Werk en zekerheid

Het kabinet-Kok heeft in grove penseelstreken enkele schetsen voor de toekomst gemaakt. Deze zijn bij de begroting gevoegd die op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Minister Melkert (Sociale Zaken) heeft een notitie opgesteld over de toekomst van het sociaal stelsel: Werken aan zekerheid.

Melkert (PvdA) heeft lang vastgehouden aan zoveel mogelijk collectieve verplichtingen, maar gaf op het laatst toe aan het gedram van zijn liberale collega's Zalm en Wijers (Economische Zaken). Er komt nu een versobering van de collectieve verplichtingen (volgens de PvdA een 'ordinaire bezuiniging') én meer vrijheid voor sociale partners en individuen om daarboven fiscaal gefacilieerd allerlei regelingen voor de oude dag te treffen.

Vandaag praat het kabinet voor de tweede keer over een brief van staatssecretaris Frank de Grave (Sociale Zaken) over de contouren van een nieuw pensioenstelsel. Wat de bewindslieden nu op twee achternamiddagen regelen, kan later best eens uitgroeien tot een nieuw WAO-drama. De ingrediënten zijn hetzelfde als bij het WAO-drama in 1991: ook nu gaat het immers over sociale rechten, de zeggenschap daarover van sociale partners en de bemoeienis van de staat.

Niet minder explosief is het thema van de sociale zekerheid. De PvdA wil rust aan dit front, maar de liberale bewindslieden Zalm en Wijers konden het niet nalaten om ook op dit punt de PvdA op de kast te jagen. Na de Ziektewet en de WAO, moet nu maar eens die andere werknemersverzekering, de WW, aan de orde komen, vinden zij. Hoewel de werkgelegenheid flink groeit neemt de werkloosheid slechts mondjesmaat af. Nog altijd hebben driekwart miljoen mensen een uitkering wegens werkloosheid. Door de toenemende arbeidsmobiliteit en flexibiliteit op de arbeidsmarkt zal het in de toekomst vaker voorkomen dat werknemers tijdelijk in een uitkeringssituatie belanden. Dat vergt volgens Wijers en Zalm een 'veerkrachtiger WW'.

Binnen de PvdA gingen de afgelopen maanden stemmen op (Vreeman, Wallage) voor een differentiatie in de WW-premie. Bedrijven die werknemers ontslaan en zodoende hun winst verhogen ten koste van de samenleving, zouden daarvoor moeten worden gestraft met relatief hogere premies. Met name Wijers is daar falikant tegen. Vooral kleine ondernemingen zijn volgens hem overgeleverd aan de grillen van de economie. Bij economische tegenwind zouden de loonkosten door de differentiatie flink oplopen met alle consequenties vandien.

Wijers wil op een totaal andere manier ingrijpen in de WW. Hij lanceerde twee nieuwe begrippen: middelloon-WW en spaar-WW.

Om met dat laatste te beginnen. Wijers wil 'spaarelementen' in de WW inbouwen. Met de introductie van deze spaarelementen kan het belang van de werknemer om werkloosheidsperiodes zo veel mogelijk te voorkomen, c.q. zo kort mogelijk te houden, worden vergroot. De werknemer vormt een eigen spaartegoed, dat ter beschikking staat voor periodes van werkloosheid en dat dan naar eigen inzicht kan worden aangesproken. Als een werknemer werkloos wordt, maar een goed verdienende partner heeft, kan bijvoorbeeld worden besloten om geen gebruik te maken van het recht op WW.

De middelloon-WW is een variant op het middelloon-pensioen. Werklozen zouden voortaan niet meer x procent van hun laatstgenoten salaris als uitkering ontvangen, maar x procent over het salaris dat de voorgaande vijf jaren werd getoucheerd. Volgens Wijers zou dit idee demotie mogelijk maken. Oudere werknemers zijn doorgaans minder produktief dan jongere. Alleen door loonsverlaging kunnen hun banen in dat geval worden zekergesteld. Ouderen willen echter geen stapje terug doen in salaris omdat ze daarmee ook hun pensioenrechten aantasten. Door de WW-uitkering te baseren op het gemiddelde salaris over de afgelopen vijf jaren en niet op het laatstgenoten salaris is dat nadeel minder groot, zo hebben ze bij Economische Zaken bedacht.

Bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden Wijers' ideeën weggehoond. De maatschappelijke discussie over de toekomst van de sociale zekerheid is echter gebaat met veel ideeën en inzichten. Het is daarom te hopen dat de spaar-WW en middelloon-WW worden opgenomen in de nota Werken aan zekerheid, waaraan de laatste hand wordt gelegd.