Manuscript van 'De Avonden' wordt geveild

HAARLEM, 6 SEPT. Op 27 november worden bij het Haarlemse veilinghuis Bubb Kuyper het manuscript en het typoscript van de roman De Avonden van Gerard Reve geveild. Het document - “het manuscript van de eeuw” volgens het veilinghuis - bevat alle stadia van ontstaan van het boek dat algemeen beschouwd wordt als een van de hoogtepunten van de Nederlandse literatuur.

Het document telt dertien bladen met aantekeningen, 'overwegingen' en 'voornemens', 348 manuscript-bladen en een typoscript van 174 bladen. Er verschijnt een door Jeffrey Bosch, mede-eigenaar van het veilinghuis, samengestelde geïllustreerde catalogus van circa dertig pagina's. Het manuscript is nooit toegankelijk geweest. Verkoper van het manuscript is Joop Schafthuizen, Reve's levenspartner. Wil het manuscript van eigenaar verwisselen, dan moet er ten minste 160.000 gulden op worden geboden. Naar verwachting zal het Letterkundig Museum een gegadigde zijn, maar Bubb Kuyper houdt rekening met belangstelling van vermogende particulieren en van buitenlandse universiteiten, in het bijzonder Amerikaanse, waar Nederlandse taal- en letterkunde worden gedoceerd.

Pag.8: 'Ik kijk toch liever tegen iets moois aan'

De Avonden, met de ondertitel 'een winterverhaal', werd in november 1947 gepubliceerd bij uitgeverij De Bezige Bij, onder de naam Simon van het Reve. In de roman worden in tien hoofdstukken de lotgevallen van hoofdpersonage Frits van Egters beschreven tijdens de laatste tien dagen van het jaar 1946. Reve schetst een gedetailleerd beeld van een troosteloos, na-oorlogs burgermansmilieu. De jury van de Reina Prinsen Geerligsprijs, waarmee het boek direct na verschijnen bekroond werd, schreef: “Dit is niet een willekeurige zielsgeschiedenis, maar het boek, dat uitbeeldt wat de tijd, die alle illusies vermoordde, de jeugd heeft aangedaan”.

Het boek werd onthaald op een stortvloed aan recensies en beschouwingen. De reacties waren even fel als uiteenlopend. W.F. Hermans, Anna Blaman en Simon Vestdijk bij voorbeeld roemden de kwaliteit van het boek, anderen, onder wie J. Greshoff en Godfried Bomans gruwden ervan.

Ondanks de ophef verschenen tot 1959 slechts zes drukken. Richter Roegholt schreef in De geschiedenis van de Bezige Bij 1942 -1972 dat de redactie van de uitgeverij meende dat De Avonden “geen boek is voor een groot publiek”. Hij zag de moeizame verkoop (veel boekhandelaren weigerden het te verkopen) als een “bewijs dat dit boek geheel 'dood' is.” Pas vanaf 1961 werd het belang van het boek algemeen onderkend en volgden de herdrukken elkaar in hoog tempo op. Tot op heden verschenen 42 drukken.

Het nu te koop aangeboden document was tot begin jaren tachtig in het bezit van Mr. A.F. Lodeizen, de vader van dichter Hans Lodeizen. Hij kreeg het in de jaren vijftig van de schrijver cadeau, omdat hij Reve in staat stelde een studiereis naar Engeland te maken. Per testament bepaalde Lodeizen dat het manuscript na zijn dood aan Reve teruggegeven moest worden. Joop Schafthuizen wil het nu verkopen ten behoeve van uitbreiding van zijn kunstverzameling. Hij is in het bezit van onder meer een grote collectie Polynesische kunstvoorwerpen. Schafthuizen: “Het pak papier ligt daar maar, in de kast. Ik kijk toch liever tegen iets moois aan.” Hij gaat er vanuit dat de koper toekomstige biografen en onderzoekers inzage zal verschaffen in de belangrijke bron van informatie die het manuscript vormt. Het manuscript is een unicum, de ten behoeve van de catalogussamensteller gemaakte kopiën zullen worden vernietigd.

