Geurige lieve mandarijn

Jan Van Coillie: Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn. 250 onvergetelijke gedichten, Averbode, ƒ 39,50

Gedichten kunnen op zichzelf staan, heel goed zelfs, maar ze zijn niet ongevoelig voor gezelschap. Komen ze in een bloemlezing terecht, vooral in een thematische, dan worden ze soms heel anders dan ze waren. Een afscheidsgedicht dat in de afdeling 'dood' belandt bijvoorbeeld, verandert van kleur. En een bloemlezing speciaal voor kinderen of jongeren leest men met een ander oog, van alles klinkt luchtiger dan het deed. Guido Gezelle blijkt dan niet alleen ouderwets poëtisch maar ook regelrecht grappig te kunnen zijn, als hij bijvoorbeeld een mees tegen een collega-mees laat roepen: “Mij,(-) mij, die mugge!”.

Jan Van Coillie stelde een bloemlezing samen die bedoeld is voor adolescenten: Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn. De titel is een dichtregel uit een gedicht van Bernlef die over de billen van de mandril schrijft: 'hoera hier eindig ik/ daar begint de wereld'. Deze bloemlezing heeft als ondertitel '250 onvergetelijke gedichten' en is bedoeld als overgang tussen kinder- en jeugdpoëzie en de 'grote' dichters. Dat betekent uiteraard dat beide soorten dichters erin vertegenwoordigd zijn. Door de context is als vanzelf het verschil minder groot, al lijkt het vaak of kinder- en jeugddichters iets minder vertrouwen op de taal, alsof ze meer denken dat ze leuk en verhalend en inlevend en uitleggend moeten zijn. Een uitzondering daarop is Ted van Lieshout, die overigens ook grappig is, maar die wat meer verknooptheid aandurft. Zie bij voorbeeld deze twee strofes uit zijn gedicht 'Hou van mij':

Ik weet wel dat ik bof met een fijn huis en alle dagen eten. Maar in Amerika wordt er tenminste de hele dag van je gehouden: I love you, I love you too, I want you. Bij ons valt niemand ontroerd in je armen of belt je op om niets anders te zeggen. Move your ass to the kitchen. I want you to afwas. I want you to afdroog too. - Hou van mij. Het is geen verzoek.

Geraffineerde enjambementen en woordcombinaties en een sterk slot met een regelrecht 'volwassen' laatste zin: 'Het is geen verzoek'. Dat maakt het ineens schrijnend, bij alle vertederends.

Er staan allerlei aantrekkelijke zinnen en regels in deze bloemlezing die je wel graag zou onthouden om ze op het juiste moment nog te weten, zodat je bij voorbeeld zou kunnen zeggen 'geurige lieve mandarijn, / hangend aan je gedroomde takje' (Campert). Of, als je op het verkeerde moment gaat huilen: 'er schoot mij een traan te/ binnen die op mijn schrift viel' (Kees Ouwens).

Mooie regels tref je al snel als je 250 gedichten leest. Daarmee is Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn nog niet per se een goede bloemlezing. De keuze is nogal vlak met erg stijve en nette thematische afdelingen. Er staan een hoop gedichten in die verre van onvergetelijk zijn, maar gewoon slapjes. Er is, ondanks die zogenaamde overgang tussen twee soorten poëzie, zwaar geleund op de jeugddichters en vooral op de grappige jeugddichters (wel 10 gedichten van Shell Silverstein) en weinig moeite gedaan om wat ingewikkelder en interessantere poëzie te kiezen. En bovendien heeft de uitgever het geheel smakeloos en stijf uitgegeven en is er zelfs niet voor teruggeschrokken om, als een gedicht te lang was voor één bladzij, het er maar gewoon in een keiner corps toch op te proppen.

Jammer van de inspanning, maar wie deze gekleurde billen maar heel eventjes naast Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is legt, ziet wel dat de samenstelsters van die laatste bundel zich heel wat meer inspanning hebben getroost. Dit is aardig, maar gemakzuchtig.