Praten over winterharde maagden

Enrico Brizzi: Jack Frusciante haakt af . Uit het Italiaans vertaald door Pietha de Voogd.

De Bezige Bij, 192 blz. ƒ 36,50.

Op de Italiaanse toptienlijst van meest verkochte romans prijkt al maanden lang, tussen Alessandro Baricco en Susanna Tamaro, de naam van Enrico Brizzi. Deze zeer jonge auteur - hij is nog maar net twintig - is met zijn debuut Jack Frusciante è uscito dal gruppo in Italië de revelatie van het afgelopen jaar. Hij behoorde tot de genomineerden voor de Premio Campiello en zijn boek werd in een zeer kort tijdsbestek verfilmd en vertaald. Het is nu onder de treffende titel Jack Frusciante haakt af ook in het Nederlands verschenen.

De plot van het verhaal is wat mager. De ikfiguur, een zeventienjarige middelbare scholier, door zijn kameraden 'ouwe Alex' genoemd, beschrijft een jaar uit zijn leven. Hij zit in Bologna op het gymnasium, maar de studie is voor hem bijzaak. Hij baalt van de lessen, klooit op school maar wat aan en is tevreden met zesjes. Thuis is het ook niet alles, want zijn vader ('de Kanselier') en zijn moeder ('de mutter') zitten de godganse dag voor de beeldbuis 'Amerikaanse pulp te consumeren'. Hij trekt zich dan ook meestal terug op zijn kamer met 'de foto's van Malcolm X en de Sex Pistols boven zijn bed, de stinkende Nikes op het terras en posters van de Blues Brothers en Madness' aan de muur. Zijn helden - wielerkampioenen, filmacteurs en popmuzikanten - spelen hem constant door het hoofd en leveren de klanken en beelden voor zijn fantasie.

Hoewel hij met zijn vrienden stoere gesprekken voert over 'winterharde maagden' en 'cryptojunks', blijkt deze stoerheid, als het erop aankomt, uiterst kwetsbaar te zijn. Dit wordt duidelijk wanneer een van hen, de idealistische levensgenieter Martino, zelfmoord pleegt: een stap die in verband wordt gebracht met de gitarist van de Red Hot Chili Peppers, die eveneens een eind aan zijn leven had gemaakt. Het onverwachte overlijden van Martino, die zich altijd achter een façade van luchthartig nonconformisme heeft verborgen, brengt bij zijn kameraden een schok teweeg.

Blijkens een door hem aan Alex geschreven brief moet zijn daad worden toegeschreven aan een diepgeworteld verlangen om zich los te maken van de 'groep': niet zozeer het clubje waar hij steeds mee is opgetrokken, als wel de maatschappij die hem gedwongen heeft naar haar pijpen te dansen.

Dat deze 'laat-adolescenten', die zich meestal achter een scherm van verbale vrolijkheid verschuilen, ook ernstig en oprecht kunnen zijn, blijkt wanneer Alex verliefd wordt op Aidi. De verliefdheid, die alle kenmerken van een kalverliefde vertoont, ontwikkelt zich tot een vriendschap waarin weinig wordt gedaan, maar des te meer wordt gepraat: geen verregaande exercities op het terrein van de seks, maar gesprekken over liefdesperikelen, persoonlijke vrijheid, gevoelens van trouw en ontrouw, dromen en idealen, toekomstverwachtingen, kortom levensproblemen. Als Aidi voor en jaar naar Amerika gaat, komt er aan hun platonische vriendschap voorlopig een einde.

Hoe serieus de inhoudelijke boodschap van Jack Frusciante haakt af ook is, zij wordt vrijwel volledig weggedrukt door de tintelende stijl waarin de roman is geschreven. De door Brizzi gehanteerde jongerentaal, die geestig en up-to-date is, zit vol krachttermen, modewoorden, anglicismen, nieuwvormingen en slang. Het is een quasi-intellectualistisch puberaal jargon, dat door zijn uitbundige mengeling van talen, stijlen en idiomen buitengewoon plastische en hilarische effecten sorteert.

Deze taalkundige scherpte, waarmee het boek staat of valt, is door Pietha de Voogd op vindingrijke wijze overgebracht. Doordat zij de spons van het Nederlands (alsmede die van het Neder-Engels) krachtig heeft uitgeknepen, is er een tekst tot stand gekomen die in zijn verbale werking equivalent is aan die van de Italiaanse editie. Haar vertaling is een creatieve prestatie van de eerste orde.