Likud-aanhang in verwarring: 'verrader', 'treed af!'

TEL AVIV, 6 SEPT. In een congrescentrum in Tel Aviv is gisteravond het Centrale Comité van de Likud-partij, bestaande uit 3.000 partij-activisten, bijeengekomen en in grote verwarring geëindigd. Een meerderheid van de aanwezigen liet merken nog maar weinig vertrouwen te hebben in haar leider en premier, Benyamin Netanyahu, nu ook deze de weg van het vredesproces is ingeslagen.

Zelfs zijn compromisloze redevoering aan het adres van de Palestijnen, die naar zijn zeggen nooit een eigen staat in het Land Israels zullen krijgen, maar daarentegen wel op uitbreiding van de joodse nederzettingen mogen rekenen, nam de twijfels van zeer velen niet weg.

Netanyahu had de bijeenkomst kunnen uitstellen. Maar hij besliste dat het moment was aangebroken om de strijd aan te gaan en te laten zien dat hij de zaken naar zijn hand kan zetten. Hij hoeft zich voorlopig ook nog geen zorgen te maken over de opstandige houding van de eigen achterban. Want hij werd niet premier door een verkiezingsoverwinning van zijn partij, maar direct gekozen met behulp van vele kiezers die verder niets met de Likud te maken (willen) hebben. Bovendien beheerst hij vooralsnog de Likud, die dankzij zijn reorganisatie vier jaar geleden van een dreigende financiële en politieke ondergang werd gered.

Maar hij moet er rekening mee houden dat hij over drie jaar wel degelijk de gunsten nodig heeft van zijn partijgenoten om zich bij de volgende verkiezingen kandidaat te stellen en campagne te kunnen voeren. En op veel kortere termijn kunnen de ministers Benny Begin en Ariel Sharon, die zijn 'capitulatie'-beleid tegenover de Palestijnen afwijzen, zijn beleid op alle mogelijke manieren saboteren. Eventueel geholpen door de ministers van de Nationaal Religieuze Partij, die eveneens tekenen van grote onrust vertoont.

Weliswaar bedreigde Netanyahu - zowel in een vraaggesprek met de Israelische tv, als in het partijcongres - al die ministers met ontslag die de regeringskoers niet onderschrijven. Maar Ariel Sharon, die in zijn rede gisteravond zijn kruit nog even droog hield, reageerde daarop: “Je kunt ministers wijzigen, maar ook een regering.”

Netanyahu's critici werden door de zaal veel luider toegejuicht dan hijzelf. Al aan het begin van de bijeenkomst was de sfeer geladen. Uri Avneri, de bekende journalist die al meer dan 20 jaar geleden voor een niet-zionistisch Israel en vrede met de Palestijnen pleitte, werd met vuistslagen de zaal uitgewerkt. Er werd met spandoeken gezwaaid, waarop stond “We stemden voor Bibi (Netanyahu) en we kregen Tibi” (Ahmed Tibi is een Israelische Arabier, die tot voor kort de persoonlijke adviseur was van Yasser Arafat voor zaken betreffende Israel). Een andere leuze was: “De nikker heeft zijn werk gedaan, de nikker kan gaan.” Daarmee toonden de partij-activisten, die de man-in-de-straat vertegenwoordigen, hoe zij over Bibi denken. Op bevel van het partijbestuur werden zij en hun spandoeken verwijderd.

Netanyahu werd ook niet meer verwelkomd met denderend applaus en het gebruikelijke gezang: 'Bibi, Bibi, koning van Israel' of 'Bibi, Bibi, hij is groot', maar met gefluit en kreten als 'Verrader' en 'Treed af'. Daarop besloot de partijleiding de onrustzaaiers via de microfoons te overstemmen met het Likud-lied 'Alleen de Likud kan'.

Uzi Landau, voorzitter van de Knesset-commissie voor buitenlandse zaken en veiligheid, opende de aanval. Hij zei dat Netanyahu de verkiezingen had gewonnen, maar dat Likud is verslagen: de partij had in 1977 nog 48 zetels in de Knesset en nu nog maar 22. “Wij moeten beslissen of de Likud een beweging is met een boodschapper, dan wel een man is met een beweging die de ideologie, al naar gelang zijn persoonlijkheid, verandert.”

Tsachi Hanegbi, minister van gezondheid en sinds gisteren ook van justitie ad interim, probeerde Uzi Landau het woord te ontnemen. “Je spreektijd is over.” De zaal schreeuwde: “Laat hem spreken!” Ook Netanyahu sloot zich hierbij aan. Waarop Landau riep: “Ik heb geen gunsten nodig, ik heb het recht om te spreken.” Vervolgens zei hij over Netanyahu's ontmoeting met Arafat: “Likud beloofde de onderhandelingen met de Palestijnen voort te zetten, op voorwaarde dat die hun verplichtingen na zouden komen. Maar onder Likud versterkten de Palestijnen hun positie en heeft Jebril Rahjoub (hoofd van de Palestijnse Preventieve Veiligheidsdienst in Jericho) nu 1.000 agenten in Jeruzalem. En ondanks al onze verklaringen over voorwaarden hebben wij Arafat ontmoet.” Er volgde donderend applaus.

