Familieaangelegenheden van Winston Churchill jr.: 'Ik ben NIET mijn grootvader'

De politicus en journalist Winston Churchill jr heeft geheel in de traditie van zijn familie een boek over zijn vader geschreven - Randolph Churchill, de zoon van. Randolph was als jongetje al 'een heel onplezierig kind', en dat is later nooit meer goed gekomen. Hij voelde zich miskend. Een hardnekkig familietrekje, blijkt uit een gesprek met Winston jr.

Het gehucht Westerham, in Kent, ziet eruit als het ouderwetse plaatje op een Engelse koektrommel. Schilderachtige cottages liggen gegroepeerd om een driehoekige grasvlakte in het hart van het dorp, de green. Hier eert Westerham zijn twee historische helden. Aan de ene punt van de driehoek verrijst, sierlijk op een sokkel, de figuur van generaal Wolfe. Hij stierf nog vóór zijn dertigste, maar had toen al een deel van Canada voor het empire veroverd op de Fransen. Maar de prominenste plaats is voor de plompe afbeelding van de grootste premier-in-tijd-van-oorlog, Winston Churchill. Diens gestalte in brons zit, meer dan levensgroot, op een sokkel die nog is aangeboden door maarschalk Tito van Joegoslavië. De zittende premier is een natuurlijke trekpleister voor kinderen die ergens op willen klimmen of voor toeristen, die naast een landmark gefotografeerd willen worden.

Een eindje van de green verwijderd, achter het dorpshotel, ligt het huis van Winston Churchill jr. Het dorp speculeerde tot voor kort vrijelijk over de vraag waarom het Lagerhuislid voor Manchester-Davyhulme, een kiesdistrict honderden mijlen van Kent verwijderd, zo'n jaar of tien geleden bijna letterlijk in de schaduw van zijn beroemde grootvader was komen wonen. Tweehonderdduizend bezoekers per jaar, uit de hele wereld, komen naar het landgoed Chartwell in Westerham in de hoop door grootheid aangeraakt te worden wanneer ze achter rode koorden door de studeerkamer van Winston of de slaapkamer van diens vrouw Clementine schuifelen. In dat klimaat mocht young Winston tot voor kort teren op de faam van zijn grootvader: hij kuste als plaatselijk prominent jaarlijks de mei-koningin en was altijd de eerste om een lint door te knippen. Maar de dorpsfotograaf deed elk jaar weer zijn best om op de achtergrond het silhouet van die andere, de échte Winston Churchill in beeld te brengen.

Nieuwe vriendin

De beroemde oorlogspremier heeft het voor zijn nazaten niet gemakkelijk gemaakt uit zijn schaduw tevoorschijn te komen. Winston Churchill jr. zit opgezadeld met een etiket dat grote verwachtingen wekt, maar van de verkeerde soort.

“Ik ben NIET mijn grootvader,” zegt Winston Churchill jr. “Maar al ben ik straks tachtig en loop op krukken, dan nog zal ik wel mijn hele leven young Winston blijven.”

De ontmoeting heeft plaats in Londen. Winston jr. is erin geslaagd èn het dorp Westerham èn de rest van de nog in leven zijnde Churchill-nazaten èn zijn kiezers te schokken door, na een reeks van eerdere affaires, 'poor Minnie', de moeder van zijn vier kinderen te verlaten en samen met zijn nieuwe vriendin een appartement in Belgravia te betrekken. Het 'love nest' is onmiddellijk belegerd door de tabloids, met vooraan The News of the World. Dat heeft zijn lezers bij monde van een van de bouwvakkers, die nog in het appartement aan het werk zijn, verteld dat er “overal gouden knoppen” zijn en dat het daar binnen “nog luxueuzer is dan in Buckingham Palace”.

