Plannen voor betere beveiliging vliegvelden; Veroordelingen wegens terreurplan tegen VS

WASHINGTON, 6 SEPT. Een federale jury in New York heeft gisteren drie mannen schuldig bevonden aan een terroristische, anti-Amerikaanse samenzwering. De drie zouden twaalf vliegtuigen van Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen hebben willen opblazen.

Eveneens gisteren heeft een commissie onder leiding van vice-president Gore nieuwe veiligheidsmaatregelen op vliegvelden aanbevolen, om terroristische aanslagen te voorkomen.

De drie veroordeelde mannen, twee Pakistani en een man van onbekende nationaliteit, kunnen veroordeeld worden tot levenslang. Een van de drie, de 28-jarige Pakistaan Ramzi Ahmed Yousef, werd ook verantwoordelijk gesteld voor de kleine explosie die zich op 11 december 1994 voordeed aan boord van een toestel van Philippine Airlines, dat van Manila op weg was naar Tokio. Bij die aanslag viel één dode. Dit najaar moet Yousef ook nog terecht staan voor zijn aandeel in de bomaanslag op het World Trade Center in New York, in 1993, waarbij zes doden vielen.

Yousef zou een plan hebben gesmeed dat in een periode van 48 uur zo'n 4.000 passagiers om het leven moest brengen, op vluchten van het Verre Oosten naar de Verenigde Staten. De twee anderen, Abdul Hakim Murad en Wali Khan Amin Shah, zou hij er later bij betrokken hebben.

Het plan kwam in januari 1995 aan het licht toen er brand uitbrak in een appartement in Manila waar Yousef en Murad woonden. De politie trof er explosieven aan, handleidingen voor het maken van bommen, klokken en een schootcomputer waarin vluchtgegevens waren opgeslagen en een brief waarin de verantwoordelijkheid voor de aanslagen werd opgeëist. Yousef vluchtte naar Pakistan maar werd uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Hij beweert dat de Filippijnse politie het bewijsmateriaal heeft gefabriceerd om een wit voetje te halen bij de Amerikaanse autoriteiten. Alle drie de veroordeelden hebben aangekondigd in hoger beroep te zullen gaan.

De commissie die president Clinton instelde na de ramp met de Boeing 747 van TWA, op 17 juli voor de kust van Long Island, maakte gisteren de aanbevelingen bekend die zij aan de president zal doen om de veiligheid op vliegvelden te verhogen. Nog altijd is niet bewezen dat het vliegtuig door een terroristische aanslag geëxplodeerd, maar de vrees voor terrorisme in de Verenigde Staten is door de ramp wel toegenomen.

De commissie pleit voor de aanschaf van geavanceerde apparatuur om explosieven in bagage op te sporen op de 50 drukste luchthavens van het land; een onderzoeksprogramma (à 100 miljoen dollar, half om half te betalen door regering en luchtvaartindustrie) om die apparatuur te verbeteren; een computersysteem waarin de reisschema's van passagiers opgezocht kunnen worden en waarin verdachte reispatronen opvallen; en een systeem waarbij passagiers vergeleken kunnen worden met het profiel van potentiële terroristen - tegen dat laatste plan zijn al bezwaren geuit door de American Civil Liberties Union, die vreest dat mensen op basis van hun ras of etnische achtergrond als verdachte beschouwd zullen worden. Ten slotte zou er meer gebruik gemaakt moeten worden van honden die explosieven kunnen opsporen. Het Congres zou 300 miljoen dollar moeten uittrekken voor de extra beveiliging.

Ook na eerdere terroristische aanslagen op vliegtuigen hebben regeringscommissies geconstateerd dat de veiligheidsvoorzieningen op luchthavens veel te wensen overlaten en zijn er dergelijke aanbevelingen gedaan. Vooral uit financiële overwegingen kwam er meestal weinig van terecht.

Postpaketten worden niet gecontroleerd voor ze aan boord van Amerikaanse vliegtuigen gaan, en vracht nauwelijks. Steekproeven hebben aangetoond dat het personeel dat handbagage doorlicht dikwijls onoplettend is waardoor gemakkelijk herkenbare wapens en explosieven kunnen worden meegesmokkeld. Koffers die in het bagageruim van een vliegtuig meegaan worden op binnenlandse vluchten helemaal niet gecontroleerd. En de achtergrond van het (slecht betaalde) personeel dat bagage en vracht aan boord brengt, wordt dikwijls niet, of niet grondig, nagegaan.