Berlijn ontnuchtert na euforie van 'Wende'

BERLIJN, 7 SEPT. “Berlijn is een skelet dat pijn doet in de kou”, schreef Christopher Isherwood in Goodbye to Berlin. Het was winter 1932 en de stad werd bruin. Met weemoed verliet de Britse schrijver de plek waar hij zoveel van hield.

Inmiddels wordt Isherwoods Berlijn herbouwd: een echte residentie met een zelfbewust bestuurscentrum in het hart en zorgvuldig om Unter den Linden gegroepeerde gebouwen. “Met hun grootse internationale stijlen benadrukken ze onze waardigheid als hoofdstad - een parlement, een stel musea, een Staatsbank, een kathedraal, een dozijn ambassades, een triomfboog. Niets is vergeten”, noteerde Isherwood.

Zo moet Berlijn weer worden. De stad wordt zoveel mogelijk in de oude staat gerenoveerd. Verwaarloosde gebouwen uit de Pruisische tijd worden gesaneerd en opgepoetst. De Bondskanselier en de president krijgen als enigen een nieuw, modern onderkomen. En het parlement trekt in de Rijksdag die van binnen van een revolutionaire glazen koepel wordt voorzien.

“Uit deze gedeelde stad zal een metropool groeien van wereldfaam”, zei Bondskanselier Helmut Kohl na de eenwording. Groot was de euforie na de Wende. De stad had de aantrekkingskracht van een magneet. De val van de Muur maakte Berlijn tot het centrum van het nieuwe Duitsland. Twaalf miljoen bezoekers per jaar, die in hotels en restaurants een slordige vijf miljard omzet achterlieten. Straten werden gesaneerd, warenhuizen verrezen, duizenden nieuwe woningen werden aan de Spree gebouwd en kantoren schoten als paddestoelen uit de grond. Grote ondernemingen als Sony, ABB en Daimler-Benz hadden hun oog laten vallen op Potsdamer Platz. Tot het jaar 2003 zal er meer dan 200 miljard mark in de stad worden geïnvesteerd.

Zes jaar na de eenwording van Duitsland heeft de opwinding over de herwonnen vrijheid plaatsgemaakt voor ontnuchtering. Er zijn nog steeds toeristen die onder de indruk zijn van de enorme bouwputten, maar het zijn er veel minder. Berlijn heeft van de nood een deugd gemaakt en trakteert bezoekers via de Infobox op video's van het nieuwe Berlijn Mitte. “Maar de stad is vies en de bewoners zijn nog niet rijp voor de functie van hoofdstad”, zei Volker Hassemer deze week, een voormalige senator voor stadsontwikkeling en nu directeur van het marketingbureau Partner für Berlin. “Een stad zonder duurzame attracties hoeft zich niet te verbazen over het uitblijven van toeristen”, aldus Hassemer.

De royale ruime straten in het centrum zijn opvallend leeg. Kein Publikum, zegt een boekhandelaar. Er komen te weinig mensen. In het glanzende warenhuis Lafayette, dat eenzaam opgeknapt in de met stijgers bezaaide Friedrichstrasse staat, kijken de bezoekers vooral en wordt weinig gekocht. Kein Geld, zegt een verkoopster.

Voor de Berlijners in Oost is het leven na de eenwording duur geworden. Alle prijzen gingen omhoog, in de winkels en de warenhuizen. Ook de huren stegen tot westers niveau, alleen de lonen bleven achter. “Steeds meer Berlijnse gezinnen komen met hun geld niet meer uit”, zegt senator Ingrid Stahmer van gezinszaken van de deelstaat Berlijn. Slechts in één van de vier families wordt maandelijks gemiddeld meer dan 1.500 mark per gezinslid verdiend. Winkeliers klagen over flauwe omzetten en makelaars vrezen massale leegstand van kantoren.

De onzekere toekomst van de stad maakt de stemming onder de bevolking pessimistisch. In steeds groteren getale vertrekken bedrijven uit het westen van Berlijn. Meer dan 40.000 arbeidsplaatsen gingen in de laatste jaren verloren en van de ondernemingen in het oosten van de stad hoeven al helemaal geen economische impulsen te worden verwacht. Sinds 1992 is de economische groei van de stad teruggelopen.

