Duimendraaien onder een palmboom; Partners van uitgezonden werknemers eisen een zinvolle tijdsbesteding

Jaarlijks worden duizenden Nederlanders door hun werkgever naar het buitenland gestuurd om er een paar jaar te werken. Maar steeds minder partners van personeelsleden willen zonder meer mee. Zij hebben hun eigen carrière, en die geven ze niet zomaar op. Zowel bedrijven als de overheid ontwikkelen daarom een speciaal partnerbeleid. “De tijd is voorbij dat je van echtgenotes kunt verwachten dat ze vrolijk achter hun man aanhuppelen.”

Op de oprit van de Leidse nieuwbouwwoning struikel je over de verhuisdozen van een firma uit Thailand. Binnen herinnert niets meer aan het ruim tweejarig verblijf in de Thaise stad Pattaya dat Lucy Zengerink (35 jaar) met haar man en drie kinderen zojuist heeft afgesloten. De huiskamer is keurig op orde, kindertekeningen kleuren de muur.

Zengerink is met een waslijst aan klachten teruggekeerd uit Thailand. Na grote aarzelingen besloot ze een paar jaar geleden haar echtgenoot te volgen die in opdracht van werkgever Shell werd uitgezonden om te werken aan de bouw van een nieuwe raffinaderij. De keuze voor het expatriates (expat) bestaan was moeilijk omdat Zengerink er haar baan als wijkverpleegkundige in Nederland voor moest opgeven. “Mijn man en ik hebben altijd gelijkwaardigheid nagestreefd en dan komt plotseling het moment dat je voor de keus wordt gesteld om je eigen loopbaan op te geven”, schetst ze het dilemma.

Maar van een echte keuze was nauwelijks sprake want een Shell-werknemer kan in principe worden verplicht naar het buitenland te verkassen. “Bovendien is er bij Shell sprake van een grote reorganisatie dus je bent eigenlijk al lang blij dat je man weer voor een paar jaar onder de pannen is. En de mannen willen meestal heel graag naar het buitenland, dus dan ga je je positief opstellen”, zegt Zengerink. Om er toch zeker van te zijn dat ze zich niet geheel onbezonnen in een vreemd avontuur stortte, is ze eerst nog met haar man gaan kijken wat ze in Thailand kon verwachten. De knoop werd definitief ten gunste van Pattaya doorgehakt toen Zengerink van haar werkgever toestemming kreeg een jaar onbetaald verlof te nemen.

Nu zit Zengerink wrevelig thuis in Leiden. “Met gemengde gevoelens” kijkt ze naar eigen zeggen terug op haar expat-leven. Vooral de “vanzelfsprekendheid” waarmee Shell en de hele omgeving van het bedrijf verlangden dat ze zich als partner “volstrekt ondergeschikt maakte” aan het werk van de oliemaatschappij heeft haar gestoken.

“De Shell-gemeenschap is uiterst conservatief en behoudend. Iedereen houdt zich aan ongeschreven regels die ervan uitgaan dat je je conformeert. Het gaat er vooral om dat je je man ondersteunt die werkweken maakt van vijftig uur of meer. Ook voor vrouwen telt maar één doel: de raffinaderij die gebouwd wordt, moet zo snel mogelijk worden opgestart. Klagen dat je man zo weinig tijd heeft voor je gezin, wordt je niet in dank afgenomen. 'Dat weet je nu eenmaal als je op zo'n mooi project werkt', heet het dan. Het gezinsleven komt op de tweede plaats, is niet belangrijk. Toen mijn man kort na de geboorte van ons derde kind verlof wilde nemen, werd hem dat zelfs kwalijk genomen”, zegt Zengerink. Omdat ze langer is weggebleven dan de periode die ze als onbetaald verlof van de wijkverpleging mocht opnemen, is ze nu werkloos.

Zwembad

Een paar duizend Nederlandse werknemers verhuizen ieder jaar in opdracht van hun werkgever naar het buitenland om er gemiddeld drie à vijf jaar aan de slag te gaan. Koploper in Nederland is Shell: op een totaal aantal van 104.000 werknemers werken er 5.600 tijdelijk in het buitenland waarvan eenderde Nederlander is. Bedrijven als ING Bank en Heineken tellen 170 en 150 expats. En het ministerie van Buitenlandse Zaken is op buitenlandse consulaten en ambassades werkgever van ruim 700 diplomaten en ambtenaren. Daarnaast worden nog mensen uitgezonden door diverse non-profit organisaties.

