'Als schrijver voel je je God'

TOEN ABDELKADER Benali (20) op de Mavo zat was de universiteit voor hem een 'mythe', een wereld die ver buiten zijn bereik lag. Toch droomde hij toen al over een leven als student. Hij had nog een droom: hij wilde zijn rijke, door twee culturen gevoede verbeelding onder woorden brengen.

Want hoe jong hij ook was, hij wist wel dat in Nederland het woord veel waardering geniet. Eens zou hij zijn nog maar nauwelijks ontloken schrijftalent daarvoor gaan aanwenden. Maar vooraleerst werd er van de levenslustige Mavo-scholier verwacht dat hij na schooltijd en op zaterdag zijn vader kwam helpen in de Marokkaanse slagerij. Hij had een vlotte babbel en kon goed met de klanten opschieten.

Deze week is Abdelkader begonnen als eerstejaars geschiedenis in Leiden. En niet zomaar als student, maar als gast van de universiteit. Vorig jaar won Abdelkader een schrijfwedstrijd die de jubilerende Leidse Universiteit onder VWO'ers had uitgeschreven. Het thema was 'Traditie als vernieuwing' en Abdelkader schreef een opstel waarvan elk jurylid dacht: 'dat had ik zelf wel willen schrijven'. De hoofdprijs: een jaar op kosten van de universiteit studeren, inclusief collegegeld, boeken, kamerhuur en levensonderhoud. Niet alleen zijn eerste droom is werkelijkheid geworden, ook zijn tweede. Eind deze maand verschijnt zijn debuut: 'Bruiloft aan zee'. Volgens de flaptekst “een met veel vaart en enthousiasme geschreven roman vol passie, schaamte en culturele verwarring”. Behalve student is Abdelkader nu dus ook schrijver. “Je moet het vooral niet groter maken dan het is”, lacht hij breed, “zo bijzonder is het ook weer niet. Ik ben gewoon een mazzelaar, een bofkont eerste klas.”

Ruim twee jaar geleden vertelde Abdelkader Benali op deze plaats het verhaal van de stapelaar; de leerling die langzaam maar zeker opklimt van Mavo naar Havo en tenslotte naar VWO. Hij vertelde ook hoe hij als twaalfjarige van zijn buurtschool in het Oude Noorden van Rotterdam terechtkwam op het Calandlyceum in het keurige Hillegersberg. Z'n ouders, beiden van Berbers-Marokkaanse afkomst, hadden niet veel verstand van het Nederlandse onderwijs. “We hadden een scholengids van Rotterdam”, vertelde Abedelkader toen, “en op de pagina die we opensloegen stond het Calandlyceum. Die heb ik toen gekozen en m'n vader vond het goed.” Het Havo-advies waarmee hij zijn oude buurtschool had verlaten veranderde tijdens de brugklas in een Mavo-advies, want hij bleek veel essentiële basiskennis niet in huis te hebben. Toch slaagde hij na enkele jaren als de beste van zijn klas voor de Mavo en ging alsnog naar de Havo om ook daar binnen twee jaar met een mooie lijst van af te komen. Hij besloot door te stomen naar het VWO.

In 5-VWO ging het mis. Op de Mavo en de Havo redde hij het met goed opletten en de grote lijnen vasthouden. Op het VWO, zo weet hij nu, “heb je niet genoeg aan leergierigheid alleen”. Hij stapte over naar de lerarenopleiding en ging geschiedenis studeren. Daar heeft hij het afgelopen jaar ontdekt wat 'een studiehouding' is. “Ik werd er wakker geschud”, zegt Abdelkader. “Studeren is een klinische, zakelijke bezigheid, heel wat anders dan het vrijblijvende 'zappen' dat ik op de middelbare school had gedaan.” Niets fantasiewereld. Het gaat om redeneringen en die moeten kloppen. “Ik ontdekte dat geschiedenis niets met verbeelding te maken heeft. Niets is er zomaar, alles heeft een reden. Daardoor heb ik een hele andere kijk op de werkelijkheid gekregen.”

Studeren en schrijven zijn twee totaal verschillende zaken, vindt Abdelkader nu. “Als schrijver voel je je God, je hebt alle touwtjes in handen, er wordt een spel gespeeld dat jij wilt. In de wetenschap kan dat niet.” Als hij dit alles het afgelopen jaar niet had ontdekt, dan was hij onvoorbereid op de universiteit gekomen. Het stapeljaar op de lerarenopleiding heeft daarmee zijn nut bewezen, vindt hij.

Behalve de prijs van de Leids universiteit won Abdelkader binnen een paar maanden nog twee andere schrijfwedstrijden. Een daarvan leverde hem een reisje naar New York op. “Ik maakte die opstellen vooral om wedstrijdjes te winnen”, legt hij uit, “en voor de schoolkrant op het Calandlyceum schreef ik om gelijk te krijgen. Met het boek dat ik nu geschreven heb ligt het anders: dat is vooral een uitweg voor m'n temperament en m'n fantasie. Het is ook een vlucht, het biedt je de kans om ergens anders te zijn als je een beetje heimwee hebt.” Af en toe zou hij wel een dag in het berberdorp willen zijn waar hij geboren is en als vierjarige vertrok om in Nederland te gaan wonen.

Hoe moeilijk hij het vaak vond om z'n hoofd bij z'n schoolwerk te houden, zo geconcentreerd heeft hij aan zijn debuut gewerkt. Temidden van een druk gezin met zes andere kinderen - “waar voortdurend drukte en ruis is” - kon hij zich in zijn kamer terugtrekken. “Ik dook een binnenwereld in waar de buitenwereld geen grip op had.” Z'n wedstrijden, prijzen en boeken gaan grotendeels langs z'n ouders heen. “Ik maak er weinig ophef over, en zij ook.” Zijn vader vindt het belangrijker dat hij met de regelmaat van de klok in de slagerij komt staan. “Had ik dat opstel over Traditie als vernieuwing aan m'n moeder moeten voorlezen? Of m'n boek? Gerard Reve heeft De Avonden toch niet voor z'n ouders geschreven?”

Dat hij in twee werelden leeft vindt Abdelkader eerder een voordeel dan een nadeel; het voedt zijn verbeelding en het maakt dat hij, ook qua taal, een nieuw soort literatuur voortbrengt. De problemen over de botsing van cultuur en geloof doet hij af als 'gebabbel'. “We leven in een een Rondom 10-land. Ik zie het probleem niet zo. De verschillende werelden vloeien samen als olie en water, en soms mengen ze een beetje.”