In goed vertrouwen

MISLEIDING IS voor een bank een doodzonde. Banken bestaan bij de gratie van het vertrouwen dat het publiek in ze stelt. Wie zijn geld aan een bank toevertrouwt moet erop kunnen rekenen dat zijn kapitaal niet wordt uitgeleend aan roekeloze vastgoedprojecten, of door een jonge handelaar wordt verspeeld op de grillige financiële markten. Wie effecten koopt die een bank aanbiedt, mag erop vertrouwen dat de bank een gedegen onderzoek heeft gedaan naar de financiële positie van het bedrijf.

Een Nederlandse bank is op dat punt in een al langer lopende zaak tekortgeschoten. Vorige week werd de bank in kwestie, ABN Amro, door de Amsterdamse rechtbank veroordeeld tot een nog nader vast te stellen schadevergoeding. Het is niet uitgesloten dat de bank in hoger beroep gaat. De zaak draait om het volgende: in 1987 en 1988 verkocht de toenmalige Amro Bank twee series obligaties van elk 100 miljoen gulden van het Duitse detailhandelsconcern Co-op. Een jaar later kon Co-op een dreigend bankroet alleen afwenden door zich te laten overnemen door branchegenoot Asko, die overigens de aflossing van de obligaties garandeerde. Beleggers in de Nederlandse obligaties voelden zich bekocht en organiseerden zich in een vereniging die tegen de bank ging procederen.

IN FEITE WAS het een proefproces over de aansprakelijkheid van een bank voor de effecten die zij verkoopt aan beleggers. Jaarlijks gaat het om miljarden. De banken hebben de schijn tegen. Zij werken voor verschillende klanten, en moeten daarom de informatiestromen scheiden met waterdichte schotten (zogeheten 'Chinese walls'). Bedrijven die hun effecten aan de man willen brengen hebben er baat bij als de bank haar naam aan de plaatsing verbindt. Tegelijkertijd geeft een andere bankafdeling beleggers adviezen of zij deze effecten wel of niet moeten kopen, terwijl de bank soms ook (zoals bij Co-op) geld heeft geleend aan het bedrijf. De opbrengst van de effecten die de bank verkoopt kan zelfs worden gebruikt om de kredieten van de bank (deels) af te lossen en daarmee het risico van de bank te reduceren.

In de Co-op zaak heeft de Hoge Raad eerder uitgesproken dat een bank verantwoordelijk is voor de inhoud van het prospectus op basis waarvan effecten worden verkocht. De rechtbank heeft dat nu concreet ingevuld: ABN Amro had op twee punten actiever navraag moeten doen naar de financiële positie van Co-op. Al had de bank actiever onderzoek moeten doen, verliezen uitbannen is onmogelijk. Beleggen is risico's nemen, daar verandert een onderzoek van een bank niets aan, en niet elk risico is door bank of bedrijf in kaart te brengen.

MEDE IN REACTIE op het arrest van de Hoge Raad zijn banken al begonnen in prospectussen te stellen dat bepaalde informatie niet van hen afkomstig is en dat zij daarvoor niet aansprakelijk zijn. Die stelling lijkt na het vonnis van de Amsterdamse rechtbank onhoudbaar. Banken hebben - nog afgezien van de regels die de effectenbeurs stelt - een eigen onderzoeksplicht, waaraan beleggers hen mogen houden.