Kabinet wil meer grip op 'verrommeling'

ROTTERDAM, 6 SEPT. De ruimtelijke ontwikkeling van Nederland baart het kabinet zorgen. Drie problemen met betrekking tot de Randstad strijden daarbij om voorrang.

In de eerste plaats de relatie tussen de Randstad en de rest van het land. Hoofdtransportassen naar het achterland van de mainports Rotterdam en Schiphol slibben dicht; als reactie daarop sijpelt bedrijvigheid weg richting Brabant en Gelderland, de bevolking met zich meezuigend. Deze ontwikkeling gaat ten koste van de Randstad, motor van de economie, die aan concurrentiekracht inboet ten opzichte van andere metropolitane gebieden in Noordwest-Europa.

In de tweede plaats de interne ruimtelijke structuur van de Randstad zelf. Die heeft te kampen met een achterblijvende economische ontwikkeling in de zuidvleugel, tussen Rotterdam en Den Haag, en een concentratie van sociale achterstanden in de stedelijke kernen. Gebieden tussen de grote steden lijden in de woorden van de Randstadnota aan 'verrommeling'.

Tenslotte komt de samenhang tussen het stedelijk gebied en het Groene Hart niet goed uit de verf. Het Groene Hart is tot dusverre vooral waardevol in de ogen van beleidsmakers, die het zien als een oase van rust en ruimte die dient als contramal voor de hectische stedelijkheid. Maar de bewoners van de Randstad, voor wie al dat groen eigenlijk is bedoeld, willen het maar niet ontdekken als recreatiegebied.

Het kabinet is tot de conclusie gekomen dat het openhouden van de hoofdverbindingen vanuit de Randstad naar het achterland de hoogste prioriteit verdient. Deze wegen worden versneld breder gemaakt, waarbij het economisch verkeer voorrang krijgt: aparte rijstroken voor vrachtverkeer en andere speciale doelgroepen. Bedrijven zullen dan minder aandrang voelen de Randstad te verlaten om de files te ontwijken.

Tegelijkertijd moet de Randstad een aantrekkelijker vestigingsmilieu bieden. Er is niet alleen sprake van een absolute schaarste aan bedrijfsterreinen. Ook gaapt er een kloof tussen aard en locatie van die terreinen enerzijds en anderzijds de eisen aan ruimte en ontsluiting via weg, water en spoor van zware industrie en distributiesector. Dit zijn florerende sectoren die het kabinet geen strobreed in de weg wil leggen, en die bovendien de broodnodige werkgelegenheid scheppen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

De Randstad zelf, het tweede aandachtsgebied van het kabinet, vertoont wat economische ontwikkeling betreft een wisselend beeld. De noordvleugel, de driehoek Leiden-Haarlem-Amsterdam, ontwikkelt zich voorspoedig, terwijl de zuidvleugel, de strook Den Haag-Rotterdam, achterblijft. In dit laatste gebied stagneert de groei van de werkgelegenheid en wordt slordig omgesprongen met de ruimte tussen de grote steden. Ook in de noordvleugel vindt overigens fragementatie van de ruimte plaats.

Het offensief voor beide vleugels behelst een krachtiger ruimtelijk beleid, omdat volgens de Randstadnota de problemen nog worden vergroot door “bestuurlijke versnippering”. Synergie moet komen van een nog op te richten Bestuurlijke Commissie Randstad, waarin alle overheden samenwerken, ook het rijk, “omdat deze gebieden niet alleen op zichzelf bedreigd zijn, maar ook zo'n groot belang hebben voor de Randstad als geheel”.

Om de komende vijftien jaar aan de toenemende vraag naar ruimte voor bedrijfsterreinen en woningbouw (435.000 woningen, 41 vierkante kilometer bedrijfsterrein, bijna 10 miljoen vierkante meter bedrijfsvloeroppervlak) te voldoen, denkt het kabinet, naast de reeds voorgenomen bouwplannen voor de grote steden (VINEX-locaties), voldoende te hebben aan drie gebieden: de bollenstreek, waarbij wordt aangesloten bij de wens van minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) om uit kostenoverwegingen te bouwen langs bestaand spoor, het gebied tussen Den Haag en Rotterdam, waar tevens de eerste experimenten met 'light rail' zullen worden gehouden, en de Hoekse Waard.

Ontwikkeling van de kustlocatie, een kunstmatig eiland voor de kust tussen Hoek van Holland en Scheveningen, is voor 2010 niet nodig om de ruimtebehoefte te lenigen. Wel verdient dit plan volgens de Randstadnota verdere studie.

De Hoekse Waard biedt bijzondere kansen omdat er nog open ruimte is. “In zo'n situatie moeten ook de mogelijkheden worden benut om te zoeken naar nieuwe verstedelijkingsvormen die een extra bijdrage leveren aan de verscheidenheid van leefmilieus binnen de Randstad.” Zulke nieuwe verstedelijkingsvormen zullen allereerst in de Randstad zelf gestalte krijgen. Het gaat daarbij zowel om het creëren van nieuwe werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt voor de grote aantallen lager opgeleide werklozen die nu de stadskernen bevolken, als om het scheppen van aantrekkelijke woonmilieus om kapitaalkrachtige gezinnen aan de grote steden te binden. Die moeten worden gelokt met huizen temidden van het groen, door het kabinet stadsparken genoemd.

Groen krijgt sowieso een prominentere plaats op de politieke agenda. “In de steeds voller wordende Randstad heeft het onbebouwd zijn van gebieden een toenemende betekenis op zichzelf.” Het Groene Hart draagt bij aan het stedelijk vestigingsklimaat door “een groen contrast te zijn voor de omringende verstedelijking”. Wil het die rol kunnen vervullen, dan moet de inrichting ervan wel aan bepaalde eisen voldoen. Stedelingen moeten er gemakkelijk kunnen recreëren. Er moet minder landbouw en meer natuur komen en, door het overgangsgebied een groene impuls (fietspaden, kano-routes) te geven, moet het beter bereikbaar worden vanuit het omringende stedelijk gebied.