Het manuscript omvat verschillende versies, waarvan de bij elkaar horende bladen door de schrijver van een sterretje, een driehoekje of een rondje in de linkerbovenhoek zijn voorzien. Iedere versie heeft een eigen bladnummering vanaf 1. Het aantal versies verschilt per hoofdstuk. Zo bestaan er van hoofdstuk twee, inclusief het uiteindelijke typoscript, zes versies en van hoofdstuk vijf slechts twee.

Het per hoofdstuk uiteenlopende aantal versies rechtvaardigt het vermoeden, dat Reve zijn boek in delen voltooide. Hij schreef niet eerst de hele roman en vervolgens nieuwe versies, maar hij schreef een hoofdstuk, dat hij herschreef tot het naar tevredenheid was, om pas daarna het volgende hoofdstuk op papier te zetten.

Bij het schrijven van de hoofdstukken maakte Reve gebruik van aantekeningen, die verslag doen van de werkelijkheid van het moment. Zo is er een blad met de weersverwachtingen van de laatste dagen van december 1946. Deze aantekeningen, onderdeel van het manuscript, weerspiegelen het sterk autobiografische karakter van het boek.

Een andere aanwijzing voor het vermoeden dat Reve 'per hoofdstuk' schreef, schuilt volgens veilinghuis-eigenaar Jeffrey Bosch in de geleidelijke verschuiving van het vertellersperspectief. In zijn opstel Twee maal het eerste hoofdstuk van De Avonden, verschenen in het literaire tijdschrift De Schans (april 1977), toonde G.F.H. Raat al aan de hand van een in Criterium (mei 1947) gepubliceerd fragment aan dat de “auctoriale vertelsituatie (werd) afgezwakt tot een overwegend personale.”

In het Criterium-fragment stond bij voorbeeld: “Eerst voelde hij voldoening over de vrije dag, toen wrevel, dat hij op de gewone tijd was opgestaan en vervolgens weer voldoening.” In de definitieve versie, de roman dus, werd dat: “'Het is zondag', dacht hij opeens, 'dat is een meevaller'. 'Ik ben veel te vroeg op, stom', zei hij daarop bij zichzelf. 'Nee', dacht hij, 'op deze manier wordt het geen bedorven dag; dit keer eens niet om elf uur opgestaan'.”

Een dergelijke verschuiving heeft in de eerste vijf hoofdstukken van de ene versie naar de volgende voortdurend plaats. In de vroege versies van de latere hoofdstukken - kennelijk geschreven ná de defintieve voltooiing van de eerdere hoofdstukken - heeft Reve zijn stijl gevonden en deze verschillen wat het vertelperspectief betreft dan ook veel minder van elkaar.

Opvallend is voorts dat hij lange tijd niet heeft kunnen besluiten hoe de titel moest luiden. Ook boven latere versies prijkt de titel De winteravonden, hoewel al in de eerste versie het woord 'winter', net als overigens in de latere, is doorgestreept. Aardig is in dit verband dat al op een in Album Gerard Reve (1983) opgenomen aantekenblad, onderdeel van het nu te veilen manuscript, te lezen staat: “Over den titel dienen wij ons geen zorgen te maken. DE KAMERBEWONERS, HELDEN VAN ONZEN TIJD of ZIEKENBEZOEK, wij zullen wel zien. Of DE AVONDEN.” De notitie is gedateerd “Tweede Kerstdag 1946”. Op de plek waar Reve vermoedelijk ondertekende met 'Simon van het Reve' is zorgvuldig een hap uit het papier gescheurd. Curieus is dat onder de laatste met de hand geschreven versie van het laatste hoofdstuk staat: Amsterdam, zaterdag 17 mei 1947, terwijl het typoscript en ook de daarmee vrijwel overeenstemmende eerste druk eindigt met: Amsterdam, zondag 18 mei 1947.