Geen wonder dat Winston jr. zich bij eerste kennismaking nogal afhoudend opstelt. Binnen in het appartement heerst de chaos die verbouwing met zich meebrengt: dekkleden over het parket en alomtegenwoordig lawaai van timmerlieden. Churchill brengt zelf de 'gouden knoppen' ter sprake en wijst ze schouderophalend aan: het blijkt te gaan om het bronskleurig beslag op het Franse fornuis in de compacte keuken.

Aanleiding voor het gesprek is echter nóch zijn rijk geschakeerd liefdesleven (onthullingen van Soraya Khashoggi, ooit begonnen als Sandra Jarvis-Daly uit Leicester, over naked romps te land, ter zee en in de lucht leidden tot koppen als “We'll bonk them on the beaches, we'll bonk them on the landing grounds”) noch zijn we hier om specifiek te praten over de 12 miljoen pond die de Britse regering onlangs heeft neergeteld voor de aankoop van de persoonlijke aantekeningen die Winston sr. in zijn politieke hoogtijdagen heeft bijgehouden. Zelfs gewoonlijk kalme commentaarschrijvers raakten in staat van razernij over het feit dat de Churchill Trust, waarin Winston jr. een van de belangrijkste financieel belanghebbenden is, iets verkocht wat volgens velen al lang als publiek eigendom beschouwd had moeten worden.

Nee, we zijn hier vanwege het boek dat Winston Churchill (55) geschreven heeft over zijn vader, de gemankeerde politicus maar prominente journalist, Randolph Churchill. His Father's Son. The life of Randolph Churchill is, in brieven en documenten, een nauwgezette weergave van het leven van de enige zoon van Winston Churchill sr. Zoon-biografeert-vader is een vaste traditie in de Churchill-familie, sinds Winston sr. in de jaren dertig het leven van zíjn vader , de 19e eeuwse politicus Lord Randolph Churchill, heeft beschreven. En allemaal hebben de zonen de kans om, postuum, af te rekenen met een vader, met wie ze bij het leven een gestoord contact hadden.

Een monster

Niet dat Winston jr. in de biografie van zíjn vader met zoveel woorden zegt, wat een onaangenaam mens Randolph Churchill was. Maar die omissie wordt wel gecompenseerd door wat de Britse recensenten - vaak intimi van wijlen Randolph - er in hun besprekingen met een troffel bovenop leggen. “Een monster van een man”, “Een geniale mislukkeling” en “Een leven voor niets geleefd” geven de trend wel zo'n beetje weer.

Voordat Randolph in 1968 overleed aan de gevolgen van een dieet van twee flessen whisky en zes pakjes sigaretten per dag, begon hij net enig succes op eigen kracht te verwerven. Zijn pogingen om afgevaardigd te worden naar het parlement had hij na zes keer uiteindelijk opgegeven. Hij stootte teveel lokale Conservatieve vertegenwoordigers voor het hoofd met zijn botte bruuskheid. Maar als biograaf, meer dan als 'alleen maar' politiek journalist, begon hij net een reputatie te vestigen. Als hij niet al op 57-jarige leeftijd zou zijn gestorven, zou Randolph Churchill niet slechts twee , maar alle acht delen van de politieke biografie van Winston sr. hebben geschreven - dat werd het werk van de historicus Martin Gilbert. En hij zou vooral hebben kunnen gloriëren in het voltooien van de opdracht, hem gegeven door de nazaten van de Amerikaanse president, om de officiële biografie van John Kennedy te schrijven. Iemand die Randolph Churchill moet leren kennen uit de biografie die zijn zoon heeft geschreven, blijft nu vooral achter met het beeld van een over het paard getilde vlerk, een man, zo zelfingenomen en kwaadaardig dat zelfs zijn vrienden weinig hartelijks over hem te zeggen hadden, toen hij - vlak voor zijn dood - een operatie moest ondergaan aan een vermeende tumor. Toen uit het ziekenhuis het bericht kwam, dat het weggenomen weefsel goedaardig was, merkte Randolphs vriend en Oxford-jaargenoot Evelyn Waugh spontaan aan de bar van White's herenclub op: “De artsen zijn erin geslaagd het enige goedaardige stukje van Randolph Churchill te verwijderen.”