Bedrijven, maar ook de overheid constateren de laatste jaren evenwel dat het lastiger wordt om kandidaten bereid te vinden een periode in het buitenland te gaan werken. Het grootste struikelblok is dat veel van de werknemers die voor uitzending in aanmerking komen, getrouwd zijn of samenwonen met een goed opgeleide partner, die bij vertrek naar het buitenland een eigen carrière moet opgeven. Met als gevolg dat zich bij veel bedrijven op de afdeling personeelszaken een nieuw specialisme ontwikkelt: het partnerbeleid dat probeert de echtgeno(o)t(e) van werknemers tevreden te stellen met het vinden van een baan of studie.

“De tijd is voorbij dat je van echtgenotes kunt verwachten dat ze vrolijk achter hun man aanhuppelen. Je kunt als bedrijf dan ook niemand meer dwingen een bepaalde post te aanvaarden”, zegt Helga Wismeyer, hoofd personeel en organisatie van ING Bank International. “Een expat functie is nog steeds gewild. Maar we merken wel steeds meer dat werknemers eerder koude voeten krijgen als het moment nadert dat ze naar het buitenland worden uitgezonden. Ze zien dan erg op tegen de disruptie van het gezinsleven.”

De expat gemeenschap bestaat in het bedrijfsleven voor ruim negentig procent uit mannelijke werknemers. Maar vooral bij de overheid is er de laatste jaren sprake van een opvallende trend. Buitenlandse Zaken zendt steeds meer vrouwen uit, waardoor mannen 'verplicht' worden hun echtgenote te volgen. “Het overgrote deel van de diplomaten in opleiding is vrouw. Van de vijftien mensen die nu in het zogeheten diplomatenklasje zitten, zijn er negen vrouw”, zegt Petra Waslander van het departement.

Waslander en Joke Hattinga van 't Sant-Hulleman, allebei getrouwd met een Nederlandse diplomaat, beheren op de tiende etage van het departement de Databank Werkgelegendheid Partners. Die databank is vijf jaar geleden opgericht om de kans op het vinden van werk voor partners of andere gezinsleden van uitgezonden medewerkers te vergroten. Ze bevat een bestand met informatie over studie- en werkmogelijkheden op de standplaatsen in het buitenland en in Nederland. En voor de partners publiceert Buitenlandse Zaken al zes jaargangen de nieuwsbrief met nuttige tips en boekrecensies: '101 ways to make a professional impact'.

“De laatste jaren ontstond steeds vaker de roep of Buitenlandse Zaken niet ook kon helpen bij het regelen van werk voor de partners. Een eigen onderzoek uit 1990 toonde die behoefte onomstotelijk aan”, zegt Hattinga. Van de partners van ruim 700 expats hebben er 527 zich in hun databank laten opnemen omdat ze (willen) werken in het buitenland. Ongeveer honderd partners hebben inmiddels een baan in het buitenland, dertig studeren er. En om nog eens te onderstrepen dat bij de overheid steeds meer mannen de vrouwelijke werknemer naar het buitenland volgen: van de 527 personen in de databank van Buitenlandse Zaken zijn er 123 man.

Harde cijfers ontbreken, maar woordvoerders van het bedrijfsleven en de overheid zeggen de indruk te hebben dat mannelijke partners veel minder vaak dan vrouwen werkloos in het buitenland verblijven. Mannen zouden doorgaans geen genoegen nemen met een leven op de buitenlandse tennisbaan of aan de rand van het zwembad. Ook het opvoeden van kinderen ziet men niet als een volwaardige dagtaak. Veel mannen gaan handel drijven met het zojuist verlaten vaderland of timmeren een bord op de deur: consultant.

De mannelijke drang om hoe dan ook een eigen inkomstenbron aan te boren, is volgens Hattinga voor een deel te verklaren uit reacties van de buitenwereld. “Als een vrouw als partner van een diplomaat meegaat, is de reactie in haar omgeving van goh, wat een leuk avontuur. Als een mannelijke partner zijn vrouw moet volgen, heeft iedereen opeens bedenkingen. Dan vindt men het onverstandig dat zo'n man zijn loopbaan onderbreekt.”