Ronny Milo, burgemeester van Tel Aviv en behorend tot de gematigde vleugel in de Likud, nam het op voor Netanyahu. Hij hoopt hem over acht jaar op te volgen. Zijn rede werd onderbroken door boeh-geroep en een fluitconcert, vooral toen hij zei dat “de ontmoeting met Arafat onvermijdelijk was, omdat Israel geen land van kannibalen is en dus zijn internationale verplichtingen moet respecteren.”

In zijn rede gebruikte Netanyahu alle retorische trucs. Precies zoals Arafat dat pleegt te doen, herhaalde hij diverse malen zijn zinnen drie keer. En precies zoals Arafat, gebruikte hij keiharde taal om zijn achterban te overtuigen van zijn groot leiderschap. “Ik hoorde jou, Shimon Peres, vandaag. Nu moet je naar mij luisteren. Ik heb een boodschap voor jou. Er zal geen Palestijnse staat komen! (driemaal). Er zal geen buitenlandse aanwezigheid zijn, noch in de Gazastrook, noch in het gebied tussen de (rivier) de Jordaan en de (Middellandse) Zee.” De zaal applaudisseerde licht.

Volgens Netanyahu had zijn regering de afgelopen 80 dagen diverse boodschappen aan de Palestijnen gestuurd, dat zij in Jeruzalem politiek niet aanwezig mogen zijn. “Wij zullen op onze manier onderhandelen, Shimon Peres. Of je het goed vindt of niet, we hebben jouw toestemming niet nodig. We zullen de nederzettingen uitbreiden. Ik heb duidelijk aangegeven dat Jeruzalem onder onder onze soevereiniteit blijft. Ik heb het Palestijnse Gezag laten weten dat wij geen zelfmoordaanvallen meer tegen Israel accepteren, en dat de onderhandelingen voortaan op basis van wederkerigheid worden gevoerd. Ik heb ook aangegeven dat de kolonisatie in Judea, Samaria en Gaza doorgaat, en dat Hebron niet een stad is zoals andere steden daar. Want het is een joodse stad, waar zich de symbolen bevinden van ons volk en waar voorwaarden moeten worden geschapen voor normale leefomstandigheden van de joden. De tijd is voorbij om alleen maar te geven. Nu moeten ook de Palestijnen inleveren. Pas toen al deze voorwaarden door de Palestijnen werden geaccepteerd, was de weg voor onderhandelingen geplaveid. En dat gebeurde niet onder Amerikaanse druk.”

“Wij zullen de gesloten akkoorden uitvoeren, op voorwaarde dat de andere partij dat ook doet. Maar de meeste kwesties zijn nog open. En daarover gaan wij op onze manier onderhandelen. Ik ben mij ervan bewust dat dit geen simpele opgave is. Maar ik ben niet gekozen voor een gemakkelijke baan. Zij die nu klagen, hadden niet in de regering of in de coalitie moeten gaan. Ministers die niet de basis-principes van de regering volgen, moeten aftreden. En zo nodig zal ik hen ontslaan. Want er is maar één leider.”

Hij sloot af met een lofprijzing aan zichzelf. “Vertel me niet dat er een ander is die zoveel voor Israel doet als ik, die meer zorg heeft voor Jeruzalem dan ik, die meer voor de veiligheid zorgt dan ik. Wij kennen ons doel: geen Palestijnse staat, maar automomie voor de Palestijnen. Autonomie die geen bedreiging is voor ons bestaan, onze veiligheid en onze nationale belangen.”

Benny Begin, minister voor wetenschap, reageerde kort en vlijmscherp. In feite maakte hij, zonder het met zoveel woorden te zeggen, zijn premier uit voor leugenaar. “Ik nam zitting in een regering die als politiek uitgangspunt had dat de onderhandelingen met de Palestijnen doorgaan, als zij alle voorwaarden van de gesloten akkoorden uitvoeren. Maar dat deden zij niet. De ontmoeting van gisteren staat haaks op deze basis-principes.”

De zaal dacht: “Nu gaat hij aftreden” en schreeuwde: “Doe het niet!” Waarop Begin vervolgde: “Laat me uitspreken. Ik ben niet in een regering geboren. Ik ben tot de regering toegetreden om mijn volk en mijn land op de best mogelijke wijze te dienen. Daarmee ga ik door.” Hij kreeg luid applaus.

Eerder op de dag had hij op een andere Likud-vergadering gezegd: “Je kunt zonder ideologie overleven, maar niet slagen.” Dat gevoel deelden velen in de zaal. Een activist uit Beersheba formuleerde wat anderen dachten: “Bibi denkt dat de Likud zonder de oude ideologie kan overleven, maar niet zonder Bibi. Daarop zal hij stuk lopen.”

    • Michael Stein