Winston jr. kijkt geschokt op, niet voorbereid op mijn vraag: “Hield u van uw vader?”

“Klink dat dan niet door?” zegt hij geschrokken.

“Niet echt,” zeg ik. “U beschrijft hoe u als kind het gevoel had dat aan de hand lopen van uw vader hetzelfde was als het vasthouden van “een wandelende vulkaan”.

Winston Churchill: “Nou ja, het is waar. Hij liet me, toen ik nog niet eens 5 jaar oud was, al regelmatig het hoofdartikel uit The Times aan hem voorlezen. Ik heb nooit begrepen waarom. Zeker later niet, toen ik erachter kwam dat hij een hekel aan The Times had, omdat die krant het door de knieën gaan van Chamberlain in München had gesteund. En het is ook waar dat ik me dood schaamde voor de manier waarop hij zich gedroeg, waar ik bij was, tegen obers en postboden en treinconducteurs. Dat waren in zijn ogen “the little people”. Maar hij ging heus net zo te keer tegen zijn gelijken. En tegenover mij kon hij zich werkelijk ook heel liefdevol gedragen. Ja zeker, ik hield van mijn vader. Natuurlijk.”

Vaders lieveling

Randolph Churchill was als jongetje al lui en onbeschoft - “een heel onplezierig kind” schreef zijn housemaster op Eton. Voor een deel was dat te wijten aan het voortdurende verwennen van het kind door Winston sr. Die was op zijn beurt “zijn vaders zoon” en vastbesloten Randolph niet aan te doen, wat hij zelf als kind had ervaren: een harteloze, kille jeugd, waarover werd gepresideerd door een vader die niet zag hoe zijn zoon hem aanbad. Als jongen van 14 al zat Randolph als vaders lieveling aan bij talloze diners met binnen- en buitenlandse staatslieden en sprak zijn arrogante woordje mee. De biografie geeft roerende voorbeelden van brieven die Winston sr. aan zijn zoon schreef en waarin hij hem maant minder lui, minder inhalig en meer tactvol te zijn en vooral de drank eens te laten staan. Maar Randolph bleef zijn hele leven lijden onder het feit dat hij “alleen maar” de zoon van de beroemde Winston Churchill. Met zijn vader ontwikkelde hij zo'n moeizame relatie, dat Clementine Churchill, zijn moeder, hem zelfs enige tijd de toegang tot het ouderlijk huis ontzegde omdat hij Winston sr. met zijn aanwezigheid zo van streek maakte.

“Wij Churchills willen allemaal onszelf bewijzen,” zegt Winston jr. met een droevig lachje. Het heeft hem, als kleinzoon van de grote Winston, niet ver gebracht. Zijn jaargenoten in de politiek hebben voor het merendeel al een prominente politieke carrière achter de rug en plukken daarvan nu de rijpe vruchten in het bedrijfsleven. Het is pijnlijk om hem te confronteren met het imago dat aan hem kleeft. Dat van “de jonge Winston, aardige vent, maar not quite up to it.”

“Ik betaal de prijs voor mijn principes,” is Winston Churchills afgemeten reactie daarop. Het is een curieus antwoord omdat het zo precies in de familie-traditie past. Het is het antwoord dat de eenling in zijn isolement tot rechtvaardiging dient: Winston sr. gebruikte het in de jaren dertig toen hij zijn paria-status in de Conservatieve Partij versterkte door op de noodzaak van herbewapening tegen Hitler te blijven hameren. Randolph, die zelf dolgraag Lagerhuislid had willen worden maar telkens de plank missloeg, nam als het ware de toorts van zijn vader over (zonder dat die daarom vroeg) en bleef Chamberlain's 'verraad' in München tot aan zijn dood hanteren als de onverbiddelijke maat voor 'goed' of 'fout' in alle mensen die hij tegenkwam. Berucht is het incident waarin een hoofdredacteur die bij Randolph op een etentje was uitgenodigd, met het voorsnijmes van tafel en het huis uit werd gejaagd omdat hij zich niet ongenuanceerd genoeg over München uitliet. En nu is daar Winston jr. die insisteert dat zijn politieke carrière anders zou zijn verlopen, als Margaret Thatcher - toen nog leidster van de Oppositie - hem in 1978 niet ontslagen zou hebben uit het frontbench-team voor defensie omdat hij tegen de partijlijn stemde over sancties voor Rhodesië.

