Stinkbeertjes

Onze tuin vlak buiten de stad lijkt wel een dierentuin. We zijn pas geleden uit de stad New York hierheen verhuisd en we hebben nu een flinke tuin. Grote bomen zoals Japanse esdoorns, een magnoliaboom, Amerikaanse kornoelje maar ook rodondendronstruiken en hortensia's.

Soms loopt er een konijntje in rond dat schrikt als het ons ziet. Het stikt er ook van de grijze eekhoorns die altijd verstoppertje willen spelen en achter de stam of een dikke tak kruipen als ze iemand zien. Als ik langzaam om de boom heenloop, speelt hij het spelletje verder en verschuilt zich opnieuw.

In onze tuin loopt ook een stinkdier rond. Het is een harig beest met een wit-zwarte vacht. Hij heeft wel iets weg van een grote marmot. Een stinkdier jaagt vijanden de stuipen op het lijf met zijn geur. Soms worden we midden in de nacht wakker en dan weten we dat ons stinkdier buiten een vijand is tegengekomen. Dat zet hij het toch op een stinken! Het ruikt dan naar een mengsel van verrot vlees en verbrande veter. Ik zag het stinkdier een keer overdag door de tuin huppelen. Hij leek heel vrolijk en dacht waarschijnlijk: 'Vandaag geen vijand te zien dus ik hoef niet te stinken.'

Achter in onze tuin staat een oud schuurtje, dat bijna in elkaar valt. Het is gebruikt voor tuingereedschap maar eigenlijk te klein om iets anders in te zetten. Omdat het zo krakkemikkig is, hebben we het nog nauwelijks gebruikt. Wat blijkt nu? Er wonen vijf wasbeertjes in, een moeder met vier jongen. Laatst kwamen ze 's avonds om een uur of half acht een voor een naar buiten. Ze wonen onder de vloer van het schuurtje en hebben daar alles uitgegraven. Het schuurtje stinkt een uur in de wind.

De moeder loopt voorop en houdt de kleintjes in de gaten. Als er onraad dreigt waarschuwt zij de kleintjes, hoewel je niet kunt zien hoe ze dat doet. Ik hoor geen geluiden en ze beweegt ook nauwelijks. Maar de kleintjes weten onmiddellijk dat moeder hun waarschuwt. Wasberen zijn aaseters. Ze leven van wat ze langs de weg vinden. Waar wij wonen leven ze van kleine appeltjes die van de boom vallen en van vuilniszakken die langs de weg worden gezet. Daarom moet je je vuilnis hier in een ijzeren bak doen met een deksel erop en dan nog een zware steen erop leggen. Als je die steen vergeet, gooit de wasbeer de bak om zodat de deksel er afglijdt. Dan scheurt hij de vuilniszak open.

Het stikt hier van de wasberen. Het zijn dieren die graag leven aan de rand van de stad, waar genoeg groen is maar ook genoeg vuilnis. Omdat wasberen besmet kunnen zijn met hondsdolheid zijn ze gevaarlijk. Bovendien dragen ze vlooien en teken, wat hier gevaar voor de ziekte van Lyme met zich meebrengt. Wij willen dat schuurtje bovendien zelf gaan gebruiken dus die wasbeertjes moeten weg. Deze week kwam Wayne langs van de firma Precise en hij heeft kooien met aas neergezet. Voor aas gebruikt hij tonijn uit blik, want wasberen houden daar wel van maar eekhoorns niet. Anders zouden de eekhoorns alles opeten en klem komen te zitten in de kooitjes. De wasbeer loopt de kooi in, stapt op een drempel en achter hem slaat het deurtje dicht. Er zijn al drie wasbeertjes en een opossum gevangen! Wayne neemt de kooien mee en onderzoekt de dieren. Misschien hebben ze hondsdolheid en dan moeten ze worden afgemaakt. Anders laat hij ze los in een groot bos ver weg van hier. We vullen het hol onder de vloer met zand en maken het schuurtje schoon. Gets, wat stinkt dat!