Behartenswaardige lessen in moeilijkste boek van de wereld

In sommige kringen was het nog niet zo lang geleden bon ton om neerbuigend te doen over mensen die zijn opgevoed met de tale Kanaäns. Hun neerbuigendheid betrof dan vooral het feit dat van zo iemand ook werd verondersteld werkelijk te geloven wat in de Bijbel staat. Maar je hoeft het Bijbelwoord niet te geloven om te genieten van de prachtige stukken die erin staan.

Lees het boek Prediker, de Psalmen of het boek Job. Een veelgehoorde opmerking van hen die niet met de Bijbel zijn opgevoed, luidt dat 'het zo'n moeilijk boek is'. Inderdaad, de HBS-tijd van Joop ter Heul laat zich makkelijker lezen, evenals het jongste werkje van R. Giphart. Het is onmiskenbaar dat de Bijbel geen gemakkelijk boek is maar wat veel mensen vooral afschrikt is het feit dat ze niet snappen wat wordt bedoeld. Diezelfde mensen beseffen echter zeer goed dat de Bijbel van onmiskenbare invloed is op de Westerse cultuur en dat ze daarom meer van de Bijbel zouden moeten of willen weten. In nogal wat gevallen reikt de Bijbelkennis niet verder dan een aantal zegswijzen, zoals 'iemand op handen dragen', 'hoogmoed komt voor de val', 'beter een goede buur' en 'het hoofd in de schoot leggen'. Waarbij het nog maar de vraag is of men wel weet dat deze zegswijzen in de Bijbel voorkomen.

Om geïnteresseerde buitenkerkelijken vertrouwd te maken met wat de theoloog A. van Heusden “het moeilijkste boek van de wereld” noemt, organiseert de stichting leerhuis en liturgie in het Amsterdamse centrum voor religie en cultuur, De Rode Hoed, vanaf januari een reeks avonden waarop de Bijbel wordt gelezen en uitgelegd. Gedurende de eerste tien avonden wordt stilgestaan bij het boek Genesis. Het publiek wordt niet getrakteerd op wat Gerard Reve “de ketterij van de letterlijkheid” noemt - daartegen is de Bijbel ook niet bestand en daar komen ongelukken van. “Je moet uit Genesis 1 niet begrijpen dat de wereld in zes dagen is gemaakt en dat dus de evolutietheorie flauwekul is. Je moet die tekst lezen als een hymnisch gedicht waarin wordt bezongen dat deze aarde vanuit een plan is gemaakt en met een bestemming”, aldus priester-dichter Huub Oosterhuis, directeur van de Rode Hoed en mede-initiatiefnemer van de voorlees- en uitlegavonden.

Volgens Oosterhuis moet het mogelijk zijn “om voor mensen die zich niet meer thuisvoelen in kerken buitenkerkelijke plaatsen te maken waar de Bijbel wordt gelezen en uitgelegd zó dat hij zijn werk als groot zingevingsverhaal, als levensleer en oproep tot individuele en sociale vernieuwing kan voortzetten. Mensen zijn nauwelijks in staat om het Boek onbevangen te lezen. Eigenlijk is het geen Boek, het is een bibliotheek vol oud-Oosterse literatuur”. Op dit moment bereidt een werkgroep een nieuwe vertaling voor van het boek Genesis, één die minder afstandelijk overkomt dan de vertaling van het Nederlands Bijbel Genootschap.

Per avond wordt door een groepje van vier mensen voorgelezen, waarna zij enkele prangende vragen stellen aan onder anderen de kenners van het oude testament (Tenach) bij uitstek, rabbijnen. Er komt geen open microfoon voor het publiek. Indien gewenst kunnen belangstellenden tijdens aparte leerhuisavonden verder studeren op teksten. Dit najaar wordt een lesbrief over het project gestuurd naar alle middelbare scholen in Amsterdam. In december volgt een try out voor middelbaar scholieren.

Het is een behartenswaardige poging om mensen kennis te laten maken met een belangrijke bron van onze beschaving. Maar in hoeverre deze bron zich werkelijk laat begrijpen, is de vraag. Een andere vraag is of dat ook zou moeten. Het is met de Bijbel als met poëzie, je moet op een zeker niveau lezen waarbij het gaat om wat in het Duits 'verstehen' wordt genoemd - dat is hoger dan begrijpen.

Ondanks zijn niet geringe staat van dienst op het terrein van de theologie bevat de Bijbel ook voor Oosterhuis nog geheimen. “De Bijbel gaat in eerste instantie niet over God, hij gaat over de mens in het bijzonder over de verhouding van Israel tot de andere volkeren, waarbij Israel voor de mens staat. In dat verhaal is een God aan het woord. Hij spreekt met een menselijke stem maar is geen mens. En in bijvoorbeeld het boek Exodus wordt op een andere manier over God geschreven dan in het boek Daniël. Die veelvormigheid stelt mij nog altijd voor raadsels.”