Pieter Christiaanse die in 1990 zijn vrouw, diplomate, volgde naar Boedapest kan het volmondig beamen. Afgezien van een enkele vriend die in Namibië de dagen stuk slaat 'surfend op Internet' terwijl zijn vrouw de kost verdient, kent hij nauwelijks mannen die werkloos in het buitenland verblijven aan de zijde van hun uitgezonden partner. Christiaanse (40) besloot in 1990 evenwel zijn freelance werk voor een architectenbureau af te bouwen voor “een sprong in het diepe. Eindelijk had ik een geldig alibi om vanuit een riante positie mijn boekenkast te kunnen leegeten. Niet dat ik mijn vrouw op elke plek van de aarde zal volgen, maar ik zie het niet als verlies van mijn zelfrespect om als man met mijn vrouw mee te trekken.”

Het hebben van werk voor een partner die de echtgenoot volgt naar zijn of haar buitenlandse post is overigens geen garantie voor een gelukzalig bestaan. “Je wordt in zo'n expat gemeenschap altijd voorgesteld als 'de vrouw van' een bepaalde Shell-werknemer”, zegt Marleen Bosman (40) die ook haar man volgde naar Thailand. Ze kon er haar baan als leerkracht uitoefenen doordat ze werk vond bij de internationale school en later bij de lagere school voor Shell-kinderen. Ze is nog steeds boos dat haar salaris “nog niet de helft was van wat andere leerkrachten kregen, bruto 1800 gulden - want mijn man verdiende toch al genoeg, zeiden ze.

“Status is in zo'n compound heel belangrijk. Hoe hoger de functie van je partner is hoe meer ook jij in aanzien stijgt binnen de gemeenschap. Mij stuitte het tegen de borst. Ik was geen typische expat vrouw, zo van: hoe meer gouden sieraden je toont, hoe meer je aangeeft expat te zijn. Die vrouwen snappen het niet als je je niet volledig conformeert. Ze vonden het al gek als ik de telefoon opnam met mijn eigen naam. Als je ergens komt, is de eerste vraag: hoe is het met je man?”

Rimboe

Op het hoofdkantoor van Shell in Den Haag herkennen ze de klachten. En ze doen er naar eigen zeggen alles aan om een zo goed mogelijk partner-beleid te ontwikkelen. Al was het maar om “in je arbeidsvoorwaarden” competitief te blijven met andere bedrijven, zegt Mechteld Nije. Zij is op de afdeling personeelszaken hoofd van de afdeling internationale overplaatsingen. In totaal heeft Shell 120 verschillende buitenlandse lokaties waar de 5.600 expats werken.

“Er zijn natuurlijk maar weinig bedrijven die tegenwoordig niet het belang zien van het thema 'de familie achter de werknemer'. Activiteiten op dat terrein verhogen immers ook de produktiviteit: iemand werkt beter als hij geen zorgen heeft over het welzijn van zijn gezin”, zegt Nije. “Ik heb de indruk dat Shell inmiddels aardig voorop loopt met beleid op dit terrein. De laatste jaren werd het Shell duidelijk dat het steeds moeilijker is overplaatsingen op een voor beide partijen bevredigende manier te realiseren. We redden het nog steeds om gemotiveerde werknemers over te plaatsen, maar we voorzagen dat het een probleem kan worden.”

Om de exacte omvang van het probleem te inventariseren werd drie jaar geleden een onderzoek onder werknemers en partners gehouden. Zestienduizend enquêteformulieren werden verzonden die in totaal door zeventig procent is geretourneerd. Dat leverde veel informatie op die de reeds bestaande vermoedens bevestigde. “De mobiliteit is het laagst bij werknemers tussen de dertig en veertig jaar. Na het veertigste jaar neemt het weer toe en is het opvallend om te zien dat de partners dan soms nóg liever naar een ander land willen dan de werknemer zelf”, citeert Nije uit het enquêterapport.

