Het gouden kalf

In Exodus 32 wordt ons het verhaal verteld van Het Gouden Kalf. Mozes 'talmt om af te dalen van de berg' Horeb. De Israëlieten vervoegen zich bij Aäron en zeggen: 'Maak voor ons goden.' Er wordt ons niet verteld dat Aäron probeert om ze op andere gedachten te brengen; integendeel, blijkbaar is hij terstond bereid om aan hun verzoek te voldoen.

Hij vraagt hen dan om 'de slavenringen van goud' uit de 'oren van uw vrouwen.' Dit goud weet Aäron, volgens Exodus 32 vers 4 met behulp van een beitel, om te vormen tot een 'stierkalf van gietwerk.'

Wie gouden oorringen wil omsmelten tot een stierkalf dat wat groter is dan een veldmuis, moet een flinke hoeveelheid van het edelmetaal tot zijn beschikking hebben. Daarnaast kun je, gelet op het feit dat het smeltpunt van goud 1063 graden Celsius bedraagt, niet zonder een smeltoven. En je moet een mal maken van een stierkalf om daar vervolgens het groenkleurige, vloeibare goud in te gieten. Zouden de Israëlieten in de woestijn over de daarvoor noodzakelijke, geavanceerde technologie beschikt hebben? Met een beitel alleen kom je er niet!

M.A. Beek zegt in zijn boek Voetsporen van het Oude Testament: 'De aanwezigheid van al dat goud onder de nomaden in de woestijn is niet aannemelijk.' Minstens zo onaannemelijk is dat ze al dat goud blijkbaar zo gemakkelijk afstonden voor de vervaardiging van het stierkalf. Dat ze over zoveel goud beschikten en het voetstoots ter beschikking stelden, kan niettemin misschien verklaard worden uit het feit dat ze er niet eerlijk aan gekomen waren. Wat je gestolen hebt, wordt nooit echt je eigendom, kun je vrij gemakkelijk afstaan. God had hen in het laatste vers van Exodus 4 expliciet opgeroepen zoveel mogelijk goud en zilver uit Egypte mee te roven ('plunderen zult ge Egypte'), en in Exodus 12 vers 35 en 36 blijken de Israëlieten inderdaad dankzij Gods' genade in staat te zijn om de Egyptenaren uit te schudden. Verbazingwekkend overigens dat God die vrij spoedig na deze beroving vanaf de Horeb zal decreteren: 'Gij zult niet stelen,' zijn Volk kort daarvoor nog krachtig had opgeroepen om grondig te plunderen!

Als Mozes met de twee stenen tafelen waarop God 'met zijn Vinger' de wet heeft genoteerd, de berg afdaalt en het stierkalf plus de reidansen aanschouwt, ontbrandt zijn toorn en smijt hij de stenen tafelen onder aan de berg neer. Let wel, het gaat hier om twee wetstafelen waarop God zelf de wet heeft genoteerd. Je zou verwachten dat hij, zelfs hij, hoe driftig ook, daarmee wel enige voorzichtigheid betracht. Dat hij de twee stenen tafelen verbrijzelt, vind ik onbegrijpelijk. Mozes vermaalt het stierkalf tot stof, werpt het over het water en laat de Israëlieten daarvan drinken. Welke machtsmiddelen had hij om deze opstandige schaapherders ertoe te dwingen dat verontreinigde water te drinken? En hoe te verklaren dat er in de woestijn blijkbaar zoveel water bij de hand is dat je het je kunt veroorloven om het met stierkalfgoudstof te besmeuren? En waarmee heeft Mozes dat stierkalf tot zulk fijn stofgoud weten te vermalen dat het, als je het op het wateroppervlak strooide, niet dadelijk zonk ?

Kennelijk zijn de Israëlieten daarmee nog niet genoeg gestraft. Wat het hoogst onwaarschijnlijke, maar tamelijk dragelijke verhaal helaas barbaars maakt, lezen we in Exodus 27 en 28. Mozes zegt tot de Levieten: doen jullie je zwaard aan je heup 'en brengt om: ieder zijn broeder, ieder zijn naaste en ieder zijn naaste verwant!' En onbewogen noteert de schrijver in het 28ste vers:'De zonen Levi doen naar het woord van Mozes; er valt uit de gemeente op die dag zo'n drieduizend man.'

Is dat nu ook maar enigszins redelijk? M.A. Beek schrijft dat Aäron niet opgekund heeft tegen de wens van het volk. Dat kun je, als je zorgvuldig leest wat er staat, niet uit de beschikbare teksten opmaken. Wie neemt het initiatief om gouden oorringen in te zamelen? Niemand anders dan Aäron. Wie vervaardigt uit al dat goud met een beitel een stierkalf van gietwerk? De hogepriester Aäron. Wie liegt vervolgens: dit is je God die je uit Egypte bevrijd heeft? Aäron. Wie bouwt er een altaar voor het stierkalf? Aäron. Wie zegt vervolgens: 'Feest is het morgen?' Alweer: Aäron.

De broer van Mozes is degeen die alles bedenkt en uitvoert. Hij is de initiatiefnemer, de aanstichter. Indien er iemand gestraft moet worden - en in het Oude Testament valt bestraffen altijd samen met ter dood brengen - komt Aäron daar als eerste voor in aanmerking. Niettemin: hij overleeft, drieduizend anderen worden botweg afgeslacht, ofschoon niet zij, maar Aäron zoals het laatste vers van Exodus 32 ons nogmaals in herinnering brengt, het stierkalf heeft vervaardigd.

Uiteraard zullen vele hedendaagse theologen grif toegeven dat dit verhaal niet op een waar gebeurde gebeurtenis kan berusten. Maar, zeggen zij dan, dit is geen geschiedenis, dit is heilsgeschiedenis. God wilde indertijd zijn volk Israël met dit verhaal duidelijk maken dat zij hem niet ontrouw mochten worden. Ach, het hele Oude Testament gaat over niets anders dan over God die zich telkenmale vreselijk opwindt omdat zijn volk andere goden naloopt. Aangezien echter al die andere goden hersenschimmen waren, vermag ik niet in te zien waarom God telkens zo spinnijdig wordt over afgodsdienst. Was ik God en zou ik het duizelingwekkende heelal hebben geschapen waarin wij zo heel kort leven en zo heel lang dood zijn, dan zou ik er echt niet van wakker liggen als enkele door mij begunstigde veehouders in de woestijn om het beeldje van een stierkalf zouden heendansen.