VVD wil financiële steun nu stopzetten

DEN HAAG, 6 SEPT. De VVD pleit in een reactie op de verkiezing van J. Wijdenbosch tot president van Suriname voor onmiddellijke stopzetting van de 'financiële ontwikkelingshulp' van Nederland aan Suriname. PvdA, D66 en CDA reageren terughoudend.

Weisglas (VVD) zegt “zeer teleurgesteld” te zijn in de uitslag. Hij heeft er onvoldoende vertrouwen in dat Nederlandse financiële hulp nog ten goede komt aan de Surinaamse bevolking als de regering met de NDP van oud-legerleider Bouterse is aangetreden. “De invloed van de heer Bouterse op de nieuwe regering zal zeer groot zijn. We kennen de achtergrond van Bouterse. We kunnen geen ontwikkelingshulp geven aan iemand die we verdenken van cocaïnehandel,” aldus Weisglas. Hij wil wel dat de Nederlandse regering humanitaire hulp en kleinschalige ontwikkelingsprojecten blijft steunen.

J. van Nieuwenhoven (PvdA) zegt dat het “wat ingewikkeld” zal worden om met de nieuwe Surinaamse regering zaken te doen. Van Nieuwenhoven zou graag zien dat Wijdenbosch zich persoonlijk inzet voor een onderzoek naar de december-moorden van 1982.

D66-Kamerlid G. Roethof wil dat Nederland de nieuwe regering op zijn daden beoordeelt. Volgens het Kamerlid mag het verleden van Bouterse de relaties van Nederland met de nieuwe Surinaamse regering niet te veel belasten.

De Hoop Scheffer (CDA) vindt de overwinning van de NDP “geen felicitatie” waard, maar stelt dat het geen zin heeft “om nu op de NDP te gaan hakken”. Het CDA gaat ervan uit dat de nieuwe regering in Suriname de mensenrechten en de democratische rechtsorde zal respecteren. De Hoop Scheffer wil zo snel mogelijk duidelijkheid van minister Sorgdrager (Justitie) over de vraag of het onderzoek naar de vermeende cocaïnehandel van Bouterse wordt voortgezet.

De Nederlandse regering heeft haar houding ten aanzien van eennieuwe regering in Suriname volgens Buitenlandse Zaken nog niet definitief bepaald. Nederland wil eerst kijken in hoeverre de nieuwe Surinaamse regering zich inzet voor de handhaving van de rechtsstaat, de democratie en de economische ontwikkeling.