De kwaliteit van het onderwijs voor de kinderen van het gezin in het buitenland is een onderwerp dat expatriates nadrukkelijk bezighoudt. “In het basisonderwijs kunnen we zelf voorzien, maar voor middelbaar schoolonderwijs worden internaten gebruikt. Gezinnen blijken het evenwel heel vervelend te vinden dat oudere kinderen worden gescheiden van de rest van het gezin. Die Shell-compounds zitten vaak in de rimboe, achterafgebieden. Meestal niet bij de stad, dus er zijn geen bedrijven of andere instellingen waarmee je samen onderwijs kunt organiseren.”

Het andere onderwerp dat het gedachtengoed van expatriates en hun gezinsleden bezighoudt is inderdaad: werk. “Vijftig procent van de partners zoekt werk en van de nieuwe generatie werknemers zelfs 75 procent van de partners. Zeventig procent van de ondervraagde partners zegt: als Shell voor mij een baan kan vinden, dan ga ik”, aldus Nije. De ervaring is overigens dat dit percentage werkwilligen sterk daalt als de partner zich eenmaal in het buitenland heeft gevestigd. In het land van bestemming zoekt nog maar tien procent van de partners echt werk, zegt Shell. Er is ook een sterk verschil per lokatie, ervaart Buitenlandse Zaken. Vooral op plaatsen waar weinig afleiding is, zoals Moskou of Hanoi, werken relatief veel partners. Hattinga: “In Washington hebben er van de 52 partners maar drie een baan. Er is daar ook zoveel leuks te doen dat je niet zo hard op zoek gaat naar werk.”

Theezakje

Shell heeft een jaar geleden twee organisaties opgericht die partner-beleid moeten vormgeven. Outpost is het expatriate informatiecentrum van Shell in Den Haag. Het is een op 1 november 1995 opgerichte onafhankelijke stichting die het centrum moet worden van een wereldwijd netwerk dat Shell-families moet voorzien van praktische informatie over levensomstandigheden in het buitenland. “Een netwerk van Shell-families voor Shell families.”

Outpost wil mensen in contact brengen met andere families om informatie uit te wisselen. Directeur Susanne Holtam heeft veertien jaar haar Shell-man gevolgd en staat nu aan het hoofd van Outpost Den Haag. “Het schortte aan informele informatie. Nederlanders willen weten of je in Brunei Conimex kunt kopen en de Engelsen zoeken plekken waar je een fatsoenlijk theezakje kunt krijgen.”

Om al dan niet betaald werk, studie of een opleiding voor partners van Shell-werknemers te helpen realiseren werd vorig jaar ook de Spouse Employment Consultant (SEC) onder aanvoering van Katy van der Wilk-Carlton in het leven geroepen. Zij zoekt geen werk voor de partners, maar levert informatie over zaken als het arbeidsklimaat in bepaalde landen, werkvergunningen, diploma-erkenningen in het buitenland. Maar het principe is: help partners zichzelf te helpen.

Shell levert ook financiële ondersteuning voor al die zaken “waarvan kan worden verwacht dat die een positieve invloed hebben op de vooruitzichten een baan te vinden of verdere mobiliteit”. Vakopleidingen, cursussen, vrijwilligerswerk, taallessen of een opleiding die iemand in staat stelt een eigen bedrijf te beginnen. Tachtig procent van de kosten met een limiet van achtduizend gulden worden vergoed. Buitenlandse Zaken kent vergelijkbare regelingen zoals het herintredingsfonds. Dat beoogt financiële ondersteuning te geven aan partners die terugkeren om te zorgen dat ze eventuele gebreken voor de arbeidsmarkt wegwerken. Het fonds vergoedt maximaal 2.500 gulden.

Van der Wilk heeft het afgelopen jaar zeshonderd mensen in vijftig landen geadviseerd. Profiel van haar 'klanten' wijst uit dat negentig procent goed opgeleide vrouwen zijn, vaak met een technische, medische of onderwijsachtergrond - allemaal heel mobiele beroepen. In veel landen blijft het overigens een probleem om de vereiste werkvergunning in de wacht te slepen. Om die hobbel te nemen heeft Buitenlandse Zaken met een aantal landen aparte verdragen gesloten zoals de VS, Canada, Venezuela, Chili en Hongarije. Maar de lijst van landen waarmee het departement nog een dergelijk verdrag wil sluiten, is oneindig veel langer.

