Nederlandse waarschuwing hielp niet

DEN HAAG, 6 SEPT. Minister Van Mierlo van Buitenlandse Zaken had het de Surinaamse politieke leiders vlak na de verkiezingen nog eens flink ingepeperd. Bij de opening op 14 juni van de nieuwe Nederlandse ambassade, die als een aangespoeld slagschip middenin de binnenstad ligt, had hij voor hen ruim tijd uitgetrokken.

Zijn boodschap was helder: in de toekomstige relaties met Nederland kon Suriname krijgen wat het wilde. Maar mocht de partij van Desi Bouterse, de NDP, deel uitmaken van een coalitie, dan was de ondergrens in de betrekkingen bereikt.

Van Mierlo bleef in die dagen volhouden dat hij zich zo vlak na de verkiezingen niet met de interne ontwikkelingen wilde inlaten. Niettemin gaf hij een duidelijke waarschuwing af, die niet heeft geholpen. Vanochtend zegt het ministerie van Buitenlandse Zaken dat het de nieuwe regering in Suriname “nauwlettend” zal blijven volgen. Ook de Verenigde Staten, Frankrijk, Brazilië en Venezuela oefenen druk uit op de Nederlandse regering dat te doen. Maar hoe die nauwlettendheid te verwezenlijken als de ondergrens in de betrekkingen bereikt zou zijn door de verkiezing van Wijdenbosch?

Medewerkers op Buitenlandse Zaken wijzen erop dat het onder het nieuwe bewind moeilijk zal worden de samenwerking verder te ontwikkelen. Dat geldt met name voor de terreinen justitie, politie, defensie. In het Raamverdrag dat op 18 juni 1992 tussen de twee landen werd gesloten is vastgelegd dat Nederland zich zal inspannen het overheidsapparaat van Suriname meer effectief te maken. Nederland vervult bij opleiding en sanering een actieve rol maar de vraag is of dat straks met een nieuw kabinet uitvoerbaar blijft. Daarover bestaan in Den Haag weinig illusies.

Tijdens de verkiezingscampagne waarschuwde Winston Jessurun van DA '91 dat 'de informele macht veel groter is dan de legitieme macht in Suriname'. Met de overwinning van de NDP bij de presidentsverkiezingen kunnen sommige elementen van die informele macht nu ook gemakkelijker legitiem opereren. Dat is de grootste angst in Den Haag en daarom zal de druk uit Washington, Parijs, Brasilia en Caracas op Nederland alleen maar groter worden om daar als voormalig moederland wat aan te blijven doen.

Den Haag had lang gehoopt dat de verbetering van de betrekkingen tussen de twee landen zou afstralen op de verkiezingen. Aanvankelijk leek het daar ook op. Maar toen gevestigde partijen hun aanhang niet meer geheel in de hand hadden, nam het pessimisme op Buitenlandse Zaken toe. Ondanks de inspanningen van de ministers Van Mierlo en Pronk om de emoties uit de verstandhouding tussen de twee landen wat weg te halen, moeten straks zaken worden gedaan met NDP-ministers die vaak worden ingefluisterd door ex-dictator Bouterse.

Nog steeds is onduidelijk waarom het zo lang duurt voor het gerechtelijk vooronderzoek tegen Bouterse wordt afgesloten. De Haagse recherche is al jaren bezig de betrokkenheid van Bouterse bij cocaïnehandel aan te tonen. Het is, zo menen sommige leden van het kabinet, belangrijk dat Nederland nu snel duidelijkheid verschaft.

Lang was het vrij rustig in het parlement over de verhoudingen tussen Den Haag en Paramaribo. Maar bij deze uitslag beginnen de emoties weer op te spelen. VVD-woordvoerder F. Weisglas vindt dat de financiële hulp aan Suriname moet worden teruggedraaid. Hij vergeet dat het land bij verdrag uit 1975 recht heeft op nog zo'n 675 miljoen gulden en dat Den Haag nieuwe gelden heeft toegezegd als de pot van 3,5 miljard, die bij de onafhankelijkheid is overeengekomen, leeg zou zijn.

De nieuwe democratisch gekozen regering heeft recht op dat geld. Nederland kan zich weliswaar uitspreken over de bestemming ervan maar moet meewerken om de miljoenen alsnog te besteden. Het zou ook de zich voorzichtig herstellende economie van Suriname treffen als de stroom geld wordt ingeperkt, zo meent men op Ontwikkelingssamenwerking. Bovendien zou zo'n maatregel koren op de molen van de goed draaiende NDP zijn. Nederland lijkt voorlopig de gevangene van zijn eigen beloften.