“Ik vond dat Rhodesië alles gedaan had, waar wij om vroegen. Het zou oneervol zijn om het daarvoor niet te belonen met het onmiddellijk opheffen van sancties. Mijn ongehoorzaamheid werd bestraft met ontslag. Thatcher heeft later gezegd: “Loyaliteit aan de partij is ontzettend belangrijk. Vooral als die partij een vergissing maakt.” Het was niet persoonlijk, want drie weken na mijn demotie nodigde ze me alweer uit voor een ontmoeting onder vier ogen met Ronald Reagan. Ik had me sterk gemaakt voor een sterkere defensie in het westen en Reagan wilde én Thatcher én mij ontmoeten. Maar politiek gezien was ik in haar ogen sindsdien a marked man . Ze heeft me nooit vergeven.”

De beroddelde moeder

Niet dat Winston Churchill jr. in alle opzichten een non-entity is. Zijn naam en afkomst, net als met Randolph het geval was, staan op zich al garant voor een entree bij de meeste groten der aarde. De Churchills zijn een onlosmakelijk onderdeel van het Britse establishment, ooit bijna een alternatieve koninklijke familie. Koningin Elizabeth heeft Winston sr. nog bij zijn leven een verheffing tot status van hertog - de hoogste trap op de aristocratische ladder - aangeboden. Het was een symbolisch gebaar, want Churchill had tevoren al laten weten dat hij zou weigeren. Een erfelijke adellijke titel zou zijn nazaten immers dwingen hun parlementaire activiteiten te beperken tot het House of Lords. Maar in de hofhouding werd ook een zucht van verlichting geslaakt omdat men dan tenminste het vooruitzicht van hertog Randolph niet onder ogen hoefde zien. Desondanks: de invloed van de Churchill-familie reikt ver. Bij het Rhodesië-debat speelde ongetwijfeld een rol dat Christopher Soames, echtgenoot van Winstons enige nog in leven zijnde dochter, Mary, daar de laatste Britse gouverneur-generaal was. In het Britse parlement is Nicholas Soames, het gezette neefje van Winston jr., staatssecretaris van defensie. Wat de Britse aristocratie betreft: Winston jr. mag de Hertog van Marlborough, de bezitter van het grootste niet-koninklijke paleis op Brits grondgebied, Blenheim Palace, zijn achterneefje noemen. En bij “onze vrienden in Amerika” is Winston jr. niet alleen een bekende naam vanwege zijn grootvader, maar vooral ook de zoon van Pamela Harriman, de veel beroddelde afgezante van Bill Clintons regering in Parijs.