Als er ondanks alle inspanningen van de werkgever en databanken geen werk voor de partner kan worden gevonden, is dat in principe geen reden van overplaatsing af te zien. “Op het moment dat iemand het stempel krijgt: career expat, tekenen ze een contract met een mobiliteitsclausule waaruit ze op mogen maken dat de bank ze iedere paar jaar kan overplaatsen”, zegt Wismeyer van de ING Bank. “Overplaatsing proberen we overigens altijd in goed overleg te doen. We geloven niet zo erg in een assignment tegen de zin. Want niet alle landen zijn plekken met palmbomen voor de deur.

“Waar ik negatief over ben”, zegt Wismeyer “is het verzoek dat we met enige regelmaat krijgen om te regelen dat een expat alleen naar het buitenland gaat, en in de gelegenheid wordt gesteld zijn partner thuis regelmatig te bezoeken. Dat werkt niet, zelfs niet als iemand in Brussel wordt geplaatst. Zoiets trekt altijd het gezin uit elkaar.”

Ook voor een ambtenaar van Buitenlandse Zaken geldt dat uiteindelijk de werkgever onverbiddelijk is. Hij of zij kan één keer in zijn loopbaan kenbaar maken niet meer overplaatsbaar te willen zijn. Het argument dat een diplomaat niet naar een ander land wil omdat zijn partner niet bereid is een briljante carrière op te geven, accepteert het ministerie niet. Alleen als veiligheid op de post, de kwaliteit van scholen of medische voorzieningen het buitengewoon moeilijk maken maken dat partner en kinderen een werknemer volgen, vergoedt Buitenlandse Zaken extra reizen naar huis en draagt bij in de extra kosten van woonlasten.

Bij Shell, de ING en ook bij Buitenlandse Zaken beklemtonen ze overigens dat partners niet al te krampachtig moeten reageren op de onderbreking van een loopbaan die het gevolg is van het buitenlands avontuur van de partner. Hattinga zegt dat het begrip carrière hard toe is aan een herwaardering. Zo geeft bijvoorbeeld Van Dale er nog steeds de betekenis aan van iemand “die hogerop wil komen”, maar Hattinga vindt dat gedateerd. “Je kunt je loopbaan toch ook zien als een patchwork career: als een loopbaan van losse stukjes die ieder afzonderlijk het karakter geven van een wanorde, maar goed gerangschikt bieden ze een heel mooi effect.”

Het klinkt Christiaanse als muziek in de oren. Twee jaar lang dook hij met alle soorten van genoegen onder in het Hongaarse culturele circuit. “Ik vind het niet zo noodzakelijk een carrière boven alles te stellen. En bovendien is het heel leerzaam om 't leven in een ander land te proberen te doorgronden.” Wel kostte het hem in Nederland enige moeite zijn oude werk op te pakken. “Dat duurt wel even.”

Bij Shell wijzen ze op de eigen verantwoordelijkheid van de partner. “Er zijn natuurlijk grenzen aan wat een bedrijf kan doen. Je kunt ook de voordelen zien van het verbreden van je horizon”, zegt Van der Wilk. “Je wordt in het buitenland uitgedaagd heel verschillende dingen te doen. Het is niet altijd erg om je baan te verlaten, want het dwingt je nieuwe kansen te zoeken en benutten. Een tijdje freelance werken kan heel goed zijn. Of vrijwilligerswerk.”

Het is een stelling die alle gesprekspartners onderschrijven. Wismeyer: “Je hoeft je als partner niet uitsluitend te richten op de expat gemeenschap. Als je hele dagen gaat bridgen of aerobicken kom je in een vervelend kringetje terecht. Als je je breder opstelt kan je leven heel anders worden. Je kunt ook de taal gaan leren en nieuwe vrienden ontmoeten.” Een expat leven geeft je volgens haar de kans om een heuse wereldburger te worden. “Maar ik geloof oprecht dat het onmogelijk is om als beide ouders een gezin te onderhouden en ook nog allebei een ongebroken, glanzende carrière in het buitenland te maken. Zo realistisch moet je zijn, een partner zal water in de wijn moeten doen.”