“In Berlijn en Brandenburg zullen we de komende jaren 60.000 minder banen hebben”, zegt Dieter Pienkny, woordvoerder van de Duitse vakcentrale DGB in de hoofdstad. In West-Berlijn zijn veel verouderde kapitaalintensieve ondernemingen gesloten of vertrokken zodat vooral laaggeschoolde werknemers geen baan meer hebben. In het oosten van Berlijn zat traditioneel de industrie, maar daarvan zijn ook veel bedrijven na de privatisering door de Treuhand gesloten of in afgeslankte vorm verder gegaan.

“Het belangrijkste voor Berlijn is nieuwe investeerders aan te trekken opdat er nieuwe banen bijkomen”, meent Pienkny. Daarin moet volgens hem door het bestuur van de stad meer energie gestoken worden.

De werkloosheid in Berlijn is de laatste jaren gestegen tot 15 procent. Een kentering van de dalende economische groei is niet in zicht, hebben de economen van het Deutschen Institut für Wirtschaftsforschung in de hoofdstad becijferd en ze waarschuwden deze week dat de neergang zal aanhouden.

Daar komt nog bij dat de financiële situatie van de stad deplorabel is. De nieuwe, nog jonge financiële senator, de sociaal-democratische Annette Fugmann-Heesing, shockeerde de Berlijners met haar bevindingen toen ze het kasboek had bestudeerd. De stad heeft veel meer schulden dan volgens de wet is toegestaan. De komende vier jaar komt Berlijn 32 miljard mark tekort, 9 miljard meer dan Fugmann-Heesings voorganger had berekend.

“Berlijn heeft een shock-therapie nodig”, waarschuwde de senator. Hele afdelingen van universiteiten moeten worden gesloten, theaters gaan dicht, musea worden gekort, kindercrèches worden duurder en het aantal onderwijzers wordt verminderd.

“Berlijn zinkt weg in treurigheid”, constateerde het economische Handelsblatt deze week. Geen wonder dat de drieëneenhalf miljoen Berlijners halsreikend uitkijken naar het voorjaar van 1999, wanneer de vernieuwde Rijksdag zal worden geopend en het parlement uit Bonn zijn intrek zal nemen. “Dat brengt nieuw bloed van buiten de stad”, zei Jobst Siedler, een respectabele Berlijner en uitgever van het omstreden boek van Goldhagen.

Tegen die tijd betrekken ook de Amerikanen, Fransen en Britten hun nieuwe ambassades en zullen duizenden diplomaten, nog eens vele duizenden politici, ambtenaren en in hun kielzog journalisten uit Bonn naar de hoofdstad verhuizen. Verwacht wordt dat ook de Bondsraad, die zich op 27 september uitspreekt over de verhuizing, voor Berlijn zal kiezen. De Nederlandse ambassade heeft haar oog laten vallen op een mooi grondgebied aan de rivier Spree, waarop gebouwd moet gaan worden.

Berlijn krijgt er naar schatting twintigduizend inwoners bij. Maar voorlopig staat in Bonn geen ambtenaar te trappelen om het vriendelijke plaatsje aan de Rijn in te ruilen voor de wereldstad in het verre oosten van het land. Donderdagavond had in Bonn de 131-ste demonstratie plaats van een handjevol Bonners tegen de verhuizing. “Wij zijn bang voor het centralisme. En wat gebeurt er met Bonn?”, zegt Christina Tupetz van de Bürgerinitiative 'Bürger Bund Bonn. “Bovendien kost de verhuizing veel meer dan de 20 miljard mark die de regering beweert uit te geven”, weet Tupetz. Ze heeft bij het ministerie van financiën 200 miljard horen noemen, “maar dat wordt niet hardop gezegd want anders was niemand ermee akkoord gegaan.”

Staatssecretaris Christa Thoben van woningbouw, die met de verhuizing naar Berlijn is belast, klinkt stellig: we blijven zelfs onder het bedrag van 20 miljard. Er wordt gedaan alsof er in Berlijn een nieuwe regeringsstad wordt opgetrokken, maar slechts 10 procent van de benodigde kantoren is nieuwbouw. “De overheid betrekt overwegend bestaande gebouwen die alleen van binnen worden gemoderniseerd”, aldus Thoben. Ze herhaalt nog eens dat op uitstel van de Umzug niet hoeft te worden gerekend. “Alles verloopt volgens plan.”

Maar zelfs de komst van de politici, ambtenaren en diplomaten uit Bonn zullen Berlijn niet van de noodzakelijke economische raison d'être kunnen voorzien. Thoben: “Berlijn moet niet op Bonn wachten als de reddende engel. Van de verhuizing zal een grote stimulans uitgaan. Maar de komst van ambtenaren en politici is geen vervanging voor economische bedrijvigheid.”

    • Michèle de Waard