Zo tegemoetkomend als Winston jr. over zijn vader is, zo terughoudend is hij over zijn glamoureuze moeder. Voor Pamela Harriman benoemd werd tot Amerika's ambassadrice in Parijs, was ze in de Verenigde Staten vooral beroemd om een serie buitengewone liaisons met befaamde mannen met veel geld. Randolph, haar eerste echtgenoot, was alleen al in financiëel opzicht een vergissing. Winston jr., op wiens ronde Churchill-schedel vooral de gelaatstrekken van zijn moeder lijken te zijn gekopiëerd, herinnert zich uit zijn vroegste jeugd alleen zijn moeder en zijn grootouders. Zijn vader was immers weg “in de oorlog”. Dat Pamela Digby en Randolph Churchill in 1939 met elkaar waren getrouwd in een opwelling en dat het huwelijk al was stukgelopen vóór Winston jr. 6 jaar was, raakte hem als kind niet. Hij had immers nooit een vader thuis gehad. Dus was er in zijn vroegste kinderjaren eerst zijn moeder, pas veel later zijn vader en verder waren er grootvader en grootmoeder Digby (de elfde baron Digby op het landgoed Minterne in Dorset) en grootvader en grootmoeder Churchill op Chartwell, in Kent. Bij grootouders Churchill woonden Pamela en Winston jr. gedurende de oorlog geruime tijd in. Eén van de redenen dat Randolph na de oorlog zo'n slechte verhouding met zijn ouders zou krijgen, was dat zij hem nooit hadden laten weten wat zich in zijn afwezigheid onder hun ogen afspeelde. Pamela Digby Churchill kreeg een verhouding met de Amerikaanse afgezant in Londen, de latere staatsman en financier Averell Harriman. Volgens Evelyn Waugh, haatte Pamela Randolph uiteindelijk zozeer, dat ze niet eens met hem in één kamer kon verblijven. Randolphs speelschulden, zijn dronkenschap, zijn gewoonte om haar in bed de hele nacht wakker te houden met het voorlezen van passages uit - bijvoorbeeld - de politieke biografie die Winston sr. over Randolphs grootvader had geschreven, hadden haar doen inzien dat het huwelijk geen stand kon houden. In 1945 maakte echtscheiding een einde aan wat volgens Randolph was “een huwelijk gemaakt door Hitler en vernietigd door Hitler”.

Mes in de rug

En Winston Churchill jr. zelf? De man die door de Daily Telegraph dezer dagen nog beschreven werd als “aanminnig, maar niet erg intelligent” staart politieke vergetelheid in het gezicht. Zijn kiesdistrict verdwijnt door een herindeling bij de aanstaande verkiezingen van de kaart.

“Zesentwintig jaar lang heb ik me voor die mensen kapot gevochten,” zegt Winston Churchill. “Ja, natuurlijk voel ik me verongelijkt. Dat je niet herkozen wordt is tot daar aan toe. Maar dat je zo een mes in de rug krijgt....” Opnieuw wordt een Churchill door zijn partij niet op waarde geschat.

“En dan: de Conservatieve Partij houdt niet van een kandidaat die gaat scheiden. Die wil een kandidaat met een vrouw die teaparties houdt en cake snijdt. Een stel.” Heel Engels klinkt hij nu in zijn formulering: “Ik hoop binnenkort in de positie te zijn om aan dat verlangen te voldoen.”

Als zijn politieke carrière afloopt, dan is er altijd nog de journalistiek om op terug te vallen. Het is niet, zegt hij, een goed idee “twee Churchills tegelijk in de politiek te hebben”. Zijn oudste zoon, de onvermijdelijke Randolph Churchill, is nu nog bankier “en ik zou geen van mijn kinderen aanraden om vóór hun 35ste aan een politieke carrière te beginnen.” De impliciete erkenning dat er tenminste één Churchill Groot-Brittannië in het rechte spoor moet houden ligt daarmee op tafel.

Het verhaal gaat dat Winston Churchill jr. tijdens de Golfoorlog de Britse troepen bezocht en zichzelf opgewekt voorstelde met “Hi, ik ben Winston Churchill”. Waarop de soldaat, tot wie hij zich wendde, zei: “O ja? En ik ben Rommel.”

In hoeverre is Winston jr. behalve zijn grootvaders kleinzoon ook nog de zoon van ZIJN vader? De MP voor Manchester-Davyhulme kijkt met welbehagen naar zijn aardige vriendin, die net is binnengekomen. Hij kan het antwoord niet vinden, dan alleen in de bevestiging dat hij niet rookt en geen sterke drank aanraakt, “een enkel glas wijn daargelaten. Ja, wie weet, onbewust misschien toch een reactie.”