die er uiteindelijk in geslaagd zijn het tribunaal opgericht te krijgen is in belangrijke mate te danken aan het feit dat de koude oorlog voorbij was. De Veiligheidsraad heeft unaniem met de instelling van het tribunaal ingestemd. Dat was voor de val van de Berlijnse Muur ondenkbaar geweest. Alleen al daarom en om het simpele feit dat er meer aandacht bestaat voor het onderwerp dan ooit, is het tribunaal een succes. Er gaat geen dag voorbij of er wordt over het tribunal geschreven.”

Maar de media zijn niet altijd even vriendelijk. Het tribunaal is menigmaal bespot voor de trage gang van zaken en het geringe aantal verdachten tegen wie daadwerkelijk een proces wordt gevoerd.

“Ik heb die kritiek nooit opgevat als persoonlijk. De kritiek was gericht tegen de Verenigde Naties en de landen die het tribunaal hebben opgericht maar daar niet altijd de consequenties aan willen verbinden. Wij hebben de kritiek als opbouwend ervaren. De media hebben geholpen om de strategie te vormen, ze hebben geholpen bepaalde zaken te bespoedigen. In mijn mening spelen de media een essentiële rol in mensenrechtenkwesties. Zij zijn vrijwel altijd het eerste slachtoffer van schendingen. Ze zijn voor ons dan ook een natuurlijke bondgenoot. De publieke opinie is van vitaal belang voor dit tribunaal, want wij zijn dienaren van de internationale gemeenschap. Als die niet instemt met wat wij doen, kunnen wij stoppen. Verder is de aandacht van de media belangrijk wanneer je beseft dat de VN nagenoeg failliet zijn. In dat klimaat moet het tribunaal zich staande houden.”

De media hebben het tribunaal beschuldigd zich te laten beïnvloeden door politieke belangen.

“Zulke kritiek is onvermijdelijk. Wij functioneren in een politieke omgeving. Alles wat we doen is politiek. Maar we laten ons door niemand beïnvloeden. Wij nemen elke beslissing op zuiver professionele gronden. Mij is credit gegeven voor zogenaamde 'intelligente beslissingen', zoals het uitvaardigen van een internationaal arrestatiebevel tegen Karadzic en Mladic op de eerste herdenkingsdag van de val van Srebrenica, maar ook voor 'domme' zaken als het uitbrengen van de aanklacht tegen Karadzic toen de onderhandelingen in Dayton nog maar net waren begonnen...”

En in beide gevallen was het puur toeval dat op zulke belangrijke momenten het tribunaal van zich liet horen?

(Goldstone lacht) “Absoluut. Uiteraard waren we in het geval van de aanklacht van Karadzic op de hoogte van de onderhandelingen in Dayton. Maar beseft moet worden dat de aanklager en zijn plaatsvervanger nauwelijks invloed hebben op het tijdstip waarop aanklachten naar buiten worden gebracht. Heel wat mensen buigen zich over de beschuldigingen voordat die naar de rechter gaan, die de uiteindelijke beslissing neemt over de aanklacht. Alleen wanneer we denken dat we iemand kunnen arresteren houden we een aanklacht wel eens een tijdje stil.”

Het tribunaal heeft dus nooit direct onder druk gestaan van politici?

“Nimmer. Niemand heeft ooit gezegd: klaag die persoon niet aan. Regeringen zijn het niet altijd met het tribunaal eens, maar er is wel altijd sprake van begrip. Op Joegoslavië na heeft geen enkel land heeft ons ooit verhinderd onderzoek te doen of anderszins iets in de weg gelegd. Een poging ons te beïnvloeden had ik openbaar gemaakt. De enige bescherming van onze onafhankelijkheid is een oproep aan de publieke opinie.”

Toch blijven de grote leiders in ex-Joegoslavië buiten schot, terwijl die toch in laatste instantie verantwoordelijk zijn voor de oorlog? Ontspringen Milosevic, Tudjman en Izetbegovic de dans?

“Het is de strategie van deze instelling de 'grote vissen' te vangen en niet alleen de mensen te straffen die geen verantwoordelijkheid droegen. Wat mij zorgen baart is dat de belangrijkste uitdaging niet op het terrein van het tribunaal ligt, maar bij de landen die het hebben opgericht. Ik bedoel dan de arrestatie van beklaagden. Het achterblijven van aanhoudingen tast op termijn de geloofwaardigheid van het tribunaal aan. Wij vinden dat IFOR gebruik moet maken van de mogelijkheden die ze heeft om mensen te arresteren. Ik ben kritisch over de zwakte die IFOR op dit gebied toont. Het is natuurlijk gemakkelijk voor mij, om vanuit mijn comfortabele kantoor in Den Haag te roepen dat mensen iets moeten doen dat ernstige gevolgen voor hen kan hebben, maar het is in het belang van het tribunaal dat risico's worden genomen. Waar heb je anders een leger voor? Stel je voor dat een nationale politiemacht iemand niet arresteert, omdat men de gevolgen vreest? In Holland zou dat door niemand geaccepteerd worden.”

Kan het tribunaal als mislukt worden beschouwd als de leiders niet berecht worden?

“Voor de publieke opinie is het tribunaal mislukt wanneer de belangrijkste mensen niet terecht staan. Simpelweg de zeven mensen berechten die nu vastzitten in de cellen van het tribunaal is niet voldoende. Het is belangrijk deze kwestie door de ogen van de slachtoffers te zien. Rechtszaken brengen voor hen gerechtigheid. Zij hebben niet vele maanden gewacht na het afleggen van allerhande verklaringen om te horen dat ze voor de gek zijn gehouden en dat de daders vrijuit gaan. Dat is de fundamenten leggen voor toekomstig geweld.”

Zou het een oplossing zijn met een waarheidscommissie te werken in ex-Joegoslavië, zoals u in Zuid-Afrika heeft gedaan?

“Een waarheidscommissie kan alleen worden ingesteld met instemming van de slachtoffers. Ik kan het niet geheel uitsluiten voor mensen die lager in de hiërarchie misdaden hebben begaan, maar voor de leiders denk ik dat berechting noodzakelijk is.”

Wanneer begint de eerste rechtszaak in Rwanda? Over de gang van zaken bij het tribunaal daar komt maar weinig naar buiten?

“Het is vreemd dat voor het tribunaal in Rwanda zo weinig belangstelling bestaat, terwijl nagenoeg alle leiders van de verschrikkelijke misdaden die daar zijn begaan inmiddels vastzitten. Vorige week is de 'Karadzic' van de Rwandezen gearresteerd, niemand heeft het bericht gebracht. Joegoslavië staat in het brandpunt van de belangstelling, en de grote leiders schitteren door afwezigheid. Maar het klopt dat het tribunaal in Rwanda niet zo vlot loopt als hier in Den Haag. Een deel van de oorzaak is dat het moeilijk is mensen te vinden die het aantrekkelijk vinden er een tijdje te werken. Ook is er spanning omdat de huidige leiders vinden dat de schuldigen geëxecuteerd moeten worden. De maximumstraf die in de statuten van het tribunaal is voorzien, is levenslang. Wij vinden dat eigenlijk wel lang genoeg.”