Haaglanden is 'niet evenwichtig'

DEN HAAG, 6 SEPT. Negen gemeenten van het stadsgewest Haaglanden vinden de machtsverhoudingen in de eventuele toekomstige stadsprovincie Haaglanden onevenwichtig. De zeven andere gemeenten, waaronder Den Haag en Delft, hebben geen moeite met de gewijzigde machtsverhoudingen in een stadsprovincie.

Dit staat in een onderzoek dat het stadsgewest Haaglanden heeft laten uitvoeren onder de zestien deelnemende gemeenten in het stadsgewest. Naaldwijk, Rijswijk, Voorburg en Wassenaar achten wijziging van de buitengrenzen van de nieuwe provincie noodzakelijk. 's-Gravendeel, Leidschendam, De Lier, Wateringen en Zoetermeer vinden dat bij invoering van een stadsprovincie de centrumgemeente Den Haag moet worden verkleind.

Ondanks deze meningsverschillen is er genoeg bereidheid onder de deelnemende gemeenten om hierover te overleggen, zo stelt het rapport. Uit een ander onderzoek van het stadsgewest blijkt overigens dat er weinig bereidheid bestaat bij omliggende gemeenten om tot een stadsprovincie Haaglanden toe te treden.

Op basis van een evaluatie van het functioneren van het stadsgewest Haaglanden adviseert het bureau Berenschot het stadsgewest om besluiten van het kabinet over invoering van stadsprovincies niet af te wachten en nu al op zoek te gaan naar een klein aantal 'second best' oplossingen. De vraagstukken en aangegane financiële verplichtingen van het stadsgewest zijn te groot om te wachten met een reorganisatie van het niet altijd efficiënt werkende stadsgewest, aldus Berenschot. Vooral de grote omvang van het algemeen en dagelijks bestuur van het stadsgewest wordt als een probleem ervaren.

De gemeente Zoetermeer stelt als alternatief voor een stadsprovincie Haaglanden voor een zogeheten territoriale commissie voor het gebied Haaglanden plus de Rotterdamse en Leidse regio. De Provinciewet voorziet in de mogelijkheid tot het instellen van een dergelijke commissie, die rechtstreeks door de burgers zou moeten worden gekozen. De commissie zou op een beperkt aantal beleidsterreinen (ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, economie, milieu en verkeer en vervoer) moeten werken. Provincie en betrokken gemeentebesturen zouden slechts op deze beleidsterreinen hun bevoegdheden moeten afstaan, zo stelt